Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De jongste Encycliek.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De jongste Encycliek.

4 minuten leestijd

Het herderlijk rondschrijven, dat de paus van Rome dezer dagen aan de kerken zond, verdient de opmerkzaamheid ook van de Protestantsche kerken.

Deze encycliek handelt over de noodzakelijkheid, om beter te zorgen voor het godsdienstonderwijs. Volkomen terecht toont de paus eerst aan, welke jammerlijke gevolgen de verwaarloozing van dezen plicht der kerk voor de wereld heeft gehad. Niet alleen dat daaraan te wijten is, dat zoovele onwetenden een maar al te lichte prooi van ongeloof en socialisme geworden zijn, maar ook de achteruitgang op zedelijk gebied vindt in datzelfde euvel zijn oorzaak. Bovendien, zonder goede catechetische voorbereiding, kan de prediking geen nut doen.

Vooral verdient waardeering wat de paus zegt over het gevaar, dat men wel zal trachten, door de prediking de hoorders te bekoren, maar het schijnbaar zooveel eenvoudiger werk van de catechese zal verwaarloozen:

Al deze voorschriften van het H. Concilie heeft Onze Voorgangers Benedictus XIV en zijn Constitutie E t s i m i n i m e volgenderwijs in het kort samengevat en duidelijk omschreven: „Een tweevoudige plicht is door het Concilie van Trente den zielzorgers opgelegd; vooreerst dat zij op feestdagen tot het volk zullen spreken over godsdienstige zaken, en vervolgens dat zij de kinderen en alle onwetenden zullen onderwijzen in de goddelijke wet en de beginselen des geloofs".

Terecht heeft deze wijze Opperpriester hier een tweevoudigen plicht onderscheiden, n.l. een predikatie te houden, die gewoonlijk de uitlegging van het H. Evangelie bedoelt, en vervolgens die andere plicht om onderricht te geven in de Christelijke leer. Want misschien zouden er gevonden kunnen worden, die uit zekere gemakzucht het zich zelven diets zouden kunnen maken dat een homilie in plaats van de Catechesis voldoende is. Hoezeer deze dwalen is duidelijk. Want die een predikatie houdt over het Evangelie, richt zich tot hen, die reeds in de geloofsbeginselen moeten onderwezen zijn. Ge zoudt dit het brood kunnen noemen, dat voor volwassenen moet gebroken worden. Het catechetisch onderricht daarentegen is gelijk aan de melk, die naar het woord van den

Apostel Petrus, door onschnldige, als het ware pasgeboren kinderen begeerd wordt.

De taak van den cathechismus leeraar is, een of andere waarheid, tot het Geloof of de zeden behoorende, te behandelen en haar van alle kanten toe te lichten. Daar echter de verbetering des levens het doel van het onderricht is, moet de leeraar een vergelijking maken tusschen hetgeen God te doen heeft voorgeschreven en de menschen in werkelijkheid doen; voorts moet hij geschikte voorbeelden aanhalen, met wijsheid geput uit de H. Schriften of uit de kerkgeschie denis of uit het leven van heilige mannen, zijn hoorders daardoor overreden en als het ware met den vinger aantoonen, hoe zij hun leven moeten inrichten; eindelijk moet hij besluiten door een aansporing, opdat de aanwezigen een afschrik krijgen van de ondeugd en er zich van onthouden en de deugd beoefenen.

Wij weten wel, dat de taak, om zoo den godsdienst te onderwijzen, niet weinigen hard zal vallen, omdat zij over het algemeen weinig hoog geacht wordt en niet geschikt is, om publieken lof in te oogsten. Zulk een streven zou volgens Ons oordeel echter meer uit lichtzinnigheid, dan uit waarheidszin voorkomen. Wij willen onze instemming niet onthoudsn aan de gewijde redenaars, die met oprechten ijver voor de glorie van God, voor de bescher ming en handhaving van het Geloof, voor de lofprijzing van Heiligen optreden. Maar hun werkzaamheiü vereischt een andere, vroegere werkzaamheid, n.l. die der cathechismus onderwijzers. Indien deze ontbroken heeft, ontbreekt het fundament en tevergeefs werken zij, die het huis opbouwen. Maar al te dikwijls hebben sierlijk opgesmukte predikingen, die een zeer talrijk gehoor met toejuichingen aanhoort, geen ander gevolg, dan dat zij het oor prikkelen, maar in geen enkel opzicht het hart bewegen. Het woord van den catechismus leeraar daarentegen, hoe eenvoudig en nederig ook, is het woord, waarvan God bij Isaïas getuigt: „Evenals de regen en de sneeuw van den hemel nederdaalt en daar niet weder terugkeert, maar de aarde verzadigt en drenkt en maakt, dat zij vruchtbaar wordt en zaad geeft aan den zaaier en brood aan dengene die eet; zoo zal het woord zijn, wat uitgaat van Mijn mond: het keert niet vruchteloos tot Mij weer, maar het zal doen al wat Ik wil en zal groeien onder hen, tot wie Ik het heb uitgezonden".

In verband daarmede schrijft de paus een vijftal maatregelen voor, waardoor het godsdienstonderwijs verbeterd kan worden. Deze maatregelen, die geheel met de Roomsche practijk in verband staan, laten we hier achterwege.

Ons hoofddoel was, om er op te wijzen, hoe de paus hier metterdaad den vinger heeft gelegd op een wondeplek van het kerkelijk leven, niet alleen bij de Roomsche, maar ook bij de Protestantsche kerken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 7 mei 1905

De Heraut | 4 Pagina's

De jongste Encycliek.

Bekijk de hele uitgave van zondag 7 mei 1905

De Heraut | 4 Pagina's