Paganisme en Orthodoxie.
Met begrijpelijke nieuwsgierigheid werd door ons het verslag tegemoet gezien van Prof. Eerdmans referaat over het „paganistisch karakter der hedendaagsche orthodoxie".
Het gerecht, dat onder zulk een paradoxalen titel werd aangekondigd, beloofde piquant te worden. Met de hedendaagsche orthodoxie kon kwalijk anders bedoeld zijn dan de herleving van de Gereformeerde theologie. En wanneer nu een hoogleeraar, die zelf met het Christendom gebroken heeft en tot de humanistische religie van het modernisme is afgevallen, betoogen gaat, dat het eigenaardig karakter dezer hedendaagsche orthodoxie paganistisch, d. i. heidensch is, dan is men benieiiwd om te weten, met welke goocheltoeren deze moderne Bosco dit kunststuk klaar speelt.
Volgens het verslag in het Handelsblad van 3 Mei geschiedde dit aldus:
Spr. begint met te zeggen dat hij met het paganistische karakter niet bedoelt het weinig militante karakter, zich hierbij beroepende op de uitlegging van het woord pagatius van Dr, De Visser, Met die exegese van het woord paganiis als rustig enz. gaat hij niet mee. Hij bedoelt met paganistisch de gewone gangbare uitlegging en bedoelt dat de orthodoxie zich aanpast aan die wereld-en levensbeschouwing die zij in haar tegenstanders veroordeelt. De naturalistische wereldbeschouwing heeft haar invloed doen gevoelen aan de orthodoxie, en daar van haar basis verwijderd. Die basis is het geloof aan een bovennatuurlijk God> Bij
die orthodoxie moet alleen gedacht aan de Gereformeerden; de ethisch irenische richting moet worden uitgesloten, want dat willen, volgens Prof. Valeton, de ethischen zelven. Volgens Valeton, die zegt dat de mensch God moet leeren kennen in zijn binnenste, scheiden de itenischen zich af van de orthodoxie, gelijk ook wijlen Prof. Gunning verklaarde niet tot de orthodoxen gerekend te willen worden, 't Gaat dus alleen over de Gereformeerden. Zij beginnen af te wijken van de Gereformeerde leer in verschillende punten; zij verwereldlijken hun ge loof; seculariseeren het. Spr. toont dit aan ten opzichte van de leer der wedergeboorte; deleer over de Schrift; de leer over God en Zijne voorzienigheid, waarbij hij tegenover elkander stelt de uitspraken van de oude belijdenisschriften en Bavinck's Dogmatiek. In de leer der wedergeboorte hebben de Gereformeerden gebracht een intellectualistisch «lemet, geheel m strijd met de oude leer, volgens welke de wedergeboorte is uitsluitend Soteriologisch. Spr. noemt dit een omlaaghalen van iets hoogs en heiligs. Ook in de leer der Schrift zijn zij afgeweken, want de mechanische openbaring der oude leer hebben zij in een organische veranderd. Hierdoor brengen zij er iets in wat ons gemeen goed is, maar geheel in strijd met den Bijbel. In den Bijbel is de openbaring zuiver mechanisch, de afwijking daarin is voor de Gereformeerden zeer gevaarlijk, gelijk Dr. H. H. Kuyper ons kan leeren, in zijn redevoering over de Babylonische vondsten.
Klaarblijkelijk wordt geseculariseerd bij het openbaringsbegrip. Niets anders is het met de leer over God in Zijne voorzienigheid, waarover de Heidelbergsche Catechnismus en de Nederlandsche Geloofsbelijdenis zeer beslist zijn.
Nu zijn de Gereformeerden vijanden van lijdelijk afwachlen en verklaren zich voor aanhangers van de natuurorde, zooals Bavinck in zijn Dogmatiek, waar dan ook het wonder geen eigenlijk wonder meer is, geheel anders dan wat wij lezen van de wonderen in het N. T. Vandaar dan ook, dat Bavinck het houdt met het woord van Cromwell „Vertrouw op God en houd het kruit droog". De Gereformeerden nemen dan ook naast God als eerste oorzaak, een tweede aan, n.l. de materie, en al naarmate het past laat men die eerste of die tweede oorzaak op den voorgrond treden. Die beide oorzaken zijn nu volgens Bavinck één en niet een. Dit zijn, naar Spr.'s meening, paganistische redeneeringen. Bijzonder komt dit ook uit in het opstandingsgeloof. Bavinck worstelt met het oude opstandingsgeloof vanwege de physiologic, die leert, dat de mensch om de zeven jaren lichamelijk verandert. Toch spreekt hij dat het opstandingslichaam identiek is met het oude.
