Uit de Pers.
Ds. Gispen te Amsterdam schrijft in de .ffazz^w een even geestig als raak stukje over den „reismantel van den Apostel Paulus”.
Meermalen werd door de bestrijders van den goddelijken, wonderbaren oorsprong en mitsdien van het goddelijk gezag der H. Schrift, de woorden van Paulus:2 Tim. 4:13 aangehaald, om aan te duiden, dat zulke dingen toch niet de vrucht zijn van goddelijke drijving of ingeving.
En de oppervlakkigheid meent het alzoo wel duidelijk te mogen noemen, dat althans niet alles wat in den Bijbel staat Gods woord is, maar dat Gods woord is in den Bijbel, en wij met ons redelijk verstand nu moeten zoeken naar het woord van God, dat in die heilige boeken tot ons spreekt.
Het staat hiermede als met den raad, dien Pau [ lus aan Timotheus geeft om niet langer alleen water te drinken maar ook een weinig wijn te gebruiken. Men acht het ondenkbaar dat zoo iets door den H. Geest zou zijn ingegeven, temeer om het gevaar dat in zulke raadgeving gelegen is. Juist in het matig gebruik van wijn enz. schuilt immers het gevaar. Waren de drankslaven niet voorheen matige drinkers; en hoe kan men nu aannemen, dat de raad om een weinig wijn te gebruiken, een ingeving van den H. Geest zou zijn ?
Deze beschouwingen bewijzen echter, voor de zooveelste maal, dat men nog altijd redeneert uit het begrip van werktuigelijke ingeving, alsof de heilige mannen, die door den H. Geest gedreven werden, trompetten waren, die, zonder bewustzijn, de klanken en tonen voortbrach en, al naar mate degeen die er op blies, het wilde.
De Schrift zelve geeft ons echter een ander begrip, en doet dit ons kennen, ook in het onderscheid van taal en stijl en wijze van voorstelling, die bij de H. Schrijvers bestaan, en uit het feit dat zij zich bewust waren de woorden Gods met hun geest te ontvangen en met hun mond te spreken. De eeuwige kracht en mogendheid Gods wordt, wat de stoffelijke wereld betreft, uit de schepselen gekend. En de eeuwige liefde Gods wordt uit de Schrift gekend, die zoo heerlijk getnigt van dat nederbuigende, waardoor God zich aan de menschen kenbaar maakt. Niets is klein of gering voor God. De Heere maakt zich aan ons bekend door te spreken van zijne oogen, ooren, handen, voeten, ingewanden enz. Hij riekt de liefelijke geur der offers en ook zijn er dingen die een stank zijn in zijne neusgaten.
En zoo heeft ae groote en goede God zijn knecht Paulus door de drijving des H. Geestes, ook doen schrijven: breng den reism.ntel mede.
Bij het woord reismantel denken we onwillekeurig aan een mantel, die het lichaam tegen koude en regen beschermt. En aangezien Paulus nu te Rome gevangen zit, en hij leefde in het vooruitzicht van weldra de groote reis naar den hemel te zullen doen, acht men het onwaarschijnlijk det de Apostel om zijn reismantel zou schrijven, dien hij toch niet meer noodig had, en vertaalt men het oorspronkelijke woord door: koffertje of map, waarin men geschreven stukken of boeken bergt.
We zullen deze kwestie ook maar weer aan de geleerden overlaten en ons houden aan het woord mantel. De eigenlijke reden waarom Paulus gaarne zijn reismantel bij zich had, weten we natuurlijk niet. Alleen weten we, dat het niet verboden is een reismantel ook voor een ander doel te gebruiken dan voor reizen. Wat uitnemende dienslen kan b.v. een reisdeken ons bewijzen als we ons eens op een rustbank in onze woning ter neer leggen, bij-een middagslaapje of andere gelegenheden.
We zien dus de noodzakelijkheid niet in om den reismantel los te laten, en een koffertje of schrijfmap voor onze verbeelding te laten opkomen. En we vinden 't ook niet beneden de waar digheid van een door den H. Geest gedreven Apostel, dat hij zijn reismantel in ieder geval gaarne terug had.
Al de Schrift is van God ingegeven en is nuttig tot leering. Zoo schreef deze dezelfde Apostel aan denzeltden Timotheus. En zoo mogen wij ook uit hetgeen hij schrijft aangaande zijn reismantel leering trekken.
Wij leeren er uit: de plicht van den Evange tiedienaar om voor zijn kleeding, in het algemeen, m voor zijn aardsche belangen ook te zorgen, en ie getrouw te behartigen.
