Buitenland
Duitschland. De Vrije Theologische School van Von Bodelschwing.
De bekende pastor Von Bodelschwing, het hoofd en de ziel van de Christelijk-philantropische inrichtingen te Bethel bij Bielefeld, heeft, gelijk wij reeds in dit blad vermeldden, een Vrije Theologische School opgericht. Hij wil door deze stichting niet eene universitaire opleiding aan jongelieden die zich voorbereiden om als predikanten de kerk te dienen, maar verlangt aan jonge mensc'ien die aan een der Staatsuniversiteiten studeeren of met hun stu dien gereed kwamen, gelegenheid te bieden om hunne studie aan te vullen en te „verliefen", in het bijzonder met het oog op de vertrouwdheid met de Heilige Schrift. Pastor Von Bo delschwing zegt daarover nog: „In de verste verte beelden wij ons niet in, dat wij, dooide jongelieden een jaar op onze Bijbelschool te onderwijien, daardoor groote leemten aanvullen en zij daardoor bekwaam worden om als geleerde lieden zich op den een of anderen hoogen stoel neder te zetten. Ach neen! Zij moeten veeleer in de eerste plaats van alle hooge stoelen afgaan en erkennen dat zij niets weten. Bij onzen arbeid komt het in de eerste plaats aan op de vorming van den inwendigen mensch, en als in die richting gewerkt wordt, kan een jaar door den Geest Gods veel uitwerken. De stu denten moeten immers van de Hoogeschool niet slechts bloote wetenschap medebrengen, maar leven uit God, blijmoedig geloof en liefdegloed.
En nu nog een woord over het deelnemen onzer studenten aan den praktischen liefdearbeid der Zionsgemeente Sommigen willen de studie van dien praktischen arbeid geheel afscheiden, anderen zoeken die twee dingen te veel door een te mengen. Doch ik gun eiken jongen theoloog een dergeüjken practischen cursus als mij te beurt gevallen is. Ik ben er zeer af keerig van, dat opgewekte jongelieden reeds vroegtijdig gaan arbeiden aan de bekeering van andere menschen. Daarentegen geloof ik, dat naast de schort, ook truffel, hamer en aanbeeld enz., naardat men dit noodig oordeelt of er behoefte aan heeft, een bescheiden plaats kan ingeruimd worden. Bijzonder raad ik aan, dat men bij den aanvang van den studententijd zich geve om regelmatig aan de Zondagsschool te arbeiden.
Het is mij duidelijk geworden dat zij, die op het voetspoor van Christus een dragen van de schort der dienende liefde beproefd hebben, een rijken zegen ontvingen, zoowel voor hun eigen hart als voor hun heerlijk ambt. Hoe menig candidaat in de Godgeleerdheid heeft mij gezegd, dat hij, terwijl hij in het sZoar der kleinen", de arme zwakke knaapjes verpleegde en hen zocht te voeden met het woord des levens, zijn geheele systeem dat hij zich gevormd had, heeft laten varen, om zich een nieuw te vormen, dat in den wind en in den storm stand houdt. Aan zulk een zegen en-blijdschap zou ik gaarne onze studenten in bescheidene mate zien deel krijgen. In elk geval behoeven de angstige waarschuwers op verre na niet zoo bang te zijn voor de gevaarlijke sorthodoxie" van onze vrije school, als voor de kranke en zwakke kindertjes van het kinderhuis Klein Bethel en Zoar. Hie zitten de professoren op hunne leerstoelen, die ons duidelijk leeren wat het Evangelie en wat de kracht Gods tot zaligheid is.”
Voorts betoogt pastor von Bodelschwing, dat het werken onder die kleinen de beste voorbereiding is, voordat men zich begeeft op het zendings veld onder de Heideneff Hij berekent dat er, om de heidenen te bearbeiden, die n de Duitsche koloniën gevonden wordea minstens 1500 zendelingen noodig zijn en hoopt dat het vuur om die heerlijke zaak te ondernemen, door zijn vrije school zal aangestoken worden.