Nog veel verder dan de theorie gaat de praciijk, zooals blijkt uit de samenstelling van de anti vaccine-wet en andere verschijnselen. Het is niet meer het levend geloof, dat zich niet verzekert; integendeel men aanvaardt het leven zooals wij het aanvaarden. De orthodoxie seculariseert zich....
In hoeverre dit verslag betrouwbaar is, weten we niet. Maar indien het betoog juist is weergegeven, dan kan men zich niet genoeg verbazen over de gebrekkige kennis, die Prof. Eerdmans, zoowel van de oude als van de hedendaagsche orthodoxie, heeft.
Van de oude of echte orthodoxie wordt, het is de bekende truc der modernen, een caricatuurbeeld ontworpen, alsof dit een soort supranaturalistisch Godsgeloof was, met een mechanische Schriftinspiratie, een lijdelijkheids-theorie, die in niets doen kracht zocht en alles van wonderen hoopte. Dat caricatuurbeeld heet dan het „ware orthodoxe geloof", de„echte leer der Schrift", de „zuivere belijdenis der Gereformeerde Kerken". En omdat het jongere geslacht der Gereformeerden van zulk een supranaturalisme niet weten wil, heeten ook |zij onder den invloed der moderne wereldbeschouwing te zijn gekomen en van de echte orthodoxie te zijn afgeweken.
Hoe weinig Prof. Eerdmans daarbij van deze moderne orthodoxie verstaat, blijkt, waar volgens hem de nieuwe Gereformeerden in de wedergeboorte een „intellectualistisch element" hebben gebracht en „naast God als eerste oorzaak een tweede aannemen, n.l. de materie". Dat op verkiezings-meetings soms de gevoelens der tegenstanders op zulk een wijze worden geparodieerd, mag te vergeven zijn. Maar wanneer een hoogleeraar op een deftige vergadering van theologen zich dergelijke dwaasheden veroorlooft, dan pleit dit zeker niet voor het wetenschappalijk gehalte van de hoogleeraren aan de Staats-universiteit.
En toch zal, wie tusschen de regels doorleest, wel gevoelen, dat achter deze philippica tegen de hedendaagsche orthodoxie feitelijk een lofspraak schuilt.
Niets zou den modernen liever zijn, dan dat de Gereformeerde theologen zich opsloten binnen den engen kring van hun eigen dogma's, zonder oog te hebben voor de machtige geestelijke stroomingen van onzen tijd en de ontdekkingen, die we aan de wetenschap te danken hebben. Dan zou men voor de bewoners van dit antieke huis, waarvan alle luiken hermetisch gesloten waren en waar nog bij een olielampje gewerkt werd, genoeg lof over hebben Lof, omdat van zulk een gepetrifieerde en gemummifieerde theologie geen de minste last te duchten was. Bij wat ouder wetsche boeren op de Veluwe zou zulk een theologie dan opgeld mogen doen, maar in de hoogefe kringen der wetenschap telde zij zeker niet meer mee.
Het opkomend Calvinisme weigert echter deze rol van belangrijke antiquiteit te vervullen. Het heeft de luiken wijd open geworpen. Het werkt bij electrisch licht. Het stelt belang in alle moderne ontdekkingen. En omdat het gelooft, dat de Christelijke religie een macht is voor alle tijden en alle volkeren, tracht het de Goddelijke waarheden van het Evangelie toe te passen ook op onzen (ijd, te assimileeren in onze denkwereld, te verdedigen tegenover de aanvallen van het paganisme onzer dagen.
Prof. Eerdmans zingt een klaaglied over dit zich seculariseeren der hedendaagsche orthodoxie. Een begijnen-hofje midden in een groote wereldstad, met 17-eeuwsche geveltjes, en het gras groeiend op een doodsch kerkpleintje, dat zou volgens hem de ware orthodoxie moeten zijn. Maar nu de orthodoxen een jonge en frissche bende blijken, die met de "nieuwste wapenen de veste van het modernisme durven bestoken, nu heeten ze „paganist".
Zoo opgevat kunnen we niet anders dan Prof. Eerdmans dankbaar zijn voor het testimonium, dat hij aan de hedendaagsche orthodoxie schonk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 14 mei 1905
De Heraut | 4 Pagina's