Een teeken van leven.
Ook in de Luthersche Kerk, waar het modernisme schier alle geestelijk leven verstikte, komt toch een protest tegen een prediking, die steenen voor brood biedt.
In De Wachter, stemmen uit de Evangelisch-Luthersche Kerk, uitgegeven vanwege de „Vereeniging van Luthersche predikanten", heeft de heer L B. E. van Hylckama Vlieg, diaken bij de Luthersche Kerk te Amsterdam, een strijd aangebonden met den heer Junod, Luthersch predikant te Kampen, over de autoriteit van Gods Woord.
Volkomen terecht wijst hij er op, dat vs/ie de vastigheid van Gods Woord loslaat om alleen te steunen op de inspraak van het eigen geweten, daarmede feitelijk God zelf prijsgeeft:
„Wel”, zegt ge, „er valt bij een noodzakelijke gewelenskeus toch meer te winnen dan te verliezen". Natuurlijk, en zoo spoedig ons geweten te staan komt voor de Wet Gods en 'n nog in wording zijnde wet van de moderne denkers, dan is voorhands de keus gelukkig niet moeilijk. Want is het geweten, los van den norm ons in Gods Wet gegeven, niet geheel aan dwaling prijs gegeven? Komt gij, dien norm, 't absolute loslatend, niet tot de massa van tegenwoordig, die, op haar wijze, zingt zooals Kloos:
»Ik ben een God, in 't diepst van mijn gedachten, »En zit in 't binnenst van mijzelf ten troon »Over mijzelf ...”
En staat ge zóó, principieel, niet precies even ver van God af als de meest gewone godloochenaars? Want dat is juist het bedenkelijke, dat men telkens meer en teikens luider aan uw kant, dien der vrijzinnigheid, zich beroept op zijn eigen ik, zijn geweten, zeker, maar dit niet getoetst aan de door God zelf ons gegeven noim, en daardoor al heel spoedig een dwalend geweten.
Precies hetzelfde geldt voor wat ge tenslotte als raad geeft: „eiken band af te leggen, die ons blijkt niet uit God te zijn." Dit is noodig, zegt gij. Gewis, dit beamen allen, die aan de overzijde staan met u. Zij kennen de vrijheid ook, die er is voor de kinderen Gods, maarzij weten zich gebonden aan Christus.
Een vrijheid, die geen band kent, welken zij eigenwillis; , uit liefde en eerbied, uit geloof des harten respecteert, IS geen vrijheid meer, tenzij men dit begrip verwissele voor een abstractie. En zoo ook is 't geweten slechts zóo lang een betrouwbaar richtsnoer voor ons denken en handelen, als wij bewust het laten leiden door een hooger absolute macht, die ons in Christus geopenbaard is.
Hij, die kwam, niet om de JK«/te ontbinden, maar te veruUen, die niet mindere, maar veel hóoger eischen stelde aan ons moreele leven en daardoor aan ons geweten, maar door wien wij tevens weten, dat niet door eigen kracht, maar door vernieuwing des harten, voldoening aan die eischen ons in beginsel mogelijk wordt. Hij leerde ons tevens, dat het gebed 't middel is om dit als genade deelachtig te worden. Maar dit wordt uwerzijds misschen ook niet meer erkend. Als toch, zooals ik onlangs nog hoorde verkondigen, elk mensch voor zich uitmaakt wat de wet is, waaraan hij persoonlijk te voldoen het ft; als niet meer erkend wordt, dat al ons doen, zelfs bij de beste incentiën, voor den Heiligen God niet bestaan kan, dan is Genade ook een verouderd begrip, waarmee we afgedaan hebben.
Gelukkig, dat een groote schare van geloovige christenen nog vasthoudt aan den Bijbel. En gelukkig ook, dat daaronder zoovele mannen van groote wetenschap en diepe kennis zijn, die de kritiek onzes tijds ook kennende, haar den rug toekeeren en uitroepen: „weg ermee!”
En geen wonder. „Onze ziel, " zegt Bettex, „die het zichtbare en vergankelijke, het relatieve en tijdelijke en wat met den tijd overeenkomt moede is, schreeuwt gelijk het hert naar de waterstroomen, naar het Eeuwige, het absolute, dat ook in uitdrukking en woord, gelijk een rots alle stroomingen en stormen des tijds trotseert.”
„In den bijbel, zonder commentaren, hebben wij alles wat we noodig hebben; Goddelijke dwaasheid, hemelhoog verheven, boven alle menschelijke wijsheid, (i Cor. i:25 en 27) troostwoorden zooals geen mensch ze ooit uitgedacht heeft, een Heilig God des onlfermens en des Gerichts, zooals nooit een menschenhart Hem zich voorgesteld heeft, die als eerste en grootste gebod wil, dat wij Hem zullen liefhebben met „geheel ons hart, geheel onze ziel en geheel ons verstand”,
„Wij hebben in Zijn Woord ontzaglijke raadsbesluiten der Eeuwigheid en een, boven alle menschelijk verdichten en denken verheven-en heerlijk besluit der v/ereldgeschiedenis, en einde van alle schuld en leed. Waarlijk, woorden eens Vaders, die zijne kinderen niet in het duister wil laten, eene Openbaring zooals slechts een God haar van zich geven kon.”
En daarom kan de prediking van den twijfel, die schering en inslag is bij de meesten uwer, noch goeds brengen, noch goeds ontrooven. Wij zeggen vast overtuigd: „We weten in Wien we gelooven" en kennen nog immer niets en niemand tot wien we zouden gaan dan, door Christus, tot den Vader. Hij heeft woorden des eeuwigen levens, en wij blijven aanhoudf^n in 't gebed, dat Hij zich steeds meer aan ons openbare, en in den dank, dat we ons in Hem Kinderen Gods niogen noemen,
Voor dit kloek en warm getuigenis van een „leek" op theologisch gebied zijn we dankbaar.
Al mogen de wetenschappelijk gevormde predikanten uit de hoogte op zulk een „leek" neerzien, die van de „resultaten der critiek" zoo niets af weet en nog kinderlijk eenvoudig voor Gods Woord zich buigt, de echte geest van Luther, die eenmaal
sprak: Das Wort Gottes sollen sie lassen stehti, d, w. z.: het Woord Gods zullen ze laten staan, wordt hier meer bij den leek dan bij den prediker gevonden.
Of wil men nog dieper, ook hier geldt wat Christus zelf sprak: Ik dank u, Vader, dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt en hebt ze den kinderkens geopenbaard. Ja Vader, want alzoo is geweest bet welbehagen voor U.
Het is beter om in dezen zin een „kindeke" te zijn, dan tot de wijzen en verstandigen te behooren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 21 januari 1906
De Heraut | 4 Pagina's