De overdracht van het Rectoraat.
Amsterdam, 20 Oct. 1905.
Een donkere schaduw op het vroolijke feest, dat in den kring der Vrije Universiteit gevierd werd, wierp de plotseling opgekomen ongesteldheid van den aftredeaden rector. Al geeft deze krankheid niet direct aanleiding tot ernstige bezorgdheid en al mag gehoopt, dat Prof. Biesterveld spoedig weer zijn arbeid zal kunnen hervatten, het was hem toch onmogelijk de rectorale rede te houden bij de overdracht van het rectoraat. Voor hem zelf was dit zeker een pijnlijke teleurstelling, maar niet minder voor de vrienden der Vrije Universiteit, die in zoo grooten getale naar Amsterdam waren opgegaan en voor wie de rectorale rede het waardig slot van deze feestweek beloofde te zijn. Van Prof. Biesterveld, wien in zoo zeldzame mate de gave der welsprekendheid verleend is, werd niet alleen een wetenschappelijk doorwrochte, maar ook door schoonen aesthetischen vorm het oor bekorende rede verwacht. En al biedt de thans reeds in het licht verschenen oratie gelegenheid, den afgetreden rector met dezen kostelij ken arbeid van harte geluk te wenschen, vooral hier blijft toch het gemis van de viva vox niet te vergoeden.
Aan den prorector Prof. Bavinck viel thans de taak ten deel, die de rector had behooren waar te nemen. Hij beperkte zich tot een kort woord van inleiding, waarbij hij wees op de roeping, die de Vrije Universiteit heeft te vervullen in de tweede kwarteeuw van haar bestaan, inzonderheid door uitbreiding van het getal harer faculteiten, en ging daarna over tot het voorlezen van de annales academici, waarbij o. a. herinnerd werd aan het aftreden van den heer Seefat als directeur, en aan het heengaan van Mevr. Mond als directrice van het Hospitium. Aan beiden werd een hartelijk en waardeerend woord gewijd. Het welkom werd toegeroepen aan den op nieuw tot directeur verkozen heer .S. baron van Heemstra, en aan de nieuw benoemde directrice van het Hospitium, Mevr. Jansonius. In het afgeloopen jaar werden ingeschreven 28 studenten, terwijl één door den dood werd weggenomen.
Van de nieuw ingeschrevenen waren 16 voor de theologische, 11 voor de juridische, I voor de literarische en 2 voor de medische studiën bestemd. Twee hunner lieten zich inschrijven voor twee faculteiten.
Voorts werden 153 studenten gerecenseerd, zoodat liet geheele aantal der ingeschreven studenten bedraagt: i8o. In de theologische faculteit legden 19 studenten het eerste, en lo het tweede gedeelte van het candidaatexamen af; 3 deden doctoraal examen, terwijl ééne promotie plaats had. In de literarische faculteit werden 18 propaedeutische examens afgenomen en in de juridische faculteit 9 candidaats-en4 doctorale examens. Alles had in dit academisch jiar een gunstig verloop; stof tot danken was er te over.
Na het verhalen dezer annales droeg de prorector met een hartelijk woord het rectoraat over aan Prof. Dr. F. L. Rutgers, en eindigde hij met den aiouden wensch: Vivat, crescat, floreat Academia Libera Reformata.
Gaarne bieden wij aan onïe lezers tegelijk een kort overzicht van de rede, die Prof. Biesterveld zich voorgenomen had uit te spreken.
Het onderwerp der oratie luidt: „De jongste methode voor de verklaring van het Nieuwe Testament". Eerst werd uiteengezet hoe de religionsgeschichtliche methode die het Christendom eene synktetistische religie noemt, zich in de laatste twimig jaren mser en meer op den voorgrond heeft gedrongen. Wel zocht reeds het Rationalisme naar allerlei analogie bij andere religies — maar na de lange rust kwam dit beginsel weer boven in de tegenwoordige „religionsgeschichtliche" school. Op h. t gebied der Dogmenhistorie was Harnack de voorlooper. Toen kwamen de studiën over de joodsche literatuur, om te betoogen dat het Christendom een ontwikkeling van het latere Jodendom is, en eindelijk werden alle Oostersche en Wester-Eche religies samengeroepen om van hun invloed op het Christendom in zijn ontstaan te gewagen. Vooral het geschrift van H. Ginkel „Zum religionsgeschichtlichen Verstandnis des Neuen Testaments" werd het program voor deze be weging in den jongsten tijd. Hij breekt met alle suprarationaUsme en wil de mysteriën van het Christendom slechts verklaard zien langs natuurlijken en mythischen weg. Uit het synkretistische Jodejadom kwam het Christendom voort — veel is bij Paul us en Johannes, maar ook in het leven van Jezus terug te brengen tot mythologischen invloed, voornamelijk uit het Oosien. Nadat nog op een tweetal neven stroomingen, getypeerd in Weineb en Trdltsch, is gewezen, wordt de aandacht gevestigd op het nog radicaler optreden van mannen als Kalthojff, die eenvoudig het geheele historische bestaan Jezus van ontkennen.
