Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Een feestdag te Batavia.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een feestdag te Batavia.

8 minuten leestijd

Amsterdam 15 Dec. 1905.

Verrassend zijn de berichten, die uit Indië tot ons komen, van de feestelijke herdenking op 20 October van het vijfentwintigjarig bestaan der Vrije Universiteit.

In de Kwitangkerk te Batavia waren een honderdtal belangstellenden saamgekomen. Ds. C. J. Mulder opende de saamkomst; kapitein H. Colijn, Mr. J. van den Brand en Ds. Ruyssenaers hielden voortreffelijke toespraken, waarna Ds. Mulder een slotwoord sprak en Ds. Ruyssenaers met dankzegging eindigde.

De heeren kapitein Colijn en Ds. Ruyssenaers hebben hun keurig bewerkte referaten reeds in druk doen verschijnen, en Mr. Van den Brand beloofde zijn toespraak in De Getuige te doen afdrukken.

Schetste Ds. Ruyssenaers als oude leerling der Vrije Universiteit op uitnemende wijze het karakter van het onderwijs, dat aan onze hoogeschool gegeven wordt, waarbij hij zijn hoorders beurtelings in de collegezalen van Prof. Woltjer Sr., Prof. Rutgers en Prof. A. Kuyper binnenleidde, kapitein Colijn gaf een keurig historisch overzicht van de antithese, die van het begin der 19 ie eeuw, ons volk verdeelde op religieus gebied, en die ten slotte de stichting der Vrije Universiteit had noodzakelijk gemaakt; met klem van redenen toonde hij aan hoe het beginsel van de Vrije Universiteit: opbouw van de wetenschap op het onwankelbare fundament der eeuwige Goddelijke waarheden, het eenig ware is, en hoe rijk de beteekenis is van zulk een Universiteit, waar de opleiding tot de verschillende maatschap • pelijke betrekkingen in overeenstemming met die beginselen geschiedt. Indien onze plaatsruimte het gedoogde, zouden we gaarne deze gehee)e rede hier overnemen. We bepalen ons thans tot het slotgedeelte, waar kapitein Colijn inzonderheid de vraag beantwoordt, welke roeping de Vrije Universiteit voor Indië heeft. Na er eerst op gewezen te hebben, dat de Vrije Universiteit, voor zoover ze de wetenschap beoefent, een internationale taak heeft, en dat de wetenschap, wil ze vruchtbaar zijn, zich aan het practische leven heeft aan te passen, gaat hij aldus voort:

Hiermeê stemmen we zeker in en in zoover er herstel moet komen van den even wichtstoestand tusschen wetenschap en leven, wachten we met vertrouwen af de resultaten der oplei ding aan de Vrije universiteit, waar men meermalen blijk gaf een open oog te hebben voor hetgeen te dien aanzien van verschillende zijden met steeds klimmenden aandrang gevraagd werd. Maar niet daarin ligt de bijzondere roeping van onze christelijke academie als onderwijs inrichting.

Want immers, als metterdaad vaststaat, dat het Christendom een geheel eigene beschouwing heeft van wereld en leven, dan is het zonne klaar dat men de maatschappij geheel anders beziet in het licht der bijzondere openbaring dan zonder haar.

Het tegenwoordig maatschappelijk leven vertoont een veelvormig beeld; nochtans treden drie vormen dier maatschappij scherp geteekend naar voren: het huisgezin, de kerk en de staat.

En zoo men nu slechts één enkel oogenblik verwijlt in de gedachtenwereld der belijders van den zuiveren rechtsstaat of het oor te luisteren legt naar de denkbeelden van hen, die de theorie van den absoluten staat verkondigen, dan is het al niet meer noodig om nog ter schole te gaan bij Marx of Engels, om te weten dat de christelijke staatsleer vierkant tegen deze theorieën overslaat.

Wij aanvaarden noch de onthoudingstheorie op het gebied van den staat, gelijk de voorstanders van den zuiveren rechtsstaat verkondigen, noch de leer der staatsalmacht gelijk elders gepredikt wordt.

Maar wij belijden dat aan den eenen kant de staat rekening heeft te houden met den eisch van het christelijk beginsel, doch dat hij daarbij aan den anderen kant niet buiten zijn eigen terrein mag komen en mitsdien bij al zijn werken gehouden is, de souvereiniteit van de beide andere maatschappelijke vormen, van huisgezin en kerk, elk binnen zijn eigen kring te eerbiedigen.

Maar indien dit alles nu zoo is, dan kan het u niet onverschillig zijn, wie de grenzen van elks bevoegdheid zal opsporen eerst, zal helpen vaststellen daarna; wie bepalen zal, tot hoeverre de staatsvoogdij zich zal mogen en tot waar staatsbulp zich zal moeten uitstrekken. Want immers, wat gezag men u laten zal in uw gezin, wat gij zult mogen regelen in de zaken, uw kerk rakende, dat alles wordt ten slotte beheerscht door de vraag: welke opvattingen de overheid van uw land is toegedaan ten opzichte van de verhouding tusschen gezag en vrijheid. Zoo is het dan duidelijk dat het ons als belijdende Christenen niet onverschillig mag zijn, welke denkbeelden de dienaren der overheid dienaangaande zijn toegedaan en dat we er mitsdien zorg voor hebben te dragen, dat ook in de ambtelijke wereld in Indië de stem vernomen wordt van hen, die hunne staatsrechtelijke inzichten hebben afgelegd uit en getoetst aan de, ons van Godswege geschonken openbaring; die samenhang voelen tusschen den onveranderlijken goddelijken grondslag van wat recht is en de naar gelang der maatschappelijke behoeften wisselende eischen van tijd en plaats.

