Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

11 minuten leestijd

In de Friesche Kerkbode schrijft Dr. A. Kuyper Jr. over „Leerstellige prediking" het volgende:

De Stemmen voor Waarheic^ en Vrede is een tiidschrift zeer nauw verbonden aan den naam van Dr. Bronsveld. Het noemen van dien naam is voldoende om te doen gevoelen wat het «voor en tegen" van gemeld tijdschrift is.

Dat neemt niet weg, dat menigmaal interessante artikelen in dit maandboek voorkomen, die alleszins lezenswaardig zijn, Zoo hebben wij in het Octobernummer van dit jaar met zeer veel genoegen gelezen het artikel over het onderwerp: »Een en ander over preeken”.

Als het gesprek over de «preeken" gaat, dan is men in een kerkelijken kring niet spoedig uitgepraat. Dan is er voorzeker rijke stof voor conversatie. De een weet dit, de ander weet dat aangaande het gehoorde te vertellen. Deze wenscht zuS, eene wenscht zoo het Evangelie te hooren verkondigen. Wat al verschil wordt niet openbaar wanneer men de wenschen hoort kenbaar maken ten opzichte van de prediking.

De een vindt zijn ideaal bij dien prediker, de ander wordt weer het meest bevredigd door een die een gansch andere methode volgt.

Zooveel hoofden zooveel zinnen. En het is ook e hier sniets nieuws onder de zon", als de een het z liefst hoort prediken in den logischen trant van Paulus g eeu ander het meest gesticht wordt door de eige­ Iwe naardige vurigheid van Petrus, en weer een ander ia den schriftkundigen Appolos zijn wenschen bevredigd ziet.

Daar zijn onderscheidene manieren van prediken en de predikers loopen, ook waar zij in beginsel één zijn, in de methode van preeken, vaak zeer verre uiteen.

Nu zegt Gods Woord : er is verscheidenheid der gaven, doch het is dezelfde Geest, (i Cor. 12:17). En ook: en iegelijk heeft zijn eigene gave van God.

In eene stad, waar gewoonlijk meerdere predi kanten zijn, leidt dat niet tot zoo groote moeilijk­ a heden. Ieder kan daar den predikant zijner keuze v hooren, ^ en zoeken naar de vervulling van zijne persoonlijke behoeften bij een bepaalden Dienaar, f of ook genieten van de rijke afwisseling bij de c onderscheidene Dienaren, die ieder hun eigene lt gave hebben.

Maar in dorpen en kleine steden, waar gewoonlijk één predikant bet Woord bedient, wordt het voorrecht om van de «onderscheidenheid der gaven" te profiteeren, niet genoten.

Nu wenschen wij niet te wijzen op de bekende kerkelijke voordeden van het dorpsleven, die daar tegenover staan, als geregeld de prediking van één Dienaar gevolgd wordt. De Leeraar leert dan zijne gemeente kennen, komt langzamerhand in de bijzondere behoeften in, en de banden zijn veel nauwer zoo als het in eene stad met vele prediw kers uit den aard der zaak niet wel mogelijk is.

Om deze reden werd dan ook voor het stads d leven meer dan eens gewezen op het parochie­ s stelsel. Doch ook dat heeft zijn voor en tegen, z en Ds. Gispen van Amsterdam bestreed het onlangs imEve nog krachtig. Daartegenover zou voor de dorpen en kleine steden, die het met één predikant moeten st Hen, gewezen kunnen worden op het ruilstelsel. Metterdaad is, ten opzichte van de prediking in de dorpen, veel meer afwisseling aan te brengen dan gewoonlijk geschiedt.

Immers als de dorpspredikanten en de kleinsteedsche predikanten, met goedvinden van hun n a v Kerkeraden, ietwat meer ruilden, ietwat vaker de predikbeurten onderling verwisselden, dan zouden ook de dorpsgemeenten kunnen profiteeren van de »onde scheidenheid der gaven, " die den Dienaren des Woords is geschonken.

Bij toepassing van het ruilstelsel zouden de dorpen en kleine steden niet langer achter staan bij de groote steden, waar de gemeenteleden in staat zijn voortdurend verschillende Dienaren te hooren. Zoodoende zou, wat geacht wordt een voordeel voor de groote Kerken te zijn, in gelijke mate een voordeel ook voor de kleine Kerken kunnen worden.

