Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

8 minuten leestijd

Onze pers herdenkt in deze dagen, hoe 20 jaar geleden de Doleantie begonnen is.

Ds. Van Schelven van Wageningen zegt er dit van in de Geldersfhe Kerkbode:

Wie eenigzins meegeleefd heeft in de dagen van '86, zal bovenstaande datum voor zijn geest heel wat doen herleven. Toen zijn «de Amster darasche broederen", zooals zij genoemd, virerden tot den kerkelijken kogel veroordeeld. Daarop volgde de stumperige procedure, en de officieele fusilade. »De kerkelijke revolutie" moest in haar vaart gestuit. Sommige synodale leiders spraken van een slust om al die Gereformeerden in zee te jagen"; anderen van seen jeuken der handen om ze eens " Dat waren niet de ergste en gevaarlijkste. Driftkoppen zijn niet de slimste. Daarnevens bevonden zich vele gemoedelijke broeders die hoofdschuddend en weemoedig zich en anderen de vraag stelden: »wat moet er toch van komen!" Die evenals de tegenwoordige confessioneele kram mers en lijmers ó zoo schreiend klagen konden over den droeven toestand der Hervormde kerk; die overtuigd waren, dat eene reorganisatie beslist noodzakelijk was; maar als het uitloopen moest op verlies van de «kathedralen" en pastorieën en tractementen, dan... 6 neen, dan hoorde men ze, als voor eenige weken in dit blad Ds. Buitendijk zich in dien ouden trant uitliet: dan maar liever het hoofd in den schoot gelegd'. Liever in een kerk, waar Christus niet als koning wordt erkend met van de roomschen «geërfde" (^zooals Buitendijk het heel onnoozel uitdrukte) goederen dan in een Kerk, die om hare getrouwheid »van hare goederen beroofd" wordt, of, zooals het in i886 steeds luidde: «naakt aan den dijk wordt gezet.”

Maar de ergste waren zij, die noch in drift noch in gemoedelijkheid tegenover ons optraden, doch eene min waai dige tactiek uitdachten, »omdeeere der vaderlandsche Kerk", bovenal de hoogheid van eigen troon te handhaven.

Ik ken een predikant, in die dagen van strijd zijn dienst aanvaardende, die, reeds den dag na zijn intree bij het classicaal bestuur in het boek der verdachten werd opgeteekend. omdat hij had gepredikt over de woorden: »Waar het woord des konings is, daar is heerschappij, " Die jeugdige domine had den schuldigen moed gehad te beweren, dat in elk land het woord eens vorsten met macht is bekleed; dat wie zich daarian niet onderwerpt zich tegen de souvereiniteit van zijn vorst verzet; en dat wie voor zulk een gedragslijn volgelingen ziet te werven, aan «muiterij' zich schuldig maakte. Een waarheid als een olifant zou men zoo meenen. Maar zoodra deze prediker dit overbracht op kerkelijk terrein werd zijn hoog houden van de Souvereiniteit over de kerk, zooals die van den Vader op den Middelaar is gelegd, als rebellie beschouwd. Toen deze jeugdige leeraar m dien geest sprak op eene classikale vergadering scheelde het niet veel, of men had hem de vergadering uitgejaagd.

Spoedig na de Amsterdamsche schorsing werd onderzoek gedaan bij de kerkeraden, wie de ver gadering van Gereformeerden, het z.g. Synodaal Congres te Amsterdam had. bijgewoond. Zoo'n gevaarlijke samenkomst, waar «tegen de Synode een complot gesmeed werd'; waar niemand werd toegelaten dan die een «geheimzinnige formule" had onderteekend; waar aan de deuren wachters stonden, en «in de sleutelgaten proppen papier" gestoken waren! Lief en leelijk deed men om er achter te komen, wat daar toch eigenlijk wel uitgericht was. En het hielp niets, of men al zei, dat de kerkelijke besturen geen recht hadden om zoon «inquisitoriaal" onderzoek in te stellen; dat zij informeerende bij predikanten, die bij de vrijmetselarij aangesloten zijn en door eeden tot geheimhouding verplicht zijn, evenmin iets van hunne besluiten en voornemens te weten zouden komen, en deze heeren toch ongemoeid bleven.... Het was al tegen de bierkaai vechten.

Recht was in die dagen niet te krijgen. Wat maar «de vade landsche kerk" voorstond werd geëerd. Wie tegen de Gereformeerden optrad kreeg bij de rechtbanken zelfs gelijk. Onze theologen hebben voor het meerendeel een jammerlijk figuur gemaakt in die dagen; maar onze juristen waren heelemaal den kluts kwijt. Eere aan die v/einjgen, die voor het recht en de gerechtigheid met fieren moed dorsten optreden. N; et alleen in onze kringen een scherpzinnig man als onze ]hr. Mr. A. F. de Savornin Lohman, maar ook daarbuiten waren er enkelen, die niet meededen aan slippendragerij van de pseudo Koningin der kerk, de haagsche Synode; in die dagen een echt «kruidje roer-me niet.”

