Een vorstelijke gift.
Amsterdam, 12 Mei 1905.
In Amerika moge het vaak voorkomen, dat aanzienlijke kapitalen bij het leven of na den dood aan wetenschappelijke inrichtingen geschonken worden, in ons land is dat een uitzondering.
Des te meer moet het gewaardeerd worden, dat een broeder te Utrecht 'zijn niet onbelangrijk kapitaal, een halve ton bedragende, bij testament naliet aan de Vrije Universiteit onder de bepalirrg, dat het geld ten bate van een medische faculteit gebruikt moet worden.
Voor die vorstelijke gift zijn we van harte dankbaar. Ook omdat ze voor Directeuren een prikkel te meer zal wezen, niet te lang te wachten met de eerste stappen te doen om ook een medische faculteit aan de Vrije Universiteit in het leven te roepen.
De Wet op het Hooger Onderwijs legt, indien ze straks door de Koningin bekrachtigd wordt, zeker hooge verplichtingen aan de Vrije Universiteit op. Reeds nu door het uitbreiden van het aantal hoogleeraren. Maar nog meer, omdat over een kwart eeuw een vierde faculteit moet geïnstitueerd zijn. *'
Ook al kan door verhooging van contributie zeker veel gedaan worden, om die lasten van Directeuren te verlichten, toch blijkt dit altijd een wisselvallige post. Wat voor de instandhouding eener Universiteit broodnoodig is, is in de eerste plaats, dat een kapitaal gevormd worde, groot genoeg om uit de rente daarvan de voornaamste uitgaven te bestrijden.
Nu is het kapitaal, bij de stichting der Universiteit bijeengebracht, zeker in deze vijf-en-twintig jaar niet onbelangrijk gestegen, en wanneer de ton-commissie er in slaagt haar honderdduizend gulden bijeen te brengen, dan is met de Rijkssubsidie voor den bouw er bij gerekend, het kapitaal reeds een goed eind weegs naar het half millioen.
Maar de rente zelfs van een half millioen geeft slechts; het tractement voor vijf professoren, terwijl een medische faculteit zeker met geen veertig duizend gulden jaarlijks behoorlijk in stand kan worden gehouden.
Zal op den duur de Vrije Universiteit aan de eischen der Wet kunnen beantwoorden, dan ligt in uitbreiding van het kapitaal de aangewezen weg. Een stichting, die een millioen bezit, heeft in dat kapitaal zelf een duurzamen waarborg voor haar levensexistentie. Ze hangt niet meer af van allerlei wisselende omstandigheden, maar kan rustig haar weg vervolgen.
De termijn, dien de wet stelt, van vijfen-twintig jaar voor de medische en nog een kwart eeuw voor de natuurkundige faculteit, geeft speelruimte genoeg. Wanneer vooral bij testamentaire beschikking de Vrije Universiteit meer wordt bedacht, dan is verwezenlijking van de eischen der wet zeker niet onmogelijk.
Moge het voorbeeld van den milden gever uit Utrecht daarom navolging vinden. Al hebben we in onzen kring geen Carnegie's, die millioenen kunnen schenken, toch kan de liefde van ons volk ook voor de Vrije Universiteit wonderen doen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 14 mei 1905
De Heraut | 4 Pagina's