Men heeft wel eens den eisch gesteld dat een Dienaar, als hij alleen een gemeente heeft te bedienen, nu eens op die manier, dan eens op die wijze moet prediken, opdat hij zoodoende voldoening zou geven aan de onderscheidene behoeften van de verschillende leden der gemeente. Maar dat is niet wel mogelijk, want een prediker moet toch altoos ))zich zelf' blijven, en hij kan zich niet anders geven dan hij is, tenzij hij onnatuurlijk, gemaniereerd wordt. In de natuur zingt elk vogeltje naar zijn aard. Paulus kon niet als Petrus, en Petrus niet als Johannes spreken en schrijven. Jesaja had een andere manier van profeteeren dan Nahura Mattheüs en Marcus verkondigen op eigen wijze het Evan elie. De Geest is wel één, maar de gaven zijn onderscheiden, en ook de behoeften zijn niet dezelfde in alle gemeenten, en verschillen in één gemeente weer bij de leden onderling.

De een predikt meer leerstelling, de ander meer mystiek, en weer een snder meer practisch. En dat hangt geheel van de persoonlijkheid des pre dikers af, en van de gave die hem naar het voorzienig bestel des Heeren is toebetrouwd Nu kan het niet ontkend worden, dat de gemeente onderscheidene behoeften heeft, en dat van de Dienaren de een een psalm, de ander een leer, de derde eene uitlegging heeft. Wij gelooven dat alleen door het stelsel van ruilbeurten hierin afdoende voorzien kan worden. Dan treden in ééne gemeente onderscheidene predikeis op, ieder met de hem toebe trouwde eigen gave, en zoodoende wordt aan de verschillende behoeften van het leven der gemeente op zijn tijd, voldoening gegeven.

Maar wij gelooven niet dat het spoedig daartoe komen zal. Want tegenover de niet te loochenen voordeelen staan ook weer allerlei nadeelen, die te berekenen zijn. Evenmin als men in de groote steden overgaat tot het invoeren van \: i& i.parochie stelsel., (dat aan een groote stad de Kerkelijke voordeelen van het dorpsleven zou geven), even min zal men in de dorpen overgaan tot het invoeren van het ruilstelsel (dat aan de dorpen de Kerkelijke voordeelen van het stadsleven zou geven.)

Maar het kan nooit kwaad dat er eens over gedacht en gesproken wordt.

Maar wij zijn afgedwaald, omdj^t wij ons op een zeer groot terrein begeven hebben.

We hadden voor ons het Octobernummer van de - ^Stemmen voor waarheid en vrede'\ En daarin was een artikel geschreven, zooals we zeiden, waar boven stond : »Een en ander over preeken". Daarin nu wordt niet over het parochiestelsel der groote steden, noch over het ruilstelsel der dorpen en kleine steden geschreven.

En toch kwam er iets in voor, dat zeer onze aandacht trok, en dat wij gaarne in breeden kring gepubliceerd zagen, en naar aanleiding waarvan wij het hierboven geschrevene ten beste gaven.

Hij die onder den pseudoniem Fidelio schrijft, zegt ook iets over het leerstellig element in de prediking, over de zoogenaamde dogmatische prediking. Wel v/eten we dat wat hij schrijft zie^ op de toestanden van het Hervormd Kerkgenootschap, maar niemand kan ontkennen dat dergelijke schakeeringen aanwezig zijn bij alle gezindten. En als we dat zeggen, dan beperken wij deze uitspraak niet slechts tot de Christelijke Kerk in de meest ruime beteekenis des wóords, maar dan bedoelen we dat ook bij de valsche godsdiensten van Mohammed en Boeddha allerlei richtingen en schakeeringen allengs zijn opgekomen, die worstelen om den voorrang en streven naar de oppermacht.

Wanneer wij dus goede nota nemen van wat er op het gebied der prediking plaats grijpt in het Hervormd Kerkgenootschap, dan is zulks met terdaad ouk goed voor het leven der Gereformeerde Kerken.

De onderscheidenheid der gaven is alom, en de verschillende eischen, die gesteld worden, en de onderscheidene behoeften, die gevoeld worden, zijn allerwege. We hebben hier te doen met een algemeen verschijnsel.

Genoemde Fidelio dan schrijft aangaande de prediking onder de Hervormden, dat zij te weinig ogmatisch is, te weinig leerstellig, te veel pracisch. HLJ wijst er op dat als het leerstellig element in de prediking ontbreekt, op den duur de schadeijke gevolgen niet uitblijven maar integendeel penbaar worden, vermits alsdan de kennis gaat ntbreken. En waar geen kennis meer is, gaat de nhoud der belijdenis zoek.

