Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

9 minuten leestijd

Noord-Amerika. De Hongaarsche kerk in de nieuw"e wereld. Van de Mormonen.

Onder de belijders der Gereformeerde leer in de nieuwe wereld vindt men ook Hongaren. De meesten voegden zich bij de Duitsche Geref. Kerk. Doch ook velen werden leden van de Presbyteriaansche Kerk, zoodat er in de kerk vele Hongaarsche gemeenten, gevonden worden. In Mei 1904 zond de moederkerk in Hongarije , den president harer synode naar Amerika, die onderscheiden predikanten het voorstel deed om zich van hunne kerken los te maken en een afzonderlijke, onafhankelijke Classis of Presbyterium te vormen, als een onderdeel van de Hongaarsche kerk. Het voorstel werd verworpen, doch daarna werd het op eene geheime samenkomst door enkelen aangenomen.

Daarna werd door den president der Synode en vijf predikanten een nieuwe Hongaarsche Kerk gesticht, terwijl van alle predikanten der Hongaarsche Gemeenten geeischt werd, dat zij met de Amerikaansche Kerk, waartoe zij behooren, zouden breken, als zij althans als predikanten door de Hongaarsche Kerk wilden erkend, worden. Hierop zijn nog 6 predikanten tot de nieuwe formatie overgegaan. Nu moge men het onbehoorlijk vinden, dat de Hongaarsche Gereformeerde Kerk zich mengt in de zaken der Hongaarsclie Kerk; Amerikaansch, gelijk men dit in de nieuwe wereld doet; doch wij kimnen ons zeer goed voorstellen, dat de [Hongaarsche Gereformeerden het voor hunne broeders die naar Amerika togen, niet goed vinden, dat zij opgenomen worden in de Presbyteriaansche Kerk. Het is toch niet bevorderlijk voor den groei eener kerk, wanneer zij een aanhangsel is eener gemeenschap, waarin eene andere taal gesproken wordt, en waarin de Gereformeerde belijdenis, '00 al niet vervalscht is, dan toch zeker bedreigd is.

Hoewel vele aanhangers van het Mormonisme openbaar verklaard hebben, dat sedert het manifest van 1890, polygamie heeft opgehouden een leerstuk hunner Kerk te zijn, waren er toch duizenden in Utah en andere Staten, waar vele Mormonen wonen, die de waarheid dezer verklaring e in twijfel trokken. Bij het onderzoek, ingesteld door de commissie van den Senaat te Washington, is dan ook aan het licht gekomen, dat vele Mormonen, en zelfs sommigen der hoogere geestelijkheid, de wet overtreden en handelen in strijd met het manifest, waar door het Utah mogelijk werd om onder de Staten der Unie opgenomen te worden.

Hierbij blijft het echter nog niet. De laatste gehouden Mormonen-Conferentie, te Salt Lake City in April, heeft twee zoogenoemde apostelen, beschuldigd van polygamie, gehandhaafd. Deze uitspraak moet dus wel beschouwd worden als eene vernieuwde kerkelijke sanctie van het vroeger veroordeelde kwaad.

en Iemand uit Utah, goed met de toestanden op de hoogte, schreef het volgende in de Chr. Herald :

In de jaren aan 1890 voorafgaande, stond het feit onwederspiekelijk vast, dat de Mormoonsche Kerk polygamie leerde en dat wel op god­ delijk bevel, naar de voorgegeven openbaring aan de profeten dezer Kerk. Sommigen verklaarden deae inzetting als nog onderworpen aan ieders keuze, maar de meerderheid achtte het rechtstreeks verplichtend. Een man moet meer dan eene vrouw hebben in dit leven, om de hoogste heerlijkheid in het toekomende te verkrijgen.

Deze bizondere „hemelsche wet, " veroor­ t zaakte strijd met andere Kerken, met het gouvernement en ook in de Mormoonsche Kerk zelve. Maar in 1890 verklaarde de bejaarde pres. der Mormonen, Wilford Woodruff, dat van af dit jaar niemand zijner volgelingen meer dan een vrouw mocht nemen.