Wat waren het toch anderzijds goede, heerlijke, liefelijke dagen! Wat was er een saambinding; een besef en gevoel van innige saamhoorigheid. In scholen, in schuren, in stallen en kamers was 't zoo goed. Heel wat beter dan in Buitendijks's «geërfde kathedralen'! Mij dunkt het best te verstaan als wij het bezoek der herders in Bethlehem's stal ons voorstellen. Alles met zacht bekorend licht omglansd. Uit die «geërfde" gebouwen verd even door politiedienaren en huzaren, had men voelbare gemeenschap met wie naar katacomben waren gevloden om zijn Heere daar te ontmoeten.

Wat was het heerlijk preêken in die dagen! Wat aandacht bij die saamgepakte menigte! De prediker was niet koud voor-< verpelijk, er ging teveel in zijn ziel om; niet week onderwerpelij k er moest rotsgrond onder den voet gevoeld worden. De gemeente sliep niet bij de tekst verklaring. Om bij de toepassing alleen aan het zoete wiegelied der streeiende en bewegelijke mystiek het oor te bieden. Neen, 'men wilde weten, wat God bedoelde met wat Hij schrijven deed op het heilig blad der Schrift, en de juiste bedoeling, de diepte, hoogte, breedte en lengte gemeten hebbende, werd het hart opengezet om de kracht van het woord des Konings in heel zijn omvang te la'en werken. Helaas, zouden wij haast zeggen, heeft de haagsche Farao wat al te vroeg zijn zweep opgeborgen. Nog vijf zware jaren van vervolging, en onze nog altijd voortdommelende broeders en zusters in het Genootschap zonden wel wakker geworden zijn. Nu zien ze 't rustig aan, dat in die «geërfde" kerkgebouwen een socialist, een anarchist, een Christus onteerder, een God-loochenaar hun goddelooze leer verkondigen, gedekt en beschermd door de Majesteit van de opgeworpene Koningin, het staatscreatuurlijk Opperbestuur, dat resideert in den Haag.

God gaf de breuke Sions in die dagen te zien. Maar zoovelen zijn achtergebleven en de conscientie wordt verhard. Doch ook zrfovel n maken zichschuldig aan een «verflauwing der grenzen", de echte mode-zonde. Vooral bij het jongere geslacht is dit waar te nemen. Niet dat wij kerkelijken hartstocht willen opv/ekken. Niet dat wij blind zijn voor de verkeerdheden ook aan onze zijde gepleegd. Om maar bij één persoon te blijven: wij keuren af, dat een Arnhemsch dominé in wolken van opgejaagd stof zijn weg van Bennekom naar Ede's station moest afleggen, even zoo goed als dat diezelfde domine zich zoo geheel vergat toen een bejaard prediker, zijn vriend van jaren, in Arnhem's Kathedraal had durven speken over de kerkelijke beweging, zooals die te Amsterdam was ontstaan. Maar wel willen wij de principieele lijnen wat scherper doen uitkomen. Gods 'Woord geeft ons die lijnen aan. De historie doet ons zien, hoe het gaat met wie naar dien regel wandelt. Zonder onverdraagzaam te zijn, is er toch wel oorzaak tot zelfonderzoek, als men ons «doleerenden" zoo erg lief en inschikkelijk gaat vinden. En o die eeretitel kan zoo gemakkelijk verworven, als men de kerkelijke grenzen, op kerkelijk terrein n.l., wat wegdoezelt. Dezelfde menschen, die met een traan in het oog en bleek van aandoening staan bij de schilderij, die ons voorstelt de jeug dige christin die liever den dood sterft dan zelfs een enkel wierook-korrelken den afgoden te offe ren, zullen zonder eenig zelfverwijt of besef van verkeerd handelen, metterdaad die trouwe heldhaftige Christinne van voor eeuwen toch uitmaken voor eene bigotte, eene dweepster, wat overdreven in haar doen.

Gelijk wij bij het gebeurde in 1886, toen de Amsterdamsche broeders werden geschorst, de gemeente terugriepen tot het Woord, dat ons Chris tus en Hem alléén als Souverein Zijner kerke openbaart — zoo ro.pen wij bij deze twintigjarige herinnering de afzakkende broeders en zusters tot datzelfde Woord terug, dat van geen transactie, schipperen en laveeren, plooien en strijken weet; en zouden wij onze stem willen doen doordringen tot hen, die nu twintig jaren lang hun rebellie tegen den Koning, door God over Sion gezalfd, hebben voortgezet.

Het is goed deze dingen te herdenken.

Niet om den kerkelijken hartstocht weer te doen opvlammen, maar om de groote daden Gods te verheerlijken, die Hij aan onze kerken deed.

En om een jonger geslacht, dat na dien tijd opgroeide, in de historie onzer kerken in te leiden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 januari 1906

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 januari 1906

De Heraut | 4 Pagina's