Ziedaar een ernstig thema voor een preek, zooals die in de i8e en ook nog wel in het begin der 19! eeuw gehouden werden, toen men het nut van 't vroege opstaan en dergelijke onderwerpen op den kansel behandelde.
Wie zal de nuttigheid van dergelijke onderweren betwisten?
Wie, die meeleeft met zijn tijd en zijn volk, stemt niet toe, dat de Christen een tweeërlei Vaderland heeft, en dat het aardsche vaderland volstrekt niet veronachtzaamd mag worden? Wie „ m g d gelooft niet aan ordinantién Gods voor het aardsche leven, aan brandassuranties, levensverzekering, verzekering tegen inbraak, pensioneering enz. enz.; en wie stemt niet toe dat een Christen, die zijn eigen huis niet verzorgt, erger is dan een ongeloovige ?
In Paulus' dagen waren er echter nog geen verzekeringen tegen alles, als in onzen tijd. De levens beschouwing, die wij in de brieven van Paulus vinden, is voor gewone Christenen moeilijk overeen te brengen met die van onze dagen. Alleen zeer scherpe geesten, die veel vermogen, kunnen ook de levenspractijken van onzen tijd met het woord van Paulus dekken.
Doch hoe het zij, wij leeren uit dit woord des Apostels toch stellig, dat bet met de drijving des H. Geestes en het geestelijk werk van den Evangeliedienaar niet strijdt, ook zijn aardsche behoefte te verzorgen.
Paulus dacht aan zijn reismantel. Wellicht had hij, in geval van nood, wel een anderen, kunnen krijgen. Waarschijnlijk was die mantel ook niet nieuw meer. Maar de Apostel gevoelde den plicht er voor te zorgen, dat hij niet voor hem verloren ging-
Hij deed dus niet als degenen die zooals men dat noemt, alles afslonzen en dan maar weer nieuw laten maken; of alles laten slingeren, zoodat ze het, op 't oogenblik als 't noodig is, niet kunnen vinden. Neen hij wist zeer goed dat hij dien mantel te Troas bij Carpus gelaten had.
O, er zijn verstrooide geleerden, die onder een regenbui thuis komend, de natte parapluie op bed leggen en dan zelf in de parapluie-standaard gaan staan. Maar bij de meeste Evacgeliedienaren is de verstrooidheid niet tot die hoogte gestegen.
Erger is het als men maar nieuw laat maken, zonder aan betalen te denken. Een Evangeliedienaar die met schulden bezwaard is, heeft erger lot dan wie men een hongerlijder noemt, althans als hg zijn schuld gevoelt. Als de kinderen op klompjes moeten loopen, behoeft men niet te vragen of in zulk . een pastorie ook geleden wordt. Maar erger nog is het als de kinderen fijne laarsjes dragen, die niet betaald zijn.
Er zijn pastorieën waar de woorden uit het gebed voor den eten: »leer ons voor overdaad ons wachten", minder noodzakelijk of doeltreffend zijn. Maar de daarop volgende woorden : «dat we ons gedragen zoo 't behoort" komen altijd en overal te pas. Zelfs al kan men zonder zorge telkens een nieuwen reismantel aanschaffen, ook onderscheidene, voor zomer-en wintergebruik, dan blijft het toch plicht zich voor verkwisting van Gods gaven te wachten.
Het zijn slechts uitwendige dingen, doch niemand is vrij ook maar in het minste ontronw te zijn.
Wat Ds. Gispen hier opmerkt is volkomen juist. Zelfs een tekst als II Tim. 4 : 13, die zoo vaak aangegrepen is om het geloof aan de inspiratie der Schrift belachelijk te maken, bevat een schat van leering. En het is een genot, wanneer een zoo kundig en practisch homileet als Ds. Gispen, ons hier vertolkt, welke koste lijke lessen in dit schijnbaar achteloos daarneder geworpen woord des Apostels schuilen.
Met belangstelling zien we het vervolg tegemoet, waarin de tweede plicht van den Evangeliedienaar in verband met de perkamenten ons ontvouwd zal worden. Al valt de toepassing niet moeilijk te raden, toch twijfelen we niet of Ds. Gispen zal ook deze applicatie specialissima op zoo origineele wijze ons bieden, dat menig Dienaar des Woords er voordeel mee doen kan.
Ook om hun te lesren, hoerijk ^^«/de Schrift is aan vermaning en onderwijzing en hoe weinig die schat in de gewone prediking tot zijn recht komt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 17 december 1905
De Heraut | 4 Pagina's