Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dwingt ze om in te gaan.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dwingt ze om in te gaan.

7 minuten leestijd

Onze opmerking, dat de Roomsche Kerk, l werd ze in de practijk milder, toch in eorie het compellite intrare: dwingt ze om te gaan, nog niet heeft prijsgegeven, vindt tegenspraak.

De heer Kwakman, roomsch priester, hrijft ons het volgende:

Mijnheer de Redacteur 1 Beleefd verzoek ik u het volgende te plaatsen iu uw blad.

In De Heraut van 29 October is onder den titel „De nieuwe Koers" een artikel geplaatst, waarvan wij strekking en conclusie zeer waardeeren. Zegt u: „Niet in Rome, maar in het ongeloof, in den geest der revolutie schuilt het gevaar; " wij zeggen: niet in het geloovig Pro testantisme, maar in het ongeloof, in den geest der revolutie schuilt het gevaar.

Echter bij het aangeven van het verschil tusschen Rome en Dordt, heeft u iets gezegd, wat eenige verklaring en correctie behoeft. Dit namelijk, dat „de Roomsche kerk al werd haar practijk milder, in theorie nog altoos hand baaft het Compellite eos intrare, dwingt ze om in te gaan.

Wat nu ook de practijk van Katholieke personen moge geweest zijn of nog zijn, in theorie erkent de Katholieke Kerk het cenipellite niet, en heeft dit nooit erkend, omdat het met haar leerstelfels lijnrecht in strijd is.

Om Katholiek te zijn vordert de Kerk niet het opzeggen van een geloofsbelijdenis maar geloof, d. w. z. een volledige onderwerping van het verstand en den wil aan God („plenum revelanti Deo intellectus et voluntatis obsequium fide praestare tenemur" zegt het Concilie van het Vaticaan. Cap. III).

Wat verstaat de Katholieke Kerk onder „gelooven? " Niet het bij intuïtie inzien der waar heid, „propter intrensecam rerum veritatem", rcaar het verstandelijk overtuigd zijn, dat de aangenomen leer geopenbaard is door God, die niet anders dan-waarheid kan spreken.

Die verstandelijke overtuiging staat veel minder dan intuïtie bloot aan pressie en suggestie; kan alleen voortkomen uit de min of meer volledige kennis der „revelationis argumenta, facta scilicet divina, atque imprimis miracda et profetiae, quae revelationis signa sunt cettissima" (Conc. vat. Gap. III).

Wil een Katholiek dus iemand bewegen tot de Katholieke kerk over te gaan, dan staat hem, volgens de beginselen dier kerk, niets anders te doen, dan dien persoon bekend te maken met de „motiva credibilitatis", met de bewijsgronden voor de waarheid van het Katholicisme.

Zoolang die bewijsgronden hem niet volkomen overtuigd hebben, heeft hij niet het „geloof, wat voor het lidmaatschap der Katholieke keik onmisbaar is.

Wie dus in zoo'n geval toch zou „dwingen in te gaan" begaat een dwaasheid, en stelt daarenboven een „daad, die door de leer der R. K. kerk omtrent de „conscientia" veroordeeld wordt.

Zoo zegt b.v. V. Cathrein (I blz. 393):

Die behauptete Pflicht (zu thun was das sichere Gewissen gebietet, und zu unterlassen, was es verbietet) gilt auch in Bezug auf das irrende Gewissen, wenn der Irrttum unüberwindlirh ist. Denn die eigentliche und formale Gutheit imd Bosheit unseres Willens hangt von dem Gegenstande ab, nicht wie er in sich selbst objectiv ist, sondern wieervom Verstande erfaszt und dem Willen vorgelegt wird, ”

Ook zij nog eens herinnerd, AaXde Protestan ten voor ons geen „ketters" zijn. Wie zijno^fer tuiging volgt is geen ketter. Slechts hij is voor ons een „ketter", die wél overtuigd is van de waarheid van het Katholicisme, en toch de Katholieke leer bestrijdt.

Dankend voor de plaatsing

Uw dienstw. dien.

TH. KWAKMAN

R. K. Pr.

Amsterdam, Vondelstraat 104a.

Nu zal ons zeker niets liever zijn dan hier van ongelijk overtuigd te worden. Ons artikel had juist ten doel, gelijk de heer Kwakman terecht opmerkt, om duidelijk te maken, dat niet Rome maar de geest der Revolutie de vijand is. Is het metterdaad juist, dat de Roomsche Kerk als zoodanig (daargelaten wat in vroegere tijden door enkele personen is misdaan) in geloofszaken allen dwang afkeurt en alleen door overreding winnen wil, dan zou daarmede metterdaad een der ernstigste grieven tegen de Roomsche Kerk weggenomen zijn.