Wat pastor Von Bodelschwing met zijn Vrije School bedoelt, bevredigt ons niet geheel; een Vrije Universiteit op den grondslag van de belijdenis der kerk zou volgens ons noodig zijn om een dam op te werpen tegen de stroomingen, die de kerken in Duitschland met vernietiging bedreigen. Doch met het oog op de bestaande 'oestanden en de bekende zienswijzen achten wij het een voorrecht, dat een man als Von Bodelschwing met zijn Vrije Theologische School is opgetreden.
Engeland. Dr. Barnardo.
Het slerven van Dr. Barcardo, die zoovele daklooze kinderen een goed te huis en een goede, hristelijke opvoeding bezorgde, heeft in Engeland algemeene deelneming verwekt. Het wordt nu uitgesproken, dat Engeland in den overledene een man van groote beteekenis heeft verloren, een man die onder de voornaamste weldoeners van het Engelsche volk moet gerekend worden. Zonder fortuin te bezitten en zonder dat hij relatiën onder gefortuneerde menschen had, is het hem gelukt aan veel ellenden een einde te maken en zonde en ellende te voorkomen, waardoor hij zich een blijvend monument heeft gesticht. Niettegensta, inde zijn wankelende gezondheid bleef hij moedig op zijn post, totdat de dood hem daarvan afriep. Hoe Dr. Bamardo er toe kwam om zich het lot van daklooze knapen en meisjes a: ; n te trekken, is in alle bladen te lezen geweest, en met welke verrassende uitkomsten hij dien arbeid heeft voortgezet, is evenzeer bekend. Wij willen nog slechts daaraan toevoegen dat hij een man was des gebeds. Hij greep e!k middel aan om het publiek te laten weten, hoeveel geld hij noodig had; o. a. /2400 eiken dag voor brood, doch vóór alles zocht hij het aangezicht des Heeren voor zijne stichting. Daarom schreef hij eens: „Ik vrees dat mijn werk in dezen tijd zoo mechaüisch geworden is, en dat de hulp uit den breeden kring van vrienden die daarmede sympathiseeren, zoo vast is dat er slechts weinig behoefte is om geloof te oefenen of om te bidden dat God het zal bevorderen. Ach zoo, weinig weten zulke vrienden wat de werkelijke feiten zijn! Nooit wellicht heb ik meer dan in den tegenwoordigen tijd reden gehad om de goedheid Gods te loven, omdat Hij mij sterkt tot de zware taak, die Hij mij op de hand legde, en nooit heb ik meer behoefte gehad om die hulpe Gods te zoeken. Wanneer zijn liefderijke armen, mij niet ondersteunden, moest ik al lang verpletterd zijn onder het gewicht van den zwaren last dien ik te dragen heb; doch de ondersteuning eiken morgen en eiken avond opnieuw door mij ondervonden, getuigt van de trouwe van God die zijn Verbond houdt.”.
De levensbeschrijver van Dr. Bamardo zal te spreken hebben van de meest buitengewone gebedsverhooringen, die hem op één lijn plaatsen met mannen als Francke en Muller. Hij schreef dan ook den bloei van zijn tehuizen alleen toe aan het geloovig gebed.
Dr. Bamardo was er van overtuigd dat het werk, dat hij zich voornam te doen, alleen kon gelukken door de wederbarende werking van den Heiligen Geest. Een louter zedelijke opvoeding zou zeker, volgens zijn eigen woorden, menigen vagebond tot een behoorlijk lid der maatschappij maken. Doch als christen moest hij iets hoogers zoeken. Het was zijne begeerte om niet alleen voor den tijd, maar ook voor de eeuwigheid te redden. Laat er ons aan toevoegen dat Dr. Bamardo daklooze, zwervende kinderen zonder onderscheid van rehgie opnam en dat er uit zijn stichting menig predikant en parlementslid is voortgekomen.
