Een kloeke daad.
De eerste daad, die van den Gouverneur van Suriname, den heer Idenburg, bekend werd, toont hoe deze Christen-staatsman ook in zijn nieuwe betrekking ernst maakt met zijn beginselen.
In een circulaire aan de ambtenaren toegezonden, brandmerkt hij het concubinaat, dien kanker onzer koloniën, als een kvuaad uit zedelijk en maatschappelijk oogpunt, en verzoekt hij bij eventueele voordrachten er rekening mee te houden, dat men alleen zulke personen zal voordragen, die ook door hun zedelijken levenswandel een goed voorbeeld geven.
Dat deze circulaire opspraak zou geven, zoowel in onze koloniën als daarjiuiten, was te voorzien. De klacht dat door dezen maat-^ regel huichelarij en verklikkersdienst zal bevorderd worden, wordt voldoende weerlegd doordat de Gouverneur uitdrukkelijk verklaarde dat „hij geen speciaal onderzoek wenschte naar iemands particulier leven, maar alleen verlangde, dat men letten zou op feiten van algemeene bekendheid, op oneerbaar gedrag, dat door zija openbaarheid aanstoot geeft en daardoor strekt tot vermindering van de achting aan het ambt verschuldigd". En zelfs het Protestantenblad voor Suriname, ook al oppert het beden kingen, brengt „den Gouverneur hulde voor den zedelijken moed, door hem aan den dag gelegd", gelijk de Hervorming mededeelt.
Wanneer de Hervorming zelf voorts min of meer haar afkeuring te kennen geeft over deze „opspraakwekkende circulaire" dan valt dit moderne blad ons hier uit de hand.
We meenden, dat dit ernstige blad even beslist als wij het concubinaat afkeurde en daarom veeleer met blijd.-ïchap eiken maatregel begroeten zou, die het concubinaat tegenging, dan in de kleinzielige vitterij van het Surinaamsche blad behagen te scheppen.
Wie onze koloniën kent, weet, hoe moeielijk en zwaar de strijd tegen het concubinaat is. Een publiek protest van den Landvoogd is zeker een der meest doeltreffende middelen om het kwaad den kop in te drukken, vooral wanneer verwacht mag worden, dat de Landvoogd het niet bij woorden laten zal, maar ook in daden toonen zal, dat hij slechts ambtenaren wenscht, wier publiek gedrag geen aanstoot geeft.
En het karakter van den heer Idenburg staat er ons borg voor, dat de daad hier het woord volgen zal. .
Ons Christenvolk is den heer Idenburg dankbaar, dat hij zoo zijn regeering aanvaardde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 21 januari 1906
De Heraut | 4 Pagina's