Toch mógen we der waarheid niet ontrouw worden, en we vreezen, dat de heer Kwakman hier de leer der Roomsche Kerk slechts ten deele juist weergeeft. Zeker is het waar dat een privaat persoon een andersdenkende alleen door de motiva credibilitatis kan overtuigen en dat de Roomsche Kerk thans meest van het middel der overreding gebruik maakt. Maar daarover loopt de quaestie niet. De vraag is of de Roomsche Kerk het gebruik maken van uitwendige machtsmiddelen om in geloofszaken dwang uit te oefenen, officieel af-of goedkeurt. En als de vraag zoo gesteld wordt, kan het antwoord niet twijfelachtig zijn.

Vooreerst beslist hier de vroegere practijk der Roomsohe Kerk. Sinds Augustinus het „dwingt om in te gaan" verstond van niïwendigen dwang, waarmee de weerstrevige tot gehoorzaamheid aan de Kerk moest gebracht worden, heeft de Roomsche Kerk eeuwen lang van dat middel gebruik gemaakt. De kerstening der Germaansche volkeren is grootendeels met dwang geschied. De Waldenzen en Albigenzen zijn met dwang tot de Roomsche Kerk teruggedreven. Tijdens de Reformatie heeft de Inquisitie, die van den Paus uit ging, honderden gedwongen hun geloof te verloochen, wilden ze hun leven niet op den brandstapel eindigen. Niet alleen de motiva credibilitatis, maar gevangenschap, folterbank en de bedreiging met schavot of brandstapel deden dienst om de protestanten te bewegen hun geloof af te zweren. De uitvlucht, dat dit alles geschied is door de wereldlijke Overheid en niet door de Kerk als zoodanig, baat hier niet waar de Overheid aldus handelde op instigatie van de Kerk. Indien de Roomsche Kerk later deze praktijk veroordeeld had en volmondig had erkend, dat de kerk vroeger had gedwaald, dan zou de conclusie uit deze praktijk tot de theorie niet opgaan. Maar de heer Kwakman weet zelf wel, dat geen Paus noch Concilie dit ooit heeft gedaan. Integendeel, in den syllabus § X, "jj en 78 wordt uitdrukkelijk veroordeeld de tolerantie-idee„, dat het in onze dagen niet langer noodig is, dat de Katholieke religie zal gehouden worden voor de eenige religie van den staat met uitsluiting van alle andere mogelijke godsdiensten, weshalve het wijs is geweest, dat in sommige rijken, die Katholiek genoemd worden, bij de wet is gezorgd, dat mcnschen, die van buiten af daar wonen kwamen, de publieke uitoefening van hun eigen religie, welke deze ook was, mochten hebben". Al mag deze regel in de practijk nergens meer gelden en in alle Roomsche landen stilzwijgend de protestantsche eeredienst worden geduld, dat neemt toch niet weg, dat deze tolerantie principieel door den Paus is veroordeeld.

Intusschen, hieruit kan nog slechts zijdelings het beginsel van dwang in geloofszaken worden afgeleid, want wie bij de publieke staatskerk zich niet wil aansluiten, kan naar een ander land verhuizen of zich wachten om Roomsche landen te bezoeken. Maar wat o i, alles afdoet, is dat de Roomsche Kerk wel degelijk het beginsel, dat dwang in geloofszaken geoorloofd is, zoo beslist mogelijk heeft uitgesproken. In de bul Auctor fidei van Paus Pius VI, uitgevaardigd 28 Aug. 1794, wordt uitdrukkelijk als heretisch veroordeeld de stelling, dat de Kerk geen macht bezit om de onderwerping aan haar besluiten anders te eischen en af te dwingen dan door middelen van overreding en dat de Kerk niet de macht heeft om dit te doen door uitwendigen dwang. Letterlijk staat er: qua parte insinuat (n.l. de diocesaan synode, wier leer hier veroordeeld wordt) Ecclesiam non habere auctoritatem subjectionis suis decretis exigendae aliter quam per media, quae pendent a persuasione; quatenus intendit, Ecclesiam non habere collatam sibi a Deo potestatem non solum dirigendi per consilia et suasiones, sed etiam jubendi per leges, ac devios contumacesque exteriore judicio ac salubribus poenis coercendi atque cogendi, inducens in systema alias damnatum ut hasreticum.

De vraag in hoeverre de Roomsche Kerk de protestanten als „ketters" beschouwt, kunnen we voorts laten rusten. Dit doet tot deze zaak niets af of toe.

Natuurlijk zijn we het met den heer Kwakman volkomen eens, dat een afgedwongen geloof geen de minste waarde heeft; dat geloof alleen door overreding en nooit door dwang is te verkrijgen, en eindelijk dat de conscientie, zelfs al dwaalt ze, toch moet geëerbiedigd worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 november 1905

De Heraut | 4 Pagina's

Dwingt ze om in te gaan.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 november 1905

De Heraut | 4 Pagina's