Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De nieuweve Koers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De nieuweve Koers.

9 minuten leestijd

V.

Een laatste punt, waar wij hier de aandacht op wilden vestigen, is ons tekort aan wetenschappelijk gevormde mannen; dat vooral in de voorafgaande periode pijnlijk is gevoeld.

We beschikken over een keurcorps van oldaten, dat door trouw, bezieling en offeraardigheid de bewondering van ieder onartijdige afdwingt. We hebben een leider, ie om zijn geniale gaven, zijn alomvatenden blik, zijn reusachtige werkkracht, zijn achtig woord door elke partij ons wordt enijd. Maar leger en generaal zijn niet oldoende; er moet ook een staf zijn om ee te werken; en op dat punt zijn we, erlijk gezegd, slecht voorzien.

We willen hiermede niets tekort doen aan de kundige mannen, die in het Parlement pleidooi op .pleidooi voor onze Christelijke beginselen hebben gehouden. De trouw, waarmede Lohman het Christelijk Kabinet gesteund heeft, heeft hem de liefde van al ons volk verpand. Veteranen als Mackay en Van Alphen zijn een sieraad voor onze partij geweest. Heemskerk en Talma zijn namen, die ons volk met klimmende üefde en bewondering noemt. En de gave Gods uit Indië in den oud-kapitein Idenburg aan onze partij geschonken, kan niet hoog genoeg worden gewaardeerd.

Maar hoe dankbaar we zijn voor deze eminente mannen, hun aantal was toch voor eene partij, die aan het bewind was, uiterst gering. Bij voorkomende vacatures, men denke slechts aan het Gouverneur-generaalschap van Indië, aan de leden van den Raad van State, aan de burgemeesters-benoemingen in onze groote steden, moest de Regeering wel tot mannen buiten onze gelederen de toevlucht nemen, omdat ze in eigen kring niet te vinden waren of aan het parlement niet konden onttrokken worden. Voeg hierbij dat ook de departementen, waarmede onze Ministers werken oeten, schier «uitsluitend in liberale handen aren, en de mannen ontbraken, genoegaam doorkneed in de bureaucratie om een ieuwen staf te vormen, en het behoeft wel iet betoogd, welk een ernstig nadeel in it alles schuilt voor een gouvernementeele partij.

Ook het liberalisme heeft bij zijn opkomen voor dezelfde moeilijkheid gestaan. De conservatieve richting had jaren lang alle eereposten met haar geestverwanten bezet. Toen Thorbecke in 1849 optrad als hoofd der Regeering stuitte hij op de tegenwerking van al wat hoog en aanzienlijk was. Maar Thorbecke had één ding voor. Van 1830 tot 1849 ^'•^s hij hoogleeraar te Leiden geweest; een geslacht van knappe juristen was onder zijn leiding opgegroeid en had zijn denkbeelden ingezogen. Ia heel Europa en ook in ons land verloor het verouderde conservatisms zijn invloed op de geesten en begroette een jongere generatie met geestdrift het liberalisme. De „intellectuels", de geestelijke leiders van ons volk, schaarden zich als éen man om het nieuwe vaandel. Aan onze Hoogescholen werd het liberale staatsrecht gedoceerd; in onze letterkunde gaven de liberale idééën den toon aan; de moderne theologie heerschte in de kerk. Thorbecke had officieren te kust en te keur; met niets ontziende en niets sparende wilskracht kon hij den tegenstand van het conservatisme breken; binnen enkele jaren was al wat niet voor hem .-buigen wilde, door trouwe volgelingen vervangen. Het conservatisme versmolt als voorjaarssneeuw voor de stralen der opgaande zon. Heel de bureaucratische ladder van refereng g ar w en daris tot klerk werd „omgezet"; gouverneurs van Oost en West, commissarissen van de provincies en burgemeesters van stad en dorp, het moest alles de liberale kleur dragen. En de groote pers volgde al spoedig in het zog der nieuwe beweging; het Haagscfu Dagblad alleen bleef het conervatisme getrouw, om ten slotte een roemoozen politieken dood te sterven.

