De liberale pers.
Opmerkelijk is, hoe de liberale pers, die vijf-en-twintig jaar geleden bij de stichting der Vrije Universiteit haar eeresaluut bracht, thans een absoluut stilzwijgen bewaarde.
Zelfs de schrijver van Van Dag tot Dag, die anders zoo licht in dithyramben losbreekt, vond ditmaal op de snaren van zijn Her geen enkelen toon van bewondering voor de offervaardigheid van een volk, dat een ton bijeenbracht voor de Hoogeschool, die het liefheeft.
Een gunstige uitzondering maakt alleen de Hervorming:
Toen voor vijf en twintig jaar de Vrije Universiteit werd opgericht met heel de indrukwekkende miseenscine die Dr. Kuyper op zoo treffende wijze weet in elkaar te zetten, werd haar van alle zijden het „eeresaluut" gebracht. De uitdrukking van Dr. K. afkomstig, werd sedert een „bestaande" in de vaderlandsche pers, wanneer zij in den tegenstander iets kranigs weet te waardeeren. Een kranig stuk is de oprichting der V. U. geweest. Zij is een schepping van kloek aanvatten en van taaie volharding. Het werk van Dr. K. in de eerste plaats. En hij heeft gedurende zijn ministerschap de kroon op zijn arbeid weten te zetten. Hij heeft die kroon wel niet onvoorwaardelijk voor haar gekregen; eenige jiren nog zullen moeten verloopen eer zij ten volle zal verdiend zijn en voor goed zal mogen worden gedragen. Ook zal in de toekomst moeten blijken tot welken prijs hij haar verkreeg. Doch er moge in dit verband heel wat reden tot meesmuilen, zelfs tot ernstig en krachtig protesteeren zijn, toch blijft het werk van Dr. K. een voorbeeld van zeldzame geestkracht. Van slagen ook. Want de V. U. staat er, en staat er in menig opzicht ook op, zij 't dan beperkt, wetenschappelijk gebied, met eere. Te begrijpen dus is het dat men bij deze feestviering de afwezigheid van den afgetreden minister betreurt, afwezig naar den wil der Voorzinnigheid, zooals gezegd werd door den woord voerder der reunisten, maar afwezig naar zijn eigen wil toch zeker ook.
De oprichter der V. U. bracht vijf en twintig jaar geleden het Handelsblad in een zijner lyrische stemmingen. Van de Calvinisten, die de inwijding bijwoonden, schreef toen genoemd blad: „Hunne beginselen zijn de onze niet en hun theocratie zullen we steeds bestrijden; maar er is iets zeventiende eeuwsch in hun pogen en streven, dat ons doet gevoelen, in hun midden, dat wij onder landgenooten zijn, gemeenschappelijke erfgenamen van een heerlijk verleden.”
Schrijver dezes heeft toen de opmerking gewaagd — 't was in Los en Vast van die dagen — dat men in die stoere Zeeuwsche enVeluwsche en Friesche boeren, de kleine burgers, Calvinisten van stad en land, tot geestdrift voor een Universiteit ontvonkt, niet enkel met landgenooten maar ook met tijdgenooten te doen had „'tis, schreven wij, niet de vraag met welk oog wij hen als representanten der 17 e, maar als levende in de 19e eeuw zullen aanzien". Vooral aan Dr. Kuyper is het te danken, dat de groep van Nederlandsche burgers, die zich eenigermate vreemd gevoelden in den Staat der Nederlanden, zooals hij in 1815 het aanwezen kreeg, en ontegenzeggelijk ook als een min of meer vï§emd bestanddeel daarin werden beschouwd, meer op den voorgrond is getreden en zich heeft weten te doen gelden. Voor de 20e eeuw is het weggelegd, welken invloed dit zal blijken te hebben op ons volksleven.
De invloed daarvan op het „liberalisme" is reeds onmiskenbaar. Dr. Kuyper heeft zich te kwader ure laten verleiden tot de coalitie met een partij, die ondanks de gemeenschappelijke leuze van „christelijkheid", uit geheel andere elementen bestaat, dan waaruit de Cavinisten zijn gevonden. Dit moet storend werken op den voortgang van het proces, waartoe hij zelf den stoot gaf. Het heeft wat er aan zegenrijke werking van het Calvinisme kan uitgaan, ge schaad. Er zal tijd noodig zijn, vóór het de gevolgen van dat noodlottig tijdperk te bovenkomt. Maar de Vrije Universiteit zal er het hare toe kun nen bijbrengen, dat het Calvinisme, zooals het daar optreedt, meer en meer van zich zelf bewust worde en zich zelf gelijk blij ve, vt.orzoovereenig stelsel te midden van het voortschrijdend leven zich zelf gelijk blijven mag. Dan zal het, al mag Calvinistische politiek in'onzen modernen tijd een anachronisme en dus een ongerijmdheid blijken, op menig gebied van ons nationale leven van heilzamen invloed kunnen zijn. In dien zin dan brengen ook wij heden der Vrije Universiteit ons „eeresaluut.”
Voor deze waardeerende woorden zijn wij dankbaar.
Al is de lof met critiek gemengd, critiek, die naar onze overtuiging in dezen vorm niet juist is, de Hervorming toont toch eerbied te gevoelen voor de heroïeke poging om een Universiteit te stichten, en te waardeeren wat de Vrije Universiteit reeds deed en als ideaal ook voor de toekomst najaagt.
Ze verhief zich daarmede boven alle enghartigheid en bekrompenheid en wist naar de beste traditie der moderne richting ook haar tegenstanders eere te bewijzen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 29 oktober 1905
De Heraut | 4 Pagina's