Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

INGEZONDEN STUKKEN.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

INGEZONDEN STUKKEN.

4 minuten leestijd

„Vereeniging tot Christelijk Hulpbetoon aan tuberculoselijders”.

(Builen verantwoordelijkheid van de Redactie).

Geachte Redactie!

De Vereeniging, wier naam hier boven staat werd verleden jaar opgericht. Haar bestuur uit: Prof. Biesterveld, ie Voorzitter, Ds. Sikkel, 26 Vooizitter, J. de Lange, Burgemeester van Oudshoorn, Penningmeester, Dr. D. J. Hamburger, Dr. H. Blanken, D. van Eijk, Dr. Rijk Kramer, J. F. H. Spier, en Dr. J. van Lonk huyzen. Secretaris. Het doel dezer Vereeniging is bekend. Zij wenscht één of meerdere inrichtingen op geschikte plaatsen in ons land te openen, waar long en borstlijders eene christelijke en aan den eisch der ziekte passende verzorging genieten. De vereischte hoedanigheden van bodem, lucht en licht zijn toch, nog afgezien van de noodige leefwijze, verzorgingen omgeving niet overal te verkrijgen. Hiervoor moet de zieke naar elders. En nu zijn er zeer zeker welbemiddelden, dis in de gelegenheid zijn zich elders een tehuis, mogelijk zelfs een christelijk tehuis, te verschaffen, maar dit wordt slechts in enkele gevallen en met groote moeite verkregen, en beantwoordt ook dan nog niet aan wat de ziekte eischt. Hoe geheel onmogelijk is echter zoo iets te verkrijgen voor minder bemiddelden. Voor hen zijn dan ook niet zelden reeds de eerste aankondigingen van deze ziekte de ontzettende boden van een langzamen maar zekeren dood. En dat, terwijl toch bij tijdige en doelmatige verzorging zoo menig kostbaar en nog vaak zoo jeugdig leven onder den zegen Gods gered kan worden. Men lette dan öck eens op wat zij, die niet bepaald op christelijke verzorging prijs stellen, doen. Welke weelderige, iren zou zeggen te kostbare inrichtingen worden door hen niet geopend om aan lijders aan deze ziekte zoo mogelijk herstel te geven. Mogen dan zij, die immers behalve krijgsknechten van Koning Jezus, ook discipelen zijn van den Barmhartigen Hoogtpriester, die 't land doorging goeddoende, genezende de kranken met wat ziekten zij ook behept waren, mogen zij achterblijven om alle middelen aan te grijpen, die Hij geeft om zijn ellendigen te doen ge nezen cl althans verzachting van lijden te geven? Vordert de christelijke barmhartigheid niet van cns, dat wij zorgen dat allereerst voor hen voor wie dit noodig is eene inrichting tot christelijke verzorging geopend worde, waar ziel en lichaam beide naar eisch behandeld worden, en niet het laatste ten koste van het eerste gebaat worde? Dat bedoelt deze Vereeniging allereerst. Zij wenscht niemand onnoodig uit zijn huis te nemen; dat ware onchristelijk. Zij heeft daarom ook in hare Statuten geschrevan, dat, zoodra haar middelen het gedcogen, zij ook hulp in de huizen, waar dit mogelijk is, wil aanbrengen. Maar dit is lang niet overal en altijd mogelijk. En waar dus verzorging elders wel noodig is, daar wil zij lijders de gelegenheid openen van een christelijke verzorging. Een tehuis, waar ook een christelijke levenstoon heerscht en dies ouders met alle gerustheid hun kranke zonen en dochters heen mogen zenden. De Vereeniging bovengenoemd wenscht zulk een tehuis zoo in te richten, dat de enkele meer gegoede er een rijkere verpleging kan ontvangen, maar ook vooral, dat de eenvoudige er geholpen worde, zoo goedkoop als het kan, terwijl zij daarbij nog voor hen, voor wie deze prijs te hoog mocht wezen, een suppletiefonds wenscht op te richten, waaruit deze onvermogenden gebaat kunnen worden, al naar dat zij behoeven. Men steune dus deze vereeniging en gunne haar een wijle tijds om zich naar haar beginsel te ont plooien. Men verachte de genade Gods in haar niet. Nu reeds mag deze Vereeniging zich in den steun van een vijftigtal diaconieën en van verscheidene paiticulieren verheugen. Maar veel meer is noodig. De Vereeniging heeft daarom de hulp aangenomen van den in zijn ijver en beminnelijkheid bekenden heer W. Sluijter, die voorheen de Ver. tot Chr. verzorging van zenuw lijders diende. Zijn hart is, helaas, mede door treurige ervaring onder de zijnen, vol sympathie voor het doel onzer Vereeniging.

Men geve dan dezen broeder een geopende deur, en wij twijfelen niet of er zal ock een geopend hart en een geopende beurs op volgen. Zoo zal er dan weldra een, eenvoudige stichting kunnen verrijzen. En God, die weet dat wij ook hierin Zijne eer en het lichamelijk en gees telijk heil Zijner arme schapen bedoelen, geve ons Zijnen onmisbaren zegen.

Namens het Bestuur der Vereeniging voornoemd, J. VAN LONKHUYZEN, Secretaris,

Aarlanderveen, 23 Jan. 1906,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 4 februari 1906

De Heraut | 4 Pagina's

INGEZONDEN STUKKEN.

Bekijk de hele uitgave van zondag 4 februari 1906

De Heraut | 4 Pagina's