Buitenland.
Duitschland. De b hoogleeraar Dr. v Kautzsch over het slot van den Ba-z bel-Bijbel-strijd. e
Deze strijd is veroorzaakt door drie voordrachten van Prof. F. Delitzsch, waarvan de laatste m October 1904 verscheen. Deze hebben in de beschaafde wereld heel wat opzien ge baard, hetgeen misschien het best blijkt uit m ^'^^^S ^*° Delitzsch, van den Keizer: „Waarom heeft men ons van dat alles tevoren niets gezegd? " Het verwijt dat in deze vraag d d v k d l e g opgesloten ligt, heeft ongetwijfeld zeker recht van bestaan, daar de door Delitzsch vermelde feiten aan, vaklieden sedert lang bekend waren. In 1875 verscheen de door Georg Smith te Londen uitgegeven „Chaldeeuwsche Genesis, " die in 1876 in bet Duitsch vertaald, door Fr. Delitzsch werd uitgegeven. De ontcijfering van den sedert het jaar 1821 in het Britsch museum bewaarde kleltafeltjes, begon men in 1853, en sedert dien tijd is men steeds voortgegaan, den uiterst moeilijken arbeid te verrichten, waarvan men zich een denkbeeld kan vormen als men weet, dat er ongeveer 400 afzonderlijke leesteekens en meer dan 1000 Keilschriftbeelden zijn te ontcijferen.
Er is niet te twijfelen aan de juistheid der vertalingen. Al is het onzeker hoe verscheidene namen moeten uitgesproken worden, toch is er geen onzekerheid omtrent de beteekenis en den inhoud der tafels, daar verschillende onderzoekers tot gelijke resultaten gekomen zijn. Voorts is de ontzaglijke invloed der Babylonische beschaving, die tot in de 4000 jaar voor Chtis tus reikt, niet te loochenen noch te onderschat ten. De scheppers van deze beschavirsg en de uitvinders van het Keilschrift, zijn de oorspron kelijke bewoners van Babylonië, het niet semic tische volk der Soemerers. De uitgravingen in Nippoer, van wier resultaten re^ds drie kwarto boekdeelen getuigen (er zullen er twintig verschijnen); het bekende „wetboek van koning Hammurabi, " dat in talrijke paragrafen de gecompliceerdste rechtsverhoudingen behandelt en vele punten van overeenkomst met het Oude Testament aanwijst; de reeds in 1887 plaats gehad hebbende vondst van Tel Amarna, die de briefwisseling tusschen de Pharao's met de Kanaanitische vasalvorsten (Jerusalem) bevatten; de uitgravingen in Babel, de ontdekkingen van het paleis van Nebukadnezer enz., dat alles bewijst onbetwistbaar den samenhang tusschen de Babylonische en de Israëlitische beschaving. Nu is heden als bewezen te beschouwen, en daarmede is de onverkwikkelijke Babel Bijbel strijd ten einde gebracht, dat de beschouwing van Delitzsch, dat Babel in beschaving en religie op alle punten een hooger standpunt inneemt, en dat aan den Bijbel slechts een tweede plaats toekomt, niet houdbaar is. Het bewijs voor de stelling, dat het bijbelsch verbaal van den zondeval uit een Babylonische bron voortvloeit, gelijk Delitzsch uit eengevon den klei-cylinder afleidt, omdat daarop een boom twee gekleede, op stoelen gezeten personen en eene figuur* met de gedaante eener slang afgebeeld werd, is volstrekt niet geleverd. Evtnmin komt de Babylonische Atapa mythe, volgens welke aan een goden-zoon, brood, water en een gewaad van onsterfelijkheid geboden wordt, niet met de Bij belsche verhalen overeen. Even kennelijk is het onderscheid tusschen het scheppingsverhaal van den Bijbel en dat der Babyloniërs. Terwijl volgens het laatste Mardak, later de hoofdgod van de stad Babel, door de verdeeling van de door hem overwonnen goden-moeder Tiamat, d. i. de verpersoonlijking van den oceaan, den hemel en de aarde (wellicht moet in plaats van de aarde ook „gesternte" gelezen werden) gescha pen heeft, wordt volgens het bericht in den Bijbel, de schepping volbracht door het woord van den alraachtigen God, Alle mythologische spookgestalten van het Babylonisch verhaal zijn uit den Bijbel verdwenen.