Daarna wordt het verschijnsel verklaard, dat deze beweging in zoo korten tijd zoo grooten omvang verkreeg. Dit wordt gezocht in de in grijpende verandering van de bestudeering van de geschiedenis der godsdiensten onder den invloed van een geheel andere voorstelling van het wezen der religie, en in de overbuiging tot mystiek en pessimisme in het algemeen. Ook wordt het verschijnsel verklaard, dat juist zoovelen uit de school van Ritschl met deze beweging meegaan.
Vervolgens worden breedvoerig verschillende beweerde analogieën in betrekking tot de geboorte en het leven van Jezus, aangaande de logosleer van Johannes, de leer van Doop en Avondmaal bij Paulus en de visioenen der Apocalypse getoetst.
Daarna maakt de schrijver het oordeel over deze richting op en ontwikkelde als hare principieele fouten: het oppervlakkig aannemen van analogieën en lichtzinnig concludeeren tot afhankelijkheid van de zjjde van het Christendom; een geheel verkeerde opvatting van het wezen der religie; een systematisch brengen van de bestudeering der religiën onder de huidige wijsgeerige wereldbeschouwing, hetgeen het uit gangspunt als niet historisch en bevooroordeeld teekent, en eindelijk een optreden en een be doelen geheel met het Christendom in strijd, dat zich als absoluut aandient en de eenheid der openbaring handhaaft. Na breede behandeling dezer bezwaren stelt schrijver de vraag, hoe wij nu tegenover deze beweging hebben te staan, of uit haar optreden iets voor ons te leeren valt, en of van haren aanval alles of niets te vreezen is voor het Christendom? Wij hebben tegenover deze beweging de roeping om het ver band tusschen algemeene en bijzondere openbaring meer dan ooit belijnd uit te spreken; het concrete in de Schrift meer nog dan tot dusverre te doen uitkomen. Dan wordt voor analogie en verband de sleutel ter verklaring gegeven niet alleen, maar wordt ook het eigen standpunt helderder en vaster en kan de strijd niets brengen dan winsie. Er valt niets te vreezen. Het Christendom heeft meer van die aanvallen doorstaan — wij kunnen rustig voort gaan met onzen arbeid in het geloof: Verbum Dei manet in aeternum.
Dit kort overzicht geeft natuurlijk slechts zeer summierlijk den rijken inhoud dezer oratie aan. Gelijk men ziet, sluit zij zich aan bij de oratie twee jaar geleden door Prof H. H. Kuyper gehouden. Had deze ten opzichte van het Oude Testament de poging afgewezen om Israel's religie uit Babel te verklaren. Prof Biesterveld levert slag tegen dezelfde „religionsgeschichtliche methode" ten opzichte van het Nieuwe Testament.
Met dankbaaifheid zal ook deze oratie door ons Gereformeerde volk ontvangen worden. Prof. Biesterveld heeft nog slechts enkele jaren het onderwijs op zich genomen voor de Nieuw-Testamentische exegese en canoniek; maar deze oratie toont reeds, hoe de schrijver zijn stof geheel beheerscht, op de hoogte is van de nieuwste litteratuur en met beslistheid en voorzichtigheid weet aan te wijzen, wat in deze nieuwere richting dient afgewezen als in strijd met het karakter van het Christendom en wat als winste dankbaar kan worden begroet. Vooral het detailnderzoek, waarbij op bepaalde concrete unten de onhoudbaarheid dezer nieuwe methode wordt aangewezen, mag treffend geslaagd worden genoemd. Een schat van noten, waarin de wetenschappelijke onderbouw van deze oratie wordt uitgestald, verhoogt in niet geringe mate haar waardij.
Het verheugt ons, dat de Vrije Universiteit ook door deze oratie weer getoond heeft, dat ze, warsch van alle bekrompen kleingeestigheid, voor de heiligste goederen van ons Christelijk geloof den strijd wil aanbinden. Daardoor sterkt ze het vertrouwen, wint ze aan invloed ook buiten onzen kring en toont ze van haar hooge roeping zich bewust te zijn.
Moge Prof Biesterveld spoedig door Gods genade van het ziekbed worden opgericht, en zij deze eersteling op het terrein der Nieuw-Testamentische exegese de voorproef van menig degelijk studie werk op dit gebied, dat met graagte uit zijn hand zal ontvangen worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 22 oktober 1905
De Heraut | 4 Pagina's