Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

5 minuten leestijd

Duitschland. De „Oberkirchenrat" over den „Fall Mauritz". „Gemeinschaftskonferenzen.”

Wij deelden onzen lezers reeds een en ander mede omtrent den „Fall Mauritz". Deze predi kant van Bremen had in Mei 1900 goedgevonden, niet meer den Heiliger Doop te bedienen met de instellingswoorden, maar met eene formule die door hem was uitgedacht. De overheid van de stad Bremen maakt uit, dat de doop, door genoemden predikant bediend, niet voor doop gehouden mocht worden, en beval hem de door hem van Mei 1900 af gedoopte kinderen over te doopen wanneer de ouders dit verlangden.

Nu heeft ook de Opperkerkeraad van de Evangelische kerk van Pruissen zich met deze zaak ingelaten. De consistoriën der verschillende provinciën kregen van dit lichaam de opdracht om de predikanten aan te schrijven, dat lang niet alle kinderen die reeds door Mauritz gedoopt werden, opnieuw door hem gedoopi zijn, niet alle uit Bremen afkomstige doopbewijzen geldig zijn. Het wordt den predikanten daarom opgedragen, op eene taktvoUe .jnanier te onderzoeken of een kind, dat van Mei 1900 tot 1905 te Bremen gedoopt is, al dan niet oor den predikant Mauritz gedoopt werd, waneer dit althans niet uit het Doopsbewijs blijkt. De consistoriën deelden daarbij ook mede, dat e zaak door den minister van eeredienst wordt beoordeeld gelijk de Oberkirchenrat dit doet.

Men zou kunnen vragen, of het wel veel zal voorkomen dat families uit Bremen, dus nog wel geestverwanten van den ultra modernen redikant Mauritz, zich bij predikanten der ruisische landskerk zullen aanmelden om rkenning van den doop hunner kinderen te vragen. Doch wij vermoeden dat de Oberkirhenrat door zijne aanschrijving moeilijkheden ls te Bremen voorkwamen, heeft willen voor komen. Tusschen de regels door is toch te p ezen: wanneer een predikant der Evangelische landskerk het toestaat te doopen met een d d mvdewv ormule, welke afwijkt van die welke de Heere ezus heeft voorgeschreven, dan zal het hoogste erkbestuur dit niet lijdelijk laten begaan. Als en weet dat in Pruissen vele predikanten eestverwanten van pastor Mauritz zijn, dan beseft men, dat de aanschrijving der consistoriën niet van gewicht ontbloot is.

Opmerkelijk is het ook, dat men inDuitsch and zich zoekt te wapenen tegen den steeds assenden stroom van het ongeloof, door het ergaderen van allen die men voor oprecht geoo/igeu houdt. Men organiseert daarom z.g. l e b d „Gemeinschaftskonferenzen". Wat men met die samenkomsten voor heeft, blijkt uit hetgeen pastor Kleinschmidt over een dergelijke samenkomst te Oiterwald in Hannover schrijft. Dit schrijven luidt: „Niet om de moderne theologie te bestrijden, niet om sekten te overwinnen, niet om een aanschouweltjken cursus over gemeenschapszaken te houden, willen wij de „Gemeinschafts-conferenz" organiseeren, maar om aan het verlangen tegemoet te komen dat broeders en zusters in Christus dieper zullen ingeleid worden in de Schrift, en dat zij in de gelegenheid zu'len zijn om gemeenschap inden gebede te beoefenen. Ik zeide: „Wij onderscheiden bekeerden en onbekeerden." Daarmede wil ik niet zeggen, dat ik in staat ben, bekeerden door het een of ander kenteeken te erkennen, om hen die dit kenteeken niet hebben, voor onbekeerden aan te zien; doch ik wil er mede te kennen geven, dat er werkelijk een onderscheid tusschen bekeerden en onbekeerden bestaat.

Bekeering is verandering van wilsrichting.

De bekeerde is van ongeloof tot geloof gekomen, en wel tot geloof aan de vergeving der zonden door onzen gekruisigden en opgewekten Heiland. Ik vraag er niet naar wanneer iemand daartoe gekomen is, maar of hij er toe gekomen is. Wanneer wij in „Gemeinschafts conferenzen" als bekeerden vergaderen, dan kan dit niet geschieden doordat men onder predikanten of gemeenteleden een schifting gaat maken, maar doordat men aan een iegelijk op het geweten af vraagt: erklaart gij dat gij in geloofsgemeenschap met den levenden Heiland staat? Het mag echter bij zulk eene onderscheiding niet geloochend worden, dat er tallooze trappen zijn tusschen geheel onbekeerd tot bekeerd. Ook willen wij niet datgene loo chenen wat menigeen „eene dagelij ksche bekeering" noemt. Ik h: d dit echter niet voor een gelukkige uitdrukking. Men spreke liever met Luther van een dagelijksch sterven en opstaan, of met de Schrift van een dagelijksche heiliging. (tJebr. 12 : 4, 12).

Wij willen geen ecclesiala in ecclesia (een kerkje in de kerk), noch in het klein, noch in het groot; doch wanneer eene provinciale „Gemeinschaftsconferenz" op den grondslag der landskerk is tot stand gekomen, dan is het te begrijpen dat men op vele plaatsen gemeenschap zal gaan oefenen door het houden van Bijbellezingen en Bijbelbesprekingen. Anders kon de „Conferenz" wel een vergadering van officieren zonder leger worden. Wij kunnen echter geen „Gemeinschaftsconferenz" maken; zij moet worden, of liever zij moet gegeven worden.

Men kan hieruit zien, dat het volk dat waarheid zoekt, den strijd in de kerk opgeeft en zich tracht te redden door vergaderingen buiten de kerk. Zij die in de eerste plaats kerkelijk willen zijn, hebben daartegen natuurlijk veel in In brengen, bewerende dat vergaderingen waarin alleen „bekeerden" toegelaten worden, eigengerechtigheid, het veroordeelen van anderen, huicherij enz. kweeken.

Doch wij vragen: wat doen de mannen die kerkelijk willen zijn, om uit het moeras te ge raken, waarin de Duitsche landskerken verzakt zijn ? Het komt ons voor, dat vrijmaking der kerk van de banden, waarin de overheid haar bekneld houdt, meer dan ooit een levensvoorwaarde dier kerken is. Doch het is er ver van daan, dat door de leiders in die richting gestuurd wordt. Een man als Stöcker heeft jaren geleden reeds geroepen om meer vrijheid en zelfstandigheid voor de Pruissiche landskerk; doch tot loon daarvoor kreeg hij zijn congé als . hofprediker!

Toen men daarna van plan was hem als lid van de „Ausschusz" der Generale Synode der Pruisische landskerk te kiezen, was een telegram van den Duitschen keizer voldoende om deze vergadering daarvan te doen afzien I Dit teekende den toestand ! En sedert is daarin geen verandering gekomen. Geen wonder dat het arme volk in konferenzen en dergelijke vergaderingen heil gaat zoeken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 november 1905

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 november 1905

De Heraut | 4 Pagina's