Prof, Lindeboom.
Nu Prof. Lindeboon, zij het dan ook schoorvoetend, de beschuldiging van „spionnaga" tegen onze redactie terug nam, willen ook wij al wat persoonlijk was in den gevoerden strijd gaarne wegnemen.
Zooals uit de nadere mededeelingen bleek, heeft Prof. Lindeboom het bewuste agendum van de vergadering van den Wachterbond in zijn qualiteit van loco-scriba onderteekend en rondgezonden, en al neemt hij de verantwoordelijkheid van dit agendum geheel voor zijn rekening, toch is de indruk, dien wij bij de lezing verkregen, als waren de daarop vermelde voorstellen van hem afkomstig, niet juist. Men moge het betreuren, dat een kerkelijk hoogleeraar mede deelneemt aan een actie, die naar onze overtuiging op bedenkelijke wijze den vrede der kerken bedreigt, voorzoover hier van schuld sprake is, mag die niet alleen op zijn schouworden geladen.
En evenzoo erkennen v/e gaarne, dat de wijze, waarop door ons deze actie en het optreden van Prof. Lindeboom gequalificeerd is, geprikkeldheid verried. De vraag, in hoeverre Prof. Lindeboom zelf door zijn voortdurend ageeren tot die geprikkeldheid aanleiding gaf, laten we aan zijn conscientie ter beoordeeling. Anderer schuld spreekt ons niet vrij. En de uitdrukkingen van „heimelijke samenzwering" en van „irquisitoriale vragen" — al was de eerste aan de Kerkelijke Courant ontleend en de tweede ironice bedoeld — waren beter in de pen gebleven.
Maar hoe bereid we ook zijn hierover amende honorable te doen, dit geldt alleen den modus quo en niet de zaak zelve.
Al gunnen we aan Prof. Lindeboom en de broeders van den Wachterbond het volle recht om voor hun overtuiging uit te komen, te protesteeren tegen wat naar hun inzicht in strijd is met de belijdenis, en propaganda te drijven voor de Theologische School, de wijze waarop dit geschiedt, door een organisatie in de kerken in het leven te roepen, door bij de kerkelijke verkiezingen mannen van bepaalde richting buiten te sluitan en door bij alle kerken een aanklacht van ketterij in te dienen tegen ieder, die niet precies denkt zooals zij, dit ^ifê^, leidt naar onze overtuiging tot sectarisgie en scheuring in de kerken, en hiertegen te protesteeren blijft ons een heilige plicht.
Voor zoover Prof. Lindeboom ook van dit oordeel herroeping vraagt, kunnen we niet anders .antwoorden dan met een non possumus. En wij meenen, dat de groote meerderheid der kerken hierover niet anders oordeelen zal.
De vraag, waarom we eerst thans dit woord schreven, zal gemakkelijk genoeg worden beantwoord, wanneer men zich herinnert, dat Prof. Lindeboom in de Bazuin van 24 Februari j.l. ons sommeerde, binnen veertien dagen te herroepen al wat door ons geschreven werd, met de bedreiging, dat anders een kerkelijke aanklacht volgen zou.
Een herroeping onder zulk een pressie geschreven, zou elke zedelijke waardij hebben gemist. We hebben daarom met opzet gewacht, opdat elke schijn zou vermeden worden, alsof onze redactie voor zulk een bedreiging uit den weg ware gegaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 7 mei 1905
De Heraut | 4 Pagina's