De veertien jaren die sinds verloopen zijn, is bestendig over deze «aak gesproken, omdat het ) vermoeden gedurig bleek grond te hebben, dat . de Mormonen het niet ernstig daarmee namen. In het begin van 1904 werd Reed Smoot, een s-Mormoonsch apostel gekozen, om Utah in den Senaat te Washington te vertegenwoordigen. Bezwaar rees om hem zitting te verkenen en de commissie voor „Privileges and Elections" kreeg in last de zaak te onderzoeken.

Nadat vele getuigen waren gehoord, waaronder ook pres. Joseph F. Smith van de Mormoonsche Kerk, legde in Febr. 1905 Reed Smoot zelf getuigenis af. Hij verklaarde, dat hij met de polygamie niet sympathiseerde, en dat hij, vernomen hebbende, dat twee apostelen zijner Kerk hiervan waren beschuldigd in de OctoberConferentie, te Salt Lake Cuy gehouden en heel de Kerk vertegenwoordigende, er bij pres. Smith op had aangedrongen om deze twee apostelen uit de rij der apostelen te verwijderen; dat pres. Smith beloofd had een onderzoek te zullen instellen en dan naar bevind van zaken zou handelen.

Nu vormen de president en de apostelen het bestuurslichaam der Kerk. Zoo zij zijn, is hun Kerk. Het was dus van het uiterste gewicht te vernemen, wat de hoofden inzake dit punt e zouden uitspreken. Zoowel in Washington als in Utah leefde men in de verwachting, dat pres. Smith naar zijn gegeven woord zou handelen en dat de Conferentie in April inzage zou nemen van het onderzoek en dan uitspraak zou doen. Het gold hier een belangrijke zaak, een zaak waarvoor al die veertien jaar de Mormoonsche kerk beschuldigd werd.

En wat gebeurde? Toen de Conferentie saamkwam, was Reed Smoot, de aanklager, afwezig, hij was den vorigen dag naar Californië vertrokken. En op de Conferentie werd geen enkel woord gesproken over de aanklacht en over het gedane (of niet gedane) onderzoek. Pres. Smith verklaarde, dat het voorstel was gemaakt en gesteund, dat de twee beschuldigde apostelen zouden worden gehandhaafd als profeten, zieners en openbaarders. Van de 11, 000 personen, die tegenwoordig waren, verklaarden zich slechts twee tegen het voorstel.

Zoo heeft dan de Mormoonsche kerk op ondubbelzinnige wijze het standpunt van voor 1890 offfcieel weer ingenomen.

Wij meenden deze uitvoerige mededeelingen onzen lezers niet te mogen onthouden, omdat de Mormonen niet ophouden ook in Nederland propaganda te maken voor hunne verderfelijke leer. Wij vernamen dat te Amsterdam de apostelen van het Mormonisme bij de lokalen van het Leger des Heils post vatten, om de bekeerlingen dier instelling mede te nemen voor hunne samenkomsten. Doch ook op andere manieren zoeken zij de menschen te verleiden.

— Oppositie tegen het aanvaarden van Rockefellers gift voor de Zending.

In de nieuwe wereld is er nog steeds geen beslissing genomen in zake de gift van/250, 000 van den olie-koning Rockefeller aan de American Board of Foreign Missions. Hierover is heel wat stof opgedwarreld. Er zijn menschen die het aannemen van deze gift streng afkeuren, omdat zij niet willen, dat de zaak des Heeren bevorderd wordt door middel van geld dat op oneerlijke manier, althans volgens hun oordeel, verkregen werd. Anderen zien hierin geen bezwaar, want geld is geld.

