Waarom geen antwoord.
Amsterdam, I Dec. 1905.
Dr. Kromsigt vraagt ons in de Gereormeerde Kerk, waarom we geen antwoord hebben gegeven op de critiek, door hem in de Gereformeerde Kerk op het advies in zake het gravamen tegen Artikel XXXVI geleverd. De Heraut zelf, zoo merkt hij op, had de wenschelijkheid van gedachtenwisseling uitgesproken, en nu van Hervormde zijde aan dit verzoek voldaan was, werd onzerzijds het stilzwijgen, bewaard.
Gaarne willen we den schijn van onwellevendheid, die hiermede op ons geladen wordt, wegnemen.
Toen we na de-verschijning van het advies op schriftelijke discussie met de broeders in de Hervormde Kerk aandrongen, geschiedde dit voornamelijk met het doel om te zien, of voor de Generale Synode te Utrecht saamkwam, de polemiek ook vrucht zou kunnen dragen om elkaar over en weer beter te verstaan.
Dr. Kromsigt begon zijn artikelenreeks eerst medio Mei, en het laatste artikel verscheen in de Gereformeerde Kerk van 10 Aug., anderhalve week voor den aanvang der Synode. Aangezien het nu niet beleefd is een criticus in de rede te vallen, en we daarom wel geduldig moesten afwachten totdat Dr. Kromsigt aan het einde van zijn artikelenreeks gekomen was, ontbrak alle tijd om vóór de Synode nog van antwoord te dienen. Bovendien werd het grootste deel dezer artikelen in de zomervacantie geschreven, wanneer de Heraut'm gehalveerd formaat verschijnt. Wanneer men nu bedenkt, dat het advies reeds half Febr. in het licht verscheen, dan kan ons toch kwalijk verweten worden, dat de tijd tot discussie ontbrak.
Nu de Generale Synode uitspraak gedaan heeft en overeenkomstig het advies de gewraakte zinsnede uit de Confessie heeft weggenomen, zou ingaan op deze critiek alleen napleiten zijn geworden. Het belang der actualiteit was vervallen, en voerzoover de quaestie van Art. XXXVI nog bespreking vereischt, oordeelden we, dat dit liever in een rustig geschreven wetenschf.ppelijken arbeid behoort te geschieden, dan in een perspolemiek.
Bovendien lokte de wijze, waarop deze critiek opgezet was, weinig uit tot antwoord.
We wijzen daartoe slechts op twee dingen.
Vooreerst dat Dr. Kromsigt zich niet ontzag om dit advies, dat door mannen als Mr. A, F. de Savornin Lohman, Prof. Dr. H. B\vinck. Prof, Dr. H. H, Kuyper, Ds. Bos, Ds Littooy e. a. geteekend was, te qualifi^eeren ais „een advocaten-pleidooi waarin een totaal gemis aan alls hoogere bezieling bespeurd werd, " waarin het was „redeneeren en nog eens redeneeren, aldoor aan de oppervlakte, zooals advocaten dit dikwijls p'cgen te doen, om iemand in woorden en kleinighe^^en te vangen; een handig ontwijken van alle dieper liggende kweslieti; letterlijk nergens treft u een hoog-5 bezielde toon, waaruit het geloof spreekt en het kloeke bewustzijn, dat men opkomt voor de waarheid en tegen de leugen, voor het Woord Gods en tegen de menschelijke wijsheid.”
Wanneer aan deze mannen, die zoo ernstig mandaat van de Kerken ontvingen, hier dus verweten wordt, dat zij handig alle diepere kwesties ontweken hebben en een advokatenpleidooi hebben geleverd, dan past tegenover zulk een critiek zwijgen het best.
En in de tweede plaats heeft Dr, Kromsigt in heel deze critiek met niet één woord duidelijk gemaakt wat zijn eigen standpunt is. Hij heeft wel negatieve critiek geleverd door op allerlei uitdrukkingen aanmerking te maken, de exegese van sommige teksten af te keuren, aan deputaten te verwijten, dat zij het gezag van het Oude Testament niet erkenden enz., maar de hoofdquaestie waarom het ging, werd zelfs niet aangeroerd. Willen de broeders ia de Hervormde Kerk Art. XXXVI in zijn geheel handhaven, dan is één van beide slechts mogelijk. Of dat ze metterdaad in den zin onzer Vaderen volhouden, dat de Overheid van Godswege geroepen is alle afgoderij, dus ook de Roomsche afgoderij, met geweld uit te roeien, óf dat ze deze opvatting van onze vaderen prijsgevende, aan de woorden van Art. XXXVI een geheel andere beteekenis toeschrijven, die dan natuurlijk duidelijk en klaar moet worden gepreciseerd.
Tertium non datur. Een derde is er niet.
Meent Dr. Kromsigt nu werkelijk, dat de taak der Overheid in eerstgenoemden zin nog bestaat, dan ver klare hij dit openlijk en oprecht. Discussie zal dan mogelijk en vruchtbaar wezen. Over en weer is dan een principieel standpunt ingenomen, en het publiek kan dan oordeelen, wie hier gelijk heeft.
Maar verklaart Dr, Kromsigt dit niet te willen, van alle kettervervolging afkeerig te zijn, de vrijheid der religie te willen eerbiedigen en staat hij dus op diametraal tegengesteld standpunt tegenover onze vaderen, dan is ook een beroep op Calvijn, gelijk hij telkens doet, om hem tegen ons uit te spelen, om nu eens zijn eigen woorden te gebruiken niets dan „een advokatenhandigheid.”
Het is dezelfde handigheid, waarmede Dr. Kromsigt zich ook voortdurend beroept op de brochure van Prof. Visscher, hoewel hij evengoed weet als wij, dat heel het doel van deze brochure juist een doorloopende bestrijding was van het standpunt door Dr. Hoedemaker en Dr. Kromsigt ingenomen.
Een discussie in dien trant voortgezet, brengt ons geen stap verder.
Wat Dr. Hoedemaker en Dr. Kromsigt met Art. XXXVI bedoelen is ook na de artikelenreeks van Dr. Kromsigt ons nog v even onduidelijk als vroeger. Aristophanes w zou van de „wolken" van Socrates spreken. En waar het ons niet te doen is om met zekere „advokatenhandigheden" over „de dieper liggende vraagstukken heen te glij g den", maar juist om dit ernstige en belang h rijke vraagstuk tot helderheid te brengen, v kan de discussie eerst dan vruchtbaar wor o den, wanneer Dr. Kromsigt ons verklaren e wil, vooreerst of hij voor zichzelf gelooft, dat Art. XXXVI geheel en zooals het daar staat de roeping is der Overheid, en ten tweede hoe hij de woorden: aile afgoderij en valschen godsdienst uitroeien en het rijk van den Antichrist ten gronde werpen, opvat, zonder geweld te doen aan den exegetischen regel, dat de beteekenis der woorden moet verklaard worden uit den geest en bedoeling dergenen, die ze hebben geschreven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 3 december 1905
De Heraut | 4 Pagina's