Daarentegen is niet te ontkennen, dat het Babylonisch en Bijbelsch verhaal omtrent den zondvloed met elkander overeenkomen. De Gud Bel heeft tot den ondergang van het menschelijk eslacht door een watervloed besloten, maar de od Ea redt Utnapischtim met een schip. Zelfs e goden zijn ontzet over den alles vernielen-g den vloed. Door het uitzenden van eene duif komt de geredde te wetten, dat de aarde droog is en daarna dankt hij de goden dat hij gered is, door een offer, waarop de goden afkomen „als de vliegen." Maar al is er g overeenkomst tusschen de beide berichten, welk d een diepgaand onderscheid! Welk een stuitend gedrag van de goden aan de eene, welke verheven motieven aan de andere zijde! Hij h die meent, dat het Bijbelsch verhaal bij het m Babylonisch achter staat, moet ook aannemen l dat Goethe zijn Faust gedicht heeft volgens een d sprookje, dat hem door een poppenkast bekend s gemaakt werd.
Daarbij komt dat Israels religie den eenigen God vereert, waarvan bij de Babyloniërs niets te vinden is. Al beweren de Assyriologen dat de naam Jahve ook in de Keüopschriften te vinden is" dit wordt door velen bestreden. Zelfs wanneer men den diepen inhoud van vele door professor Zimmern vertaalde Babylonische boetpsalmen erkent, toch ziet men, dat daarin van de macht der zonde geen sprake is, gelijk dat in de Psalmen het geval is. De Babyloniërs zijn beslist polytheïsten; de schildering van het odenrijk herinnert aan den Griekschen Olympus. aarin zijn de Theologen van de uiterste rechter-en linkerzijde het eens, dat Babel niet even kon wat het zelf niet bezat, namelijk het denkbeeld van een almachtigen, heiligen God en zijn van eeuwigheid besloten heilsplan volgens hetwelk het volk Israels het heil brenen zou ook voor de heidenwereld. De klei tafels van Babel zijn tot een puinhoop geworden, maar het Woord Gods in het Oude Verbond, werkt nog heden sterk en krachtig onder e D o z s M v g r R p o a d N vhlt
Wij meenden dit getuigenis van den Duit schen hoogleeraar onzen lezers niet te mogen onthouden. e ttv
Frankrijk. Een merkwaardig herderlijk schrijven. d m o
In de Roomsche kerk laten zich enkele ambtsdragers hooren, die de aanstaande scheiding van kerk en staat, waardoor de staatstractemenlen voor de geestelijken zullen ophouden, niet voor een groote ramp verklaren, maar haar beschouwen als een maatregel, die een heilzame schif ting zal te weeg brengen. Zoo schrijft de bekende bisschop Lacroix van Tarentaise, in zijn jongste herderlijk schrijven: De Katholieken hebben in dezen tijd een dringende zaak te doen. Zij moe ten elkander tellen en zich aaneensluiten. Hij die verstandig is, ziet nu in, hoe verkeerd het was, door overdreven toegeeflijkheid, al die naam-Christenen in onze lijsten van leden op te nemen, en voor geloofsleden aan te zien, welke, wijl bet nu eenmaal mode is, nog wel aan doop, eerste communie en trouwen in de kerk vast ouden, maar overigens zich om de kerk met aar leer, sacramenten en ordeningen niet meer ekommeren. Daardoor heeft de Katholieke kerk eel van haar kracht verloren, al scheen zij in ielental toe te nemen. Wij spraken steeds van ene Katholieke meerderheid, wij geloofden aan e 36 miljoen Katholieken van Frankrijk. Inderaad heeft de arbeidende bevolking, onder inloed van de vijandelijke pers, in massa de erk verlaten, terwijl de toongevende kringen er beschaving en der intelligentie de Kathoieke dogma's als onwetenschappelijk verwerpen n zich aansluiten aan de vrijdenkers. Daarte enover zullen wij, wanneer de tijd daarvoor s h a o H m m g h zk d g wdst w tv s l z d l d g w Z d w aangebroken is, in al onze gemeenten de kultusgemeenschappen organiseeren, welke het wetsontwerp van de scheiding toestaat. Aan eiken Katholiek zal men ter onderteekening een formulier voorleggen, waarin de werkelijke plichten van een Chiisten genoemd worden. Dan za men een iegelijk vragen: r. Zijt gij voor vrijheid in het godsdienstige, tegen de lyrannie der vrijdenkers en der geheime genootschappen? 2. Wilt gij Katholiek onderwijs voor u en voor uwe kinderen? 3. Wilt gij dat de priester ook in de toekomst uwe kinderen voorbereidt voor de eerste communie, en dat uwe kranken door hem getroost worden? 4. Wilt gij, wanneer het noodig is, eene bijdrage leveren voor den eeredienst en voor den priester? 5. Zijt gij van zins, ionder voorbehoud mannen te verkiezen in de vertegenwoordiging dar gemeente en van het land, welke geen vijanden van uwgeioof en van uwe religie zijn? Alleen hij, die op deze vragen „ji" antwoordt, zal als lid van de te vormen Cultusgemeenschap erkend worden. Daardoor zal hij ook deel krijgen aan alle godsdienstig, zedelijk en zelfs stofTelijk goed, dat de gemeenschap aan hare leden verschaft, enz."