Rusland. Tegenwerking der bureaucratie in zake de verleende vrijheid van conscientie.
Het zaad dat door de Panslavisten gezaaid is, begint overvloedig vrucht te dragen. Opdat hunne denkbeelden te eerder verwezenlijkt worden hitsten zij namelijk in de grensprovinciën de lagere standen tegen de hoogere op, met het gevolg dat de eene nationaliteit tegen de andere werd opgezet. Zoo zijn in de Oostzee provinciën de Letten en Esten tegen de Duitschers, in Finnland de Finnen tegen de Zweden, in denKaukasus de Tartaren tegen de Armeniërs in het harnas gejaagd. Bij de lagere volkklasse werd het ontzag voor de overheid door dit jarenlange drijven weggenomen, en het eind van de zaak was: opstand tegen de Russische regeering.
Die revolutie moet bezworen worden doordat de Czar het Russische stelsel van drang laat varen en eene waarlijk vaderlijke regeering over zijn volk uitoefent, waarbij plaats is voor vrijheid van conscientie. Nu is de Caar daarvan wel overtuigd en ook daartoe genegen. Hij heeft dan ook al vele decreten uitgevaardigd die blijk gaven, dat hij aan zijn onderdanen geen geweld meer wil aandoen ten opzichte van hunne gevoelens omtrent de eeuwige dingen. Doch jammer genoeg wil het Russische ministerie niet met den Cjar medewerken om een beteren toestand der dingen in Rusland in het leven te roepen. Dit blijkt uit eene circulaire die de minister van Binnenlandsche zaken aan de Gouverneurs der provinciën heeft laten toekomen. In deze circulaire v/ordt omtrent de behandeling van leden van sekten voorgeschreven, dat hunne godsdienstoefeningen zonder beperking moeten toegelaten worden, doch dat in gevallen, waarbij schennis van de publieke eerbaarheid of verstoring van de rust gevreesd wordt, of waar men op godsdienstige gronden wetsovertreding, als het weigeren van het verrichten van militaire diensten of het verleiden van „orthodoxen" tot eene andere religie, najaagt, de noodige maatregelen te nemen zijn, waardoor zonder beperking van gewetensvrijheid alleen de bepalingen van het strafwetboek te volgen zijn.
Dat hierdoor de bepalingen van den Czar van haar kracht worden beroofd, is te verstaan. Toch houden wij er ons van overtuigd, dat de Russissche bureaucratie op den duur het onderspit zal moeten delven.
Een nieuw middel werd door den Russischen ministers uitgedacht om te maken, dat het verlaten van de Grieksch-orthodoxe Staatskerk bemoeilijkt wordt. Zoo deelt de Eics mede, dat volgens een bepaling van het comité van ministers, zij die de Grieksche Kerk willen verlaten, daarvoor een verzoek aan den gouverneur moeten doen, deze moet daarvan den bisschop van de plaats kennis geven, om dan na een maand het verzoek over te brengen aan het bestuur der kerk tot welke men wil overgaan. Te opzichte van de Mahomedanen en leden van kerken, die slechts in naam tot de Staatskeik behoorden, werd bepaald, dat zij tot hun vroegere religie kunnen terugkeeren, wanneer de gouverneur verklaart, dat hunne voorouders feitelijk tot de religie behoorden, tot welke zij wenschen over te gaan. Wanneer dit voorstel van de ministers kracht van wet krijgt, is het te vreezen, dat het tolerantie ediet van den Czaar zoo goed als een doode letter wordt.
De anarchistische woelingen duren in Lijfland voort.
De algemeen geachte predikant der Luthersche Kerk van Mitau, werd door anarchisten in zijn pastorie overvallen en doodgeschoten !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 29 oktober 1905
De Heraut | 4 Pagina's