De Anthropologie van Zwingli.
Het proefschrift, waarmede deheerOorthuis den doctoralen titel haalde aan Leiden's Hoogeschool, verdient ook in onzen kring de opmerkzaamheid.
Vooreerst om de hier behandelde^ stof. Want al is niet Zwingli maar Calvijn de reformator, die aan onze kerken het stempel heeft opgedrukt, toch mag daarom nooit vergeten, wat onze kerken ook aan Zwingli verschuldigd zijn, die voor Zwitserland de Reformatie heeft tot stand gebracht. Een studie over de „anthropologic van Zwingli" is dus metterdaad van belang, en Dr. Oorthuis toont niet alleen in deze dissertatie, dat hij zoowel met de werken van Zwingli als met de latere litteratuur over dezen Reformator goed op de hoogte is, maar hij wijst ook volkomen terecht aan, hoe Zwingli nog veelszins onder den invloed van het Humanisme stond, en daarom niet tot een zuivere, Schriftuurlijke beschouwing van den mensch komen kon. Juist zulk een studie doet nog te beter uitkomen, en daarin ligt wel haar blijvende beteekenis, hoe dankbaar we mogen zijn, dat niet Zwingli maar Calvijn, die zooveel zuiverder de lijnen trok, de geestelijke vader onzer kerken geworden is.
Maar niet minder verblijdt ons dit proefschrift, omdat zoowel uit den inhoud van deze studie als de bijgevoegde stellingen blijkt, dat Dr. Oorthuis noch van de moderne noch van de ethische theologie gediend is, maar een beslist confessioneel standpunt inneemt.
Stelling X luidt:
Romeinen Vil. 14—26 is bedoeld van den wedergeborene.
Stelling XV:
Er is geen ware zedelijkheid zonder weder gebooite.
En nog duidelijker spreekt stelling XIX:
Instemming slechts met geest en hoofdzaak der belijdenis eener kerk van hare leden te eischen, staat practisch gelijk met afschaffing dier belijdenis.
Er spreekt moed uit, dat een jonge doctor te Leiden zulke stellingen verdedigen durft.
Vraagt men hoe het komt, dat een kweekeling van de moderne Leidsche faculteit zoo radicaal tegen het standpunt zijner hoogleeraren zich verklaart, dan ligt de psychologische oplossing van dat raadsel wel in de XVIIIde stelling:
Bestudeering der groote Reformatoren behoort een eerste plaats in te nemen bij de stadie van den theoloog.
Wie door zoo ernstige studie met de denkwereld onzer groote Reformatoren bekend wordt, kan niet anders dan den invloed van hun machtigen geest ondergaan.
De historische zin, die te Leiden heerscht, kweekt, trots het moderne onderwijs, telkens weer Calvinisten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 18 juni 1905
De Heraut | 4 Pagina's