Maar laten we hem zelven hooren in de zaak aarover hij spreekt op eene wijze die onze volle ympathie heeft, en ook voor vele Gereformeerden n onze Kerken goed is te hooren.

Hij schrijft op pagina 977 en 78:

Doch, waar blijft tegenwoordig de dogmatiek op en kansel? Ik hoop niet, dat gij u ergert aan die raag. Het is in onze dagen zoo goed als uitge aakt, dat onze preeken practisch moeten wezen, espeend aan alle dogmatiek. Men komt niet in e Kerk, om onderwezen, maar om gesticht te orden. Wil men zijn publiek verdrijven, welnu, ever een leerstellig betoog. Grijp hen aan door ets uit en voor het leven, maar een ure van onerwijzing jaagt hun een schrik op het lijf. Ik rees wel eens, dat wij van het eene uiterste zijn ervallen in het andere, en dat de schuwheid voor ogmatiek ook een dogma is geworden.

Zou het in onze dagen zoo verkeerd zijh om nu n dan een leerrede te wijden bijv. aan een uiteenetting van hetgeen wij te verstaan hebben onder eloof, bekeering, verzoening, rechtvaardigmaking k vrees, dat de onwetendheid omtrent deze ondererpen zeer groot is. En kunnen zij niet op zulk en wijze worden behandeld, dat zij vruchtbaar ijn voor het leven ? Indien men deze onderwerpen ls antiquiteiten kan opbergen, of ze als hinderijk aan de opbouwing der Gemeente beschouwt waartoe dan nog langer geloofd? Krijgt de peroon van Jezus Christus niet voor de Gemeente ets zwevends, iets nevelachtigs, indien zij nooit et zich hoort herinneren, wie Hij toch eigenlijk s en wat de Kerk aangaande Hem belijdt? ”

Dat is een flink en kloek woord. Het worde lom gehoord, ook door hen die niet tot het Herormd Kerkgenootschap behooren.

Gelukkig weten we wel dat het onder de Gereormeerden zoo'n vaart niet loopt. Vooral de catehisatie en de catêchismusprediking houden het eerstellig element er ter dege in bij de Gemeene. Velen hebben ook groot vermaak in de kennis der aarheid, en strijden met vuur voor dehandbavirg an de zuivere waarheid. d p

Maar toch, er worden ook wel eens andere tonen ehoord, andere stemmen beluisterd. Men vraagt el eens, wat hebben wij aan de leerstellige waareid ? En zie, voor zulke vragers is het wel eens oed te lezen wat er van wordt, en wat er van omt, als te uitsluitend practisch gepredikt wordt. an raakt de kennis zoek, dan weet de Gemeente en slotte niet meer van hare belijdenis af, dan oudt de Kerk op een belijdende Kerk te zijn. P e c a l

Natuurlijk is niet bedoeld, en niemand leide at uit onze woorden af, alsof wij de louter leer tellige prediking zouden aanbevelen. Daar zijn wij eer verre van af. Wij houden het daarvoor, dat n elke prediking zoowel het leerstellige als het ystieke en practische tot zijn recht moet komen. erst dan is de preek goed De Gemeente moet an zijn Dienas r iets ontvangen voor hoofd, hart f J k m ghand.

Waar echter het leerstellige in oneere is, en iet geacht wordt, daar is het goed een woord ls van Fidelio te lezen. Ook dat is proefonderindelijk, en raakt de praktijk van het leven. Wij l w v l hebben bij anderen gade te slaan de gevolgen van minachting van het leerstellig element in de prediking. Wie zich aan een ander spiegelt, spiegelt zich zacht. Al is de eene prediker meer dogmatisch, een andere meer mystiek, en een derde meer practisch. lait ons bedenken dat alle deze dingen noodig zijn, dat niets daarvan gemist kan worden. Doch onder de predikers is verscheidenheid van gaven, en ieder heeft zijne eigene gave, maar het is één Geest.

Mits de opmerking van Dr. Kuyper, dat het leerstellige nooit eenzijdig op den voorgrond mag treden, recht in het oog worde gehouden, sluiten we ons gaarne bij dit artikel aan.

Vermeerdering van kennis, verdieping van inzicht in de waarheid Gods is voor de ge meente broodnoodig. En een prediking die uitsluitend in de praktijk opgaat of wiegelt op de wateren van het gevoel, verarmt op den duur het geloofsleven en brengt ook over ons de klacht: Mijn volk vergaat omdat ze geen kennis hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 november 1905

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 november 1905

De Heraut | 4 Pagina's