Dit alles, wat het liberalisme als Jona wonderboom deed opschieten, ontbrak ons De Vrije Universiteit had nog te kor bestaan en de onthouding van den effectu civilis had haar juridische faculteit te zee gedrukt, dan dat ze in staat was een behoorlijk kader te leveren. Het exclusivisme der libe rale partij had onze jonge mannen van beteren aanleg afgeschrikt om aan den staatsdiens zich te wijden. En wat alles afdoet, de machtige herleving van onzen christelijken volksgeest deed haar invloed veel meer gevoelen in den middenstand en de lagere volksklasse, dan onder de hoogere standen en de mannen van het intellect. Aan onze Lands Hoogescholen is er niet een hoogleeraar in de rechten, die beslist voor het antirevolutionaire staatsrecht partij kiest. In de letterkunde bezitten we geen Bilderdijk's of Da Costa's, maar wordt de toon aangegeven door de Gorter's en van F.ed^n'o rr..irvc.r. sen Gorter's en van Eeden's, Couperusen van Deyssel's. Onze Gymnasia en Hoogere Burgerscholen zijn schier geheel in liberale handen. Aan onze rijks-universiteiten worden onze advocaten en doctoren, onze leeraren in de letteren en natuurkundigen uitsluitend in modernen geest opgevoed. En van de jongelingen, die als christen hun huis verlieten om aan onze Lands Hoogescholen e studeeren. Is het nauwelijks een enkele, ie den hoogen moed heefttegen den stroom op e roeien. De meesten eindigen met schip-'-"^' reük te *-lijden '-•-•-'-aan hun • geloof • - en als puur aterialisten de maatschappij in te gaan.

Hierin schuilt een ernstige schade voor ons beginsel, en de droeve ervaring in de afgeloopen vier jaar opgedaan, dwingt tot ernstig zelfonderzoek. Het is niet genoeg, dat op theologisch gebied onze Confessie weer tot eere is gebracht; dat we op kerkelijk terrein beschikken over een eger van weigeschoolde predikanten; dat p politiek gebied door onze groote en kleine ers propaganda worde gemaakt onder het \ a t i t s volk voor onze beginselen, en we als partij en organisatie bezitten, die de bewondering an de tegenstanders opwekt. Door dat alles taan we als partij zeker sterk in het landan zelfs bij een volgende stem bus worsteling ellicht de overwinning opnieuw worden ehaald; maar die overwinning zou opnieuw ns voor hetzelfde moeilijke probleenii plaaten, dat in de afgeloopen jaren zoo pijnlijk erd gevoeld.

Bovendien, en ook dit mag niet verheeld, et gebrek aan veelheid van officieren werd ot nu toe veelszins vergoed door de uitemende gaven van hen, die den veldheerstaf in handen hadden. De Atlaslast op un schouders gelegd, bleek voor die schouers niet te zwaar. Maar al hoopt en bidt ns volk, dat deze eminente leiders nog ng voor ons land en volk gespaard mogen lijven, hun leeftijd reeds zoo hoog geklom­men, doet toch de vraag opkomesj, wie, wanneer hun plaats openvalt, die plaats innemen zal. Niet elke eeuw levert u en leider, die over geniale gaven bef chikt. a Thorbecke zoekt de liberale partij nog teeds tevergeefs naar zijn evenknie. In ngeland heeft het überaiisme nog altoos een opvolger van Gladstone gevonen. Bismarck's reuzengestalte is door geen ieuwen rijkskanselier geëvenaard. Genieën ijn een uitzondering, waarop geen partij f volk rekenen mag. Maar juist daarom oet te meer gezorgd, dat de kracht van en partij niet te veel aan één persoon hangt n des noodig de taak, door één vervuld, oor velen overgenomen worden kan, die oor hetzelfde beginsel worden geleid.

