INGEZONDEN STUKKEN.
(Buiten verantwoordelijkheid van de Redactie). e
Beeldendienst,
Mijnheer de Redacteur/
Toch waag ik het, u nogmaals een plaatsje te verzoeken. Als u bedenkt, dat ik niet aanvaller maar aangevallene ben, kan u mij dat, dunkt mij, niet weigeren.
M. d. R. I U stelt mij op een verkeerd standpunt. U stelt het voor, alsof de bewijslast op mij rust, alsof ik te bewijzen heb, dat de vereering der heiligen, ook door beelden en dezer versiering enz., door God uitdrukkelijk in het O. of N. T. is voorgeschreven of ten minste goedgekeurd. Daarin nu vergist u zich, ten minste voor het onderhavige geval. Immers nu ook u, na mijn woord van protest tegenover den aanval van mejuffrouw Kuyper, onze manier van heiligenvereering aanviel, had u ie bewijzen, dat deze manier door God verboden werd. Ik had slechts te bewijzen, dat u zulks niet deed, noch door uw beroep op de door God verboden afgoderij der heidenen, noch door uw beroep op het O. T. (2 Mos. XX : 4), noch door uw beroep op de veroordeeling der kalverdienst. En nu meen ik toch dit: anneer de lezers van de Heraut onze uiteenzettingen nog eens bedaard willen overlezen, zullen zij wel niet het goed recht der roomsche heiligenvereering inzien, maar zeker zeggen: astoor Smit bewijst toch wel, dat de redacteur van de Heraut niet bewezen heeft, dat God de roomsche heiligenvereering veroordeelt. Welnu, M. de R., meer had ik niet te doen.
Met vriendelijken dank voor de opname. Hoogachtend,
Pastoor.
Geesteren bij Tubbergen, 12 Juni 1905.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 18 juni 1905
De Heraut | 4 Pagina's