Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Onze offervaardigheid.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze offervaardigheid.

4 minuten leestijd

De Nieuwe Rotterdammer beantwoordt onze critiek met de opmerking, dat we haar ten laste hebben gelegd wat ze niet had bedoeld. Ze wist evengoed als wij, zoo schrijft ze, dat iJe Rijkssubsidie voor het Bijzonder Onderwijs niet kon of mag gebruikt worden om de predikants-tracteraenten te verbeteren. Ze bedoelde alleen, dat nu voor de Christelijke School de offervaardigheid minder groot behoefde te zijn, dit volgens ons zijdelings ten goede zou kunnen komen aan de schrale predikantstractementen.

Nu zullen we maar niet onderzoeken, of vóór de verkiezing in Juni deze zeer krasse beschuldiging toch niet ipssissimis verbis in de liberale pers de ronde heeft gedaan. Gaarne nemen we acte van de verklaring, dat deze beschuldiging dwaasheid was; daaraan behoeft dus verder geen woord meer te worden verspild.

Maar de Nieuwe Rotterdammer toont in haar antwoord onze artikelen slechts zeer vluchtig te hebben gelezen en van de Wet op het Lager Onderwijs niet goed op de hoogte te zijn.

Vooreerst dicht ze ons de meaning toe, dat de Christelijke onderwijzers met de minimum-salarissen tevreden zouden moeten zijn. Nu hebben we uitdrukkelijk het tegendeel verklaard, en we begrijpen niet, hoe de Nieuwe Rotterdammer ons zulk een dwaas denkbeeld ten laste kan leggen. Het spreekt toch wel vanzelf, dat, om nu slechts een voorbeeld te noemen, in geen groote stad het hoofd eener school van een minimumsalaris leven kan. Met opzet schreven we daarom, dat alleen op zeer kleine plaatsen, waar de levensstandaard laag is, en waar de kring der Christenen te arm is om voor de school veel bij te dragen, met het miiiimum-salaris zal moeten worden volstaan. Voor een flink salaris onzer onderwijzers ij'-'eren we evenzeer als de antirevolutionaire Rotterdammer.

En ten tweede spreekt éz Nieuwe Rotterdammer ook nu weer van een „verdeeling van de Rijkssubsidie", alsof deze een soort extra winst was. Zelfs ac'nt ze het een schrijffout, wanneer wè verklaren, dat heel de Rijkssubsidie aan de onderwijzerstractementen ten goede moet komen. Dit begrijpen we niet. Het Rijk keert als subsidie aan het Bij.TOnder onderwijs de minimumsalarissen uit en ei.< ; cht deugdelijk bewijs, dat de salarissen der onderwijzers minstens het minimum-salaris bedragen. Mogen we vragen, wat er dan overschiet om te verdeelen .•' Wanneer ik aan een school fl 3003 subsidie geef voor de tractementen en ik eisch een verzegelde quitantie, dat de tractementen minstens drie-duizend gulden bedragen, hoe veel blijft er dan van deze subsidie over 1 We zouden daarop gaarne een pertinent antwoord van onze collega ontvangen.

De zaak is toch waarlijk eenvoudig genoeg.

Aanvankelijk betaalde het Rijk voor de Christelijke scholen niets. De ouders hadden zelfden vollen prijs te betalen. De salarissen der Christelijke onderwijzers waren daardoor over het algemeen ook beneden peil.

Allengs is ingezien, dat deze extra-belasting, aan de Christelijke ouders opgelegd, onrechtvaardig was. Het Rijk heeft verklaard, dat de kosten van het onderwijs tot het bedrag van de minimumsalarissen door het land zouden worde» gedragen, opdat de Christenouders voortaan van dien last zouden bevrijd worden. Met dat doel alleen is de subsidie gegeven.

Nu die subsidie geschonken wordt, behooren dus in de eerste plaats de christenen, die zooveel voor het onderwijs hadden te offiren, te worden ontlast. Terwijl pas in de tweede plaats de vraag aan de orde komt, hoeveel de tractementen van de onderwijzer verhoogd kunnen worden met het oog op de draagkracht der Christelijke ouders.

Of de Nieuwe Rotterdammer nu al vindt, dat daardoor „het mooie van de Christelijke offirvaardigheid" afgaat, is een kwestie van smaak, waar we maar niet verder over zullen twisten. Men zou evengoed kunnen zeggen, dat toen in ons land vrijheid van religie kwam, „het mooie van het martelaarschap" afging.

Onze slotopmerking, dat de liberalen deze offervaardigheid altoos meer in anderen bewonderden, maar zelf nooit in toepassing brachten, laat de N. Rotterdammer wijselijk rusten.

Ze vraagt alleen, wanneer de liberalen subsidie hebben gevraagd voor hun schouwburgen?

Heeft de Nieuwe Rotterdammer nog nooit gehoord, dat op het budget der stad Amsterdam jaarlijks een niet onbelangrijke subsidie voorkomt voor den Stadsschouwburg > . En indien Amsterdam te ver afligt zou haar redactie dan eens willen informeeren, hoeveel subsidie de gemeenteraad van 's-Gravenhage voor hetzelfde doel besteedt.

Maar in liberale kringen telt men blijkbaar zulke douceurtjes niet eens mee.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 4 februari 1906

De Heraut | 4 Pagina's

Onze offervaardigheid.

Bekijk de hele uitgave van zondag 4 februari 1906

De Heraut | 4 Pagina's