Natuurlijk, indien de thans geleden nederag beslissend was geweest; indien we voor e eerste halve eeuw hadden af te zien van erovering van het regeeringskasteel; indien e terug moeten naar de periode van Groen, en niet in het parlement, maar in de volkstie onze kracht school, dan behoefde deze raag niet op te komen. Om ons volk te werken zijn gansch andere gaven en lenten noodig; populaire welsprekendheid, n goede pen voor de journalistiek, Schlagrtigheid op politieke meetings, een leven t de beginselen is daarvoor in de eerste aats eisch. Maar wanneer we mikken op oger doel; wanneer we gelooven, dat een ristelijke staatkunde in ons land straks er den toon zal aangeven; dan zouden ontrouw zijn aan onze hooge roeping, nneer we niet zorgden, dat naast onze litieke agitatoren en mannen van de pers k een geslacht werd gekweekt, dat beaam was om een volk te leiden en te eeren naar die beginselen, die ons lig zijn.

Aan zulke mannen hebben we behoefte, maar niet minder daaraan, dat de politieke vraagstukken, die thans aan de orde zijn, ernstig door ons worden onderzocht en doorgedacht. Voor de hoofdlijnen van ons staatsbeleid zijn zeker de beginselen aangegeven in ons Program. Tot zekere overeenstemming omtrent de practijk kwam het ook in onze programs van actie. Maar de jongste periode deed toch ook zien hoe, zoodra het op de concrete uitwerking dier programma's aankomt, zeker verschil van gevoelen soms tot een pijnlijke wrijving van gedachten aanleiding gaf. Zal de kracht van een toekomstig Kabinet niet door critiek it eigen kring gebroken worden, dan dient en door ernstige bestudeering van de ctueele politieke vraagstukken te trachten ot een communis opinio te komen. Met ame de vraag naar de verhouding van taat en Kerk, de hervorming van onze ijksuniversiteiten, de positie der theoloische faculteiten, de verzekering van de rbeiders, de pensionneering van de oude erklieden, de uitbreiding van het kiesrecht n zooveel meer, is aan de orde van den ag. En zal ons christelijk volksdeel bij de eantwoording van die vragen gewicht in e schaal kunnen leggen, dan is eenstemigheid van gevoelen wel in de eerste laats eisch.

­ En toch is het niet alleen de politieke nood, die ons hier dwingt.

Veel dat na een kort tijdperk van glorie een langdurige periode van smaad en achteruitzetting ons wachtte, onze roeping zou daarom niet minder heilig ons mogen zijn. Die roeping wordt niet vervuld door de kerk alleen te reformeeren of te reorganiseeren. Aan die roeping beantwoorden we zelfs niet door in steeds breeder kring van ons volksleven het zout des evangelies weer te doen doordringen. Herleving van het geloof in Gods Woord, een weer schikken van ons leven naar de ordinantiën Gods. een weer opbloeien van de Kerk van Christus, een zorgen van de Christelijke barmhartigheid voor den nood van alle ellendigen, hoe uitnemend dit alles ook zijn moge, is niet genoeg. Mij is gegeven, zegt Christus, alle macht. En daarom mogen we niet zwichten voordat die macht van Christus weer erkend is op alle terreinen des levens. Wetenschap en kunst, school en maatschappij, staat en kerk moeten voor Christus worden opgeeischt. Dat is de bezielende gedachte van het Calvinisme gev/eest. daaraan heeft het zijn roem en glorie te danken; daardoor is het tot een zegen voor de volkeren geworden. Ea we zouden den _ , . „., eerenaam van „issus de Calvin", door Groen ns geschonken, onwaardig zijn, wanneer we an die hooge roeping niet alle kracht wijdden an ons hart.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 november 1905

De Heraut | 4 Pagina's

De nieuweve Koers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 november 1905

De Heraut | 4 Pagina's