Muziek.
Toen de Heraut indertijd waarschuwde tegen den schier demonischen invloed, die van verkeerde muziek uitgaat, heeft menigeen geoordeeld, dat hier toch wel eenige overdrijving in school.
Nu ja, de wulpsche dansmuziek uit caféchantants en schouwburgen van minder allooi mocht voor een oogenblik het vleesch prikkelen en onreine begeerte doen opkomen, maar dat een geheele valsche wereldbeschouwing door de muziekstukken der groote componisten op de meest subtiele wijze in het hart kon ingedruppeld worden, was toch te dwaas om te gelooven. Naar zulke muziek luisterde men alleen om het hooge kunstgenot, en zoo er van deze muziek eenige zedelijke invloed uitging, dan was het een invloed die den mensch boven het alledaagsche en platvloersche verhief. Ware kunst kon den mensch alleen veredelen, en het bijwonen van een concert droeg evenzeer bij tot de cultuur als het gaan naar de kerk. Tegen de tingeltangel-moppen en deunen van de kroegen mocht men protesteeren uit naam van het christelijk beginsel, maar van de groote werken onzer toonkunstenaars moest de critiek afblijven. Dat was de tempel, alleen voor de ingewijden bestemd.
Nu is het wel opmerkelijk, dat kort geleden een deskundige in de Kroniek, het bekende weekblad der socialisten, een ernstige waarschuwing schreef tegen de zoogenaamde Wagner-adoratie. Al ging deze critiek natuurlijk niet van Christelijk standpunt uit, toch wees ze terecht op het groote gevaar, dat in de muziek van Wagner schuilt. Niet omdat deze muziek afwijkt van de zoogenaamde klassieke muziek, werd ze veroordeeld; de kunstwaarde bleef in deze critiek geheel buiten spel; maar omdat in deze muziek een wereldbeschouwing haar uiting vond, die de criticus als verkeerd veroordeelde.
Ook Prof. Bouwman heeft in zijn jongste oratie over Boeddisme en Christendom een uitvoerige beschouwing aan Wagner gewijd, waarin hij aantoont, dat Wagner door zijn muziek als reformator van het Christendom in Boeddistischen geest wilde optreden. Hij zegt er op blz. 11 dit van:
Richard Wagner is niet alleen, zooals velen in den tegenwoordigen tijd, die zijne drama's hoorer, maar niet begrijpen, meenen een componist in den zin van Mozatt en Beethoven. Zijne kunst, zoowel zijn muziek als zijn poëzie, was voor hem middel om reformator te zija. Als jonge man schreef hij een onvoltooid drama „Jesus von Nazareth, " waarin hij als voorlooper van Tolstoi, de utopie van het Communisme trachtte te teekenen.
Jezus heeft de leer van de liefde gebracht. De wet brengt ergernis in de wereld, zij heeft het lijden geschapen. Het gebod Gods: „Gij zult liefhebben" verlost ons van de wet, elk ander gebod is ijdel en verdoemelijk. Daarom laat hij Jezus prediken: „Ich töte das Gesetz und veikünde stait seiner den heiligen Geist, — das ist die ewige Liebe" (Henrich Weinel, Jesus •im neunzehnten Jahrhundert. Tubingen, 1902, S. 122).
De droeve ervaringen van zijn leven bewerk ten evenwel dat Wagner zijn godsdienst der liefde verloor. Hij werd pessimist. In het jaar 1854 was hij een aanhanger van de philosophie van Schopenhauer. „Ich habe ein Quietiv ge fundeo, " schrijft hij an Liszt, „das mir endlich in wachen Nachten einzig zu Schlaf verhilfi; es ist die herzliche und innige Sehnsucht nach dem Tode: volle Bswusztlosigkeit, ganzliches Nichtsein, Verschwinden aller Traume — ein zigste mögliche Erlössing" (Briefe an Liszt II, 8. 83; Lichtenberger: R. Wagner, S. 349). In het Boeddhisme zag hij sedert de symbolische en populaire uitdrukking van deze verlosser de kennis. Door „Verneinung des Willens" trachtte hij tot het Nirvana te komen. Het Christendom achtte hij niets anders dan een tak van het Boeddhisme. Dit standpunt werd ook in zijne kunstproducten openbaar. Het lied der liefde en van de wet was verstomd, hij zong thans het lied des lijdens. Hij schrapt hei optimistische slot van de „Götterdammerung, " het gezang van Biünnhilde, en legt haar nu dit Boeddhistisch lied op de lipi-en;
Führ’ich nun nicht mehr nach Walhalls Feste,
Wist ihr, wohin ich fahre? Aus Wunschheim zieh ich fort
Wahnheim flieh’ ich auf immer; des ew'gen Werdens
oflfne Thore schJiesz’ ich hinter mir zu:
nach dem wunsch und wahnlos heiligsten Wahllacd,
der Welt wanderung Ziel, von Wiedergeburt erlöit.
zieht nun die Wissende hin. Alles Ew'gen
seliges Ende, wisst inr, wie ich's gewann?
