Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

6 minuten leestijd

Engeland. Een brief uit Schotland.

Meermalen spraken we in dit blad over de uitspraak van het Hoogerhuis in Engeland in zake de kerkelijke goederen der Free Church van Schotland. In 1900 besloot de meerderheid der Free church zich te vereenigen met de United Presbyterian Church of Schotland onder den naam van United Free Church. Eene kleine minderheid, geleid door ongeveer 24 predikanten, kon met die vereeniging niet medegaan en bleef, voornamelijk in de Schotsche hooglanden, bestaan onder den ouden naam van de Free-Church of Schotland. Deze minderheid deed, nadat de vereenigde kerk haar ledig heengezonden had, hare aanspraken bij de rechtbank gelden op al de kerkelijke goederen. Nadat de zaak voor verschillende rechtbanken gediend had, besliste het Hoogerhuis als rechter ter laatster instantie, dat de eisch van hen die getrouw gebleven waren aan de Free Church, moest toegewezen worden. Het spreekt wel van zelf, dat toen allerlei moeilijkheden ontstonden. Wat moest de kleine Vrije Schotsche kerk met al die kerkgebouwen, pastorieën, colleges, ter opleiding van aanstaande dienaren des Woords, gebouwen voor delvergadering der generale synode en met de enorme kapitalen voor kerkelijke doeleinden die haar toegewezen waren, aanvangen? Het was duide lijk, dat de kleine minderheid met de haar toegewezen schatten verlegen was en toch niet genegen bevonden werd om zoo maar datgene, wat nu eenmaal door wettelijke uitspraak haar toegewezen werd, weder prijs te geven. Het is ook te denken, dat de overgroote meerderheid van de voormalige leden der Free Church verbitterd was, dat het recht op de goederen haar was ontnomen en dat de met zooveel offers verzamelde fondsen waren toegewezen aan een handjevol menschen, die niet wisten wat zij met den buit van het overwonnen land, die hun in den schoot gevallen was, zouden aanvangen. Wij laten hier een schrijven uit Schotland volgen, dat ons doet zien hoe de toestand daar tegenwoordig is.

„In onze kerkelijke wereld heerscht tegenwoordig betrekkelijke rust..De beweging, die na de bekende uitspraak van het Hoogerhuis ontstond, heeft blijkbaar uitgewerkt. Het gouvernement heeft eene koninklijke commissie benoemd; om de punten in geschil tusschen de twee partijen te vereffenen en eene billijke verdeeHng van eigendommen te maken. Van beide zijden is men ijverig in de weer om zijn „rechten en aanspraken" op het papier te brengen, om deze aan de commissie voor te leggen. Deze commissie heeft niet stil gezeten; het plan was om nog voor het eind des jaars eene vergadering te houden. De zittingen der commissie zijn niet publiek; de vertegenwoordigers der twee partijen zullen voor haar hunne belangen bepleiten. Denkelijk zal de beslissing spoedig worden bekend gemaakt. Er zijn vooral drie zaken, welke de aandacht der commissie vragen.

1. De fondsen, die aan de Free Church behooren voor de vereeniging in 1900. Hier deden zich moeilijke fiaancieele vraagstukken voor, die opgelost moeten worden. Vele gelden zijn belegd voor en daardoor zoo goed als onaf scheidelijk verbonden aan de in en uitwendige zending en de zending onder de Joden. De United Free Church, die niet meer de beschik king over die kapitalen heeft, beweert, dat deze gelden niet mogen onttrokken worden aan het doel, waarvoor zij werden saamgebracht. De . Free Church beweert, dat, waar zij geen Inwendige Zending drijft en ook niet arbeidt onder de Joden, deze fondsen haar toekomen om ze te gebruiken voor algemeene doeleinden der kerk. Er zijn nog andere moeilijkheden met betrekking tot de verdeeling der fondsen, zoodat het een verre van gemakkelijke taak is voor de commissie, om in deze uitspraak te doen.

2, De tweede vraag, welke door de commissie moet worden uitgemaakt, gaat over de Kerkegoederen, die aan de plaatselijke gemeenten moeten aangewezen worden. De commissie heeft toch als instructie ontvangen, dat in elk district de kerkegoederen alleen dan aan de Free Church blijven behooren en aan de United Free Church worden ontzegd, wanneer er een bepaald aantal leden gevonden wordt, dat zich tot een gemeente heeft gevormd. Het is echter een zeer moeilijke zaak om met nauwkeurigheid te be­ palen hoeveel leden er in een bepaald district tot de Free Church behooren. De statistieke opgaven die door de eene kerk worden opge geven, worden door de andere kerk voor on juist verklaard. Aan beide zijden doet men natuurlijk zijn best om het aantal leden zoo hoog mogelijk op te drijven, en hierin zijn soms niet te ontkennen onregelmatigheden. Zoo is het bijv. duidelijk, dat in de Hooglanden, waar de tegenstand tegen de vereeniging der twee kerkengroepen het sterkst was (wij zijn overtuigd dat dit feil te verklaren is uit de waar heid, dat men in de Hooglanden de Gereformeerde belijdenis bleef aanhangen) de eigendommen aan de Free Church moeten verblijven. In de Laaglanden zijn de toestanden verschillend; in sommige gevallen zal wat nu in het bezit is van de Free Church, in handen komen van de United Free Church. Hoe het gaan moet met die kerken die later tot formatie komen, zal de tijd moeten leeren.

3. Ten slotte moet worden uitgemaakt aan wie het nieuwe College, de Assembly Hall en de andere gebouwen voor het bestuur der ker ken zullen toegewezen worden. Over deze zal de strijd het warrnst zijn. Zij zijn als het ware het historische middenpunt van de Free Church beweging in Schotland en zijn prachtige, welingerichte gebouwen. Partijen doen wat zij kunnen om ze in bezit te krijgen of ze in bezit te houden. Onlangs schreef een der leiders der Free Church in een brief: „Wij zullen vechten voor het College." Het ligt voor de hand, dat de quaestie betreffende het college, van uit een ander standpunt moet beschouwd worden als die der gemeentelijke goederen. Het nieuwe College was onafscheidelijk aan de Free Church verbonden, en deze kerk heeft haar op grond van de uitspraak van het Hoogerhuis feitelijk in bezit.

De schrijver van het bovenstaande klaagt er over dat ter oorzake van den strijd om de uitwendige goederen, de behartigfüg dar geeste lijke belangen op menige plaats veel te wenschen over laat. Wij verstaan die klacht. Het is menigmaal een zegen geweest voor de kerken, wanneer zij van hare uitwendige goederen werden beroofd Het onrecht dat men haar dan aandeed dreef er toe om nauwere gemeenschap met den Heere te zoeken en zoo werd uit verlies, winst geboren.

Daarentegen is het zoo zeldzaam dat wij door de weldaden des Heeren op stoffelijke gebied, klem worden. Het is daarom de vraag of wanneei de koninklijke commissie beslissingen neemt die geheel in het voordeel der Free Church zijn, of daarmede die kerk zal toonen dat zij de sterke beenen heeft, die de weelde kunnen verdragen. Dit neemt echter niet weg dat wij het betreuren zouden wanneer genoemde Commissie door hare uitspraken het vonnis van het Hoogerhuis krachteloos maken zou. Het best ware het geweest indien de Free Church door hare houding tegenover de United Free Church het instellen der Koninklijke commissie had overbodig gemaakt, terwijl United Free Church zich daarbij dan als gemakkelijk te bevredigen hed moeten openbaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 januari 1906

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 januari 1906

De Heraut | 4 Pagina's