En nu moge de noodzakelijkheid hiervan tot heden nog niet zoo luide gesproken hebben, bij den veelszins primitieven toestand der Indische maatschappij zelfs maar ten deele bestaan hebben, metr en meer treden ook hier nooden en behoeften aan den dag, die om voorziening vragen en waarvan het allerminst onverschillig is op welke wijze men regelend zal optreden.

Kapitein Colijn toont dit dan nader aan, door met name te wijzen op]de verhouding van de Overheid tot het onderwijs, tot de kerk in Indië en tot den zendingsarbeid. De sterke zucht in Indië om alles van de Regeering te laten uitgaan, belet de geestelijke ontwikkeling van onze schoone kolonie. Indië zal steeds meer tot selfgovernment moeten komen, en het systeem van centralisatie moeten plaats maken voor een systeem, dat deeling van beheer en verantwoordelijkheid tot uitgangspunt kiest. Hoe meer dit beginsel veld wint, hoe meer de ambtenaren op den voorgrond zullen komen. Maar juist daarom is het voor Indië een' levensvraag, hoe deze ambtenaren zullen gevormd worden : Christelijk of niet.

Met het oog daarop kan de beteekenis van de Vrije Universiteit voor Indië zoo groot worden.

Wij beschouwen dit als een ongemeen voordeel, als een onafwijsbare eisch zelfs om uit het moeras te komen, maar we trekken er tevens de conclusie uit, dat het van uitermate veel gewicht is of die ambtenaren al dan niet de maatschappelijke vraagstukken hebben leeren beschouwen bij het licht der christelijke beginseltn.

En hierin ligt nu — ge hebt het reeds lang gevoeld — de beteekenis der Vrije Universiteit ten opzichte van Indië.

Maar al dadelijk moeten we daaraan toevoegen de herinnering dat zij nog niet in staat is ten deze hare roeping te vervullen.

Noch in de faculteit der letteren, noch in die der rechtsgeleerdheid wordt rekening gehouden met de behoeften van Indië.

Onderwijs in hft Mohamedaansch recht en in het staatsrecht en de staats instellingen van Nederlandsch Indië wordt niet gegeven, en even min wordt de taal-, letter-, land-en volkenkunde van onzen archipel onderwezen.

Erken haar deze onvolkomenheid niet aan, want artikel 78 der hooger onderwijswet heeft slechts één der rijks universiteiten met leerstoelen voor die vakken bedacht en geenszins heeft de wetgever het onderwijs in die vakken willen beschouwen als noodzakelijk deel uit te maken van een volledige universiteit.

Toch mogen we, op grond van hetgeen we rekenen de hoogste belangen van Indië te raken, in dien onvolkomen toestand niet berusten.

Zij in Holland de drang vruchtbaar om ten spoedigste te geraken tot een Vrije Universiteit met 5 faculteiten, maar worde van hier de roepstem gehoord: geef ons wat noodig is voor Indië!

Of zoudt ge dien worp te hoog achten? Immers neen !

Kleinmcedigheid was ons immer vreemd.

En wanneer we iets voelen van dien drang, die Ea Costa eens zingen deed:

Ja! Stort in mijn aad'ren die kracht van gelooven, Die hoogten ter neerstort en marmer verbrefkt. Die hemelvuur inroept en afdwingt van boven En ijskoude harten in liefdebrand steekt!

dan versagen we niet, maar dan vlamt onze ijver op, is niets ons te hoog en zullen we, in vertrouwen op God, niet rusten, voor onze Gereformeerde academie dienstbaar zij aan het hoog houden der Christelijke levensbeschouwing, óók in ladië.

Het woord van een man als kapitein Colijn, die Indië zoo door en door kent, en beter dan iemand in staat is de nooden van Indië te vertolken, zal niet nalaten ook in onzen kring indruk te maken. Wel schijnt de taak reusachtig groot en de krachten der Vrije Universiteit zijn nog o zoo gering, maar het bezielend idealisme dat uit zulk een woord spreekt, doet een vonk in het hart overspringen en bidden tot God, dat Hij de kracht en gave schenke om ook aan die taak ons te wijden.

Aan de broeders, die zoo warm voor de Vrije Universiteit pleitten, zij onze hartelijke dank geboden. Zelfs de Indische pers, die gewoonlijk voor al wat specifiek Christelijk is, zoo weinig waardeering toont, sprak met lof over deze bijeenkomst. In Indie, waar het geestelijk leven zoo arm is, waar van het hooger ideaal zoo weinig gevoeld ordt, waar alles door Staatsmacht en ammondienst beheerscht wordt, was deze eestviering een teeken dat van betere dinen profeteert, een getuigenis, dat zelfs in en kring der tegenstanders met eerbied en ewondering werd begroet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 december 1905

De Heraut | 4 Pagina's

Een feestdag te Batavia.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 december 1905

De Heraut | 4 Pagina's