Trauender Liebe tieffstes Leiden
schlos die Augen mir aui, enden sah ich die Welt.
In zijne volgende werken: „Tristan en Isolde, " „der fliegende Hollander" e. a. tracht hij de Boeddhistische beginselen te verwerken. In navolging van Schopenhauer nam Wagner aan vier trappen der Wahn Efkenntniss, van onderen opstijgend naar boven: wetenschap, kunst, godsdienst en philosophie. Zij zijn allen „lebensfeindliche" roachten, en op eiken hoogeren trap wordt de het leven vijandige macht sterker. De ware wetenschap erkent het schijnkarakter van de objectieve wereld: de groote kunst ziet reeds iets meer achter de coulissen en erkent de „ObjeclivationsstufFen" van den wil; de muziek vat den wil zelf als „das Ding an sich, " hoewel nog in de boeien van het tijdelijke, met zijn eeuwig verlangen en lijden; de verlossingsgodsdiensten, het Christendom maai vooral het Boeddhisme, als een nog hoogere vorm van godsdienst, de christelijke godsdienst in zijn meer reine en oorspronkelijke gedaante, eikennen het „wahnvoUe" lijden in de wereld en leeren zich zelf en anderen van dit lijden te verlossen, en den wil om te leven te vernietigen. Hetzelfde doet de ware philosophie, hoewel meer onverbloemd en helder. Wagner's schep pingen zijn de zinnelijke illustratie van de pi i-losophie van Schopenhauer. Wat Schopenhauer door begrippen wil duidelijk maken, vernemen wij bij Wagner door ons oog en ons oor. Evenwel, hoewel Wagner de opvatting van Schopenhauer over het wezen van de muziek deelde, denkt hij meer realistisch. Wijl wij als eindige wezens nooit gevoelens en aandoeningen hebben zonder voorstellingen, kan de muziek het wezen van den wil slechts verstaanbaar uitdrukken wanneer er eene handeling mee gepaard gaat. Zoo moet de muziek vruchtbaar worden door het drama. Het muziekdrama heeft dus een zending te vervullen, om de diepten van het wils en het gevoelsleven van den held door den auteur voor te stellen. Bovendien verschilt Wagner van Schopenhauer dat hij niet spreekt van een volkomene vernietiging aan den wil tot het leven, want hij stelt van zijne helden ten doei: niet zichzelf, maar anderen van den wil te verlossen. Ook geloofde Wagner niet als Schopenhauer dat heel de ontwikkeling slechts schijn en bedrog was, maar hij geloofde aan eene betering van den wil in de menschheid, hoewel de huidige menschheid is op den weg der degeneratie. De kunst moet de ethische kern van den godsdienst scheppen. Daartoe moest de kunsttempel van Bayreuth dienen. Om mede te arbeiden aan die zending, om het Christendom van het joodsche optimisme te reinigen en te redden, tieeft hij zijn voornaamste werk, zijn Parsifal gedicht. De Parsifal bevat de prediking van de Boeddhistische verlossing. Weten en medelijden zijn de verlossende krachten. Parsifal de heilige, monnik en ridder, is de belichameling der verlossing.
Gesegnet sei den Leiden das Mitleids höchste Kraft und reinsten Wissens Macht dem zagen Toren gab.
Hoewel Wagner later eene meer vriendelijke houding aannam tegenover het Christendom en dit boven het Boeddhisme stelde, bleef de Boeddhistische leer van het medelijden en van de acese zijne wereldbeschouwing aankleven (Wagner, Werke III. 388; X, 275, Schopenhauer, Sammtliche Werke, Berlin, Weichert S. 103 fï. Robert Falke, Der Buddhismus in unserem modernen deutschen Geistesleben. Halle a. S. 1903 S. 28. Raoul Richter, Friedrich Nietsche, sein Leben und sein Werk, Leipzig 1903. S. 105 ff.).
Men houde ons dit eenigszins lange citaat ten goede. Het was noodig om te doen zien, hoe noodzakelijk het is tegen dergelijke geestesrichtingen te waarschuwen.
Juist omdat het gif in schier onmerkbare gestalte wordt toegediend, dient men er te meer voor op zijn hoede te zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 28 januari 1906
De Heraut | 4 Pagina's