Het moet gezegd worden, dat dit een kloek stuk is. Als in dezen geest door velen gearbeid wordt, zal voor de Roomsche kerk in Frankrijk uit verlies winst geboren worden. Het maakt op ons een beteren indruk, dan al de protesten, die van Protestantsche zijde tegen de dreigende scheiding van kerk en staat gehoord worden.
Rusland Wij lezen in de Aügem. Ev. Lutk. Krtg. het volgende omtrent Russische toestanden:
„In het binnenland van Rusland is de chronische crisis nog niet geëindigd. Het nieuwste is de beweging binnen de Grieksch orthodoxe kerk. De geestelijkheid is het caesaropapisme, de reeds door Dante in zijn „divina comedia" gevloekte „vereeniging van zwaard en herders staf", meer dan moede. De opperheerschappij van den Tzar en de bureaucratische regeering door den rechtsgeleerden voorzitter der Synode — Pobedonoszew — staat de vrije ontwikkeling in den weg. In plaats daarvan wil men het patriarchaat invoeren, gelijk dit gevonden wordt in de kleinere Grieksch orthodoxe kerken van het Balkan schiereiland. Als candidaat-patriarch wordt de metropoliet Antonij genoemd. Deze is echter een man die geen vertrouwen inboezemt. Hij had de hand in een betreurens waardig feit, en wel in de wederrechtelijke scheiding van den chef van den staf van Koeropatkin, den generaal Sacharow, van zijne vrouw; evenzoo in het verlof om in het huwelijk te treden, en nog wel terwijl het leger in het veld voor Moekdem lag, met eene vrouw die niet gunstig bekend staat.
De Russische kerk heeft van oudsher voor de machtigen gekropen en reeds sedert de heerschappij der Mongolen den volke de leer in toepassing gebracht, dat de begrippen om trent „goed" en „kwaad" moesten geschikt worden naar hetgeen de Clan goed vond of afkeurde. Het Byzantinisme en de revolutie zijn erfstukken uit dezen tijd. De kerk heeft aan Rusland's ongeluk meer schuld, dan oppervlakkige kenners van Rusland's historie ver moeden. Daarom is het secten wezen in Rusland zoozeer verbreid. De menschen willen van de bloote vormen verlost worden, en zij ontdoen er zich van, en zelfs eenvoudige boeren denken diepe Godgeleerde stelsels uit. Nu grijpen allen die door den Tzar zijn verstooten, nieuwen moed. De Molokanen verzoeken om voortaan ongehinderd godsdienstoefeningen te mogen houden en „gemengde huwelijken" te mogen aangaan; dat wil zeggen dat het hun eoorloofd zal zijn, ook met een lid der Grieksche kerk in het huwelijk te treden. Andere secten bieden zelfs aan (zij weten zoo goed, hoe men in Rusland iets bereiken kan) te zullen zorgen dat eene binnenlandsche leening esloten wordt van zes honderd millioen gulens, wanneer men hun maar vrije uitoefening van hun religie toestaat. Ook de Stundisten en andere min of meer evangelische groepen, vereffen hunne stem. Het is, als wilde één achtiger dan de Tzar nu zijn: „Het zij icht" spreken, en dat door den metalen mond er kanonnen, nadat men naar het zacht uizen niet heeft willen hooren."
Nu moet men wel in aanmerking nemen, dat en Duitsch kerkelijk blad dit alles schrijft. In uitsch Luthersche kringen is men verbitterd ver de vervolgingen, die de Russische regeering ich reeds zoovele jaren tegenover de Lutherchen in de Oostzee-provinciën veroorloofde. en kan zich daar Rasland schier niet anders oorstellen dan als een land, da< ; ook op geestelijk ebied niet anders dan met den knoet wil egeeren. Daarbij komt dan nog, dat de Franschussische alliantie in Duitschland weinig symathie voor Rusland doet gevoelen. Maar ook nsympathetische blikken kunnen wel juist zien, l trachten zij alleen de schaduwzijden en niet e lichtpunten op te merken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 7 mei 1905
De Heraut | 4 Pagina's