Wij willen kortelijk de geschiedenis van deze zaak mededeelen, waaruit men zien kan, hoe deze koninklijke giften soms verkregen worden. Den lyen April 1902 ontving Rev. James I. Barton D. D., secretaris van den American Board, een schrijven van John D. Rockefeller Jr., waarin deze hem verzocht om hem te New-York te bezoeken tf: n einde over het zendingswerk te spreken. Dit onderhoud had plaats den 23 April van dat jaar. Bijna een jaar wachtte Dr. Barton naar den uitslag; geen bericht kwam. Den i4en April 1903 schreef hij aan Rockefeller Jr., dat hij de zaak nog wel eens met hem wilde bespreken, waarop hij ten antwoord kreeg, dat zijn vader niet bereid was een gift voor de Am. Board af te zonderen, zoodat samenspreking doelloos zou zijn. Maanden verliepen voordat Dr. Barton weer een poging waagde om bij Rockefeller aan te kloppen. Hij schreef aan Mr. F. T. Gates, den „confidential agent" van den millionair, en ontving den volgenden dag, 23 Dec. 1904, bericht, dat ofschoon Rockefeller tot dusver de Zending en hare inrichtingen van onderwijs in het buitenland niet gesteund had, hij hem toch den raad gaf hem de behoeften van den Am. Board bloot te leggen. Nadat nog een jaar conferenties waren gehouden en eenige correspondentie gevoerd, ontving Dr. Barton van Mr. Gates den iien Febr. 1903 het bericht, dat Rockefeller de som van / 250, 000 voor den Board beschikbaar stelde voor het gevraagde doel. Zoodra het bekend werd, dat dit bedrag geschonken was, werden er stemmen vernomen, die verklaarden er zich niet mee te kunnen vereenigen, dat deze som van een man als Rockefeller werd aanvaard.

Rechtens, zoo spreken deze personen, behoort het geld, dat Rockefeller aanbiedt, hem niet toe. Het vermogen van dezen millionar wordt geschat op / 2500, 000, 000. Het is onmogelijk dat iemand zulk een bedrag in betrekkelijk kotten tijd kan verzamelen, indien hij eerlijke middelen gebruikt. In 1885 werd voor het Federal District Court te Columbus, Ohio, een zaak onderzocht, waardoor aan het licht kwam dat de Standard Oil Co., waarvan Rockefeller pres. en hoofd is, een spoorwegmaatschappij had genoodzaakt de olie voor 10 c. per vat te vervoeren, terwijl andere olie handelaars 25 c. moesten betalen. Het contract werd vernietigd door de rechtbank en de rechter qualificeerde wat de Stand. Oil Co. had gedaan als „onwettig, gevaarlijk en onverantwoordelijk."

Mr. A. J. Cassatt van den Pennsylvanië spoorweg heeft voor de New-York Investigating Com. het getuigenis afgelegd, dat de spoorwegen gedurende 18 maanden de Stand. Oil Co. aan korting of vrachtprijzen de kapitale som van 10, 000, 000 doll, hadden betaald. En toch verklaarde Rockefeller onder eede, dat zijne Comp. nog nooit eenige gunst van eenigen spoorweg had ontvangen,

Tusschen I882 en 1892 werd de Stand. Oil Co. georganiseerd als een „Trust", waarin een groot aantal corporaties werden opgenomen. In 1892 verklaarde het Supreme Court van Ohio deze trust voor onwettig en gaf bevel tot ontbinding.

In I898 en I899 werd een poging gedaan door den Attorney General van Ohio om gewaar te worden of het bevel van de rechtbank om den Trust te ontbinden, ook gehoorzaamd was. De Comp. kreeg bevel hare boeken ter inzage te geven. En wat gebeurde? Zestien kisten met boeken werden uit de kantoren te Cleveland genomen en verbrand. Het bestuur van de Stand. Oil Co. verklaarde, dat het niet de boeken waren, die de rechtbank begeerde in te zien, en dat de bedoelde boeken ook niet zouden worden afgegeven, omdat, zoo verklaarde de Secretaris der Comp., dan: a. feiten aan het licht zouden komen, die men zou kunnen gebruiken ten bewijze dat de Stand. Oil Co. schuldig staat aan overtredingen, strafbaar verklaard door een wet van Ohio; en 6. waardoor hij zelf als bestuurslid ook zou kunnen worden vervolgd.

Wanneer dus de heeren van de Standard de verklaring afleggen, dat hunne boeken praktijken aan het licht brengen, die hen schuldig maken voor de wet, dan staat men niet meer voor een vermoeden of praatje of een lasterlijke aantijging, maar is duidelijk dat zij hun geld op onwettige wijze hebben opeengehoopt.

Daaruit kunnen wij dan het besluit trekken, dat de oppositie tegen het aanvaarden van de gift gewettigd is. In elk geval verblijden wij ons in het feit, dat er mannen waren, die toonden onrechtmatig verkregen geld voor de Zending niet te begeeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 18 juni 1905

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 18 juni 1905

De Heraut | 4 Pagina's