Uit de Pers.
In het Gereformeerd Weekblad, dat met de Vereeniging tot Vrijmaking der Kerken in nauw verband staat, komt een voortreffelijk artikel voor over den kerkelijken toestand, dat we gaarne in zijn geheel onzen lezers voorleggen.
Een der meest gevaarlijke methoden, om kwesties te behandelen, die betrekking hebben op het ac tueele leven des volks, is die, waarbij men zonder meer van een abstracte voorstelling ui gaat en geene rekening houdt met het historisch gfgevene. Uit een abstracte voorstelling kan men een schijn - schoone theorie opbouwen, waarmede men echter in de werkelijkheid niets kan doen. Het aantrekkelijke bij zulke abstracte theoriën is een element van waarheid. Datgene wat ze stelselmatig doet mislukken, als de theorie in het werkelijke leven toepassing moet vinden, is de feitelijke leogen, die het waarheidselcment verkracht. »Ins Blauehinein" redeneeren baat niet, brengt niet verder, integendeel het brengt ons steeds achteruit. Zoo redeneert de socialist uit zijn abstract historisch materialisme en bouwt zich een ideaal maatschappij, die wanneer zij werkelijkheid moet worden als een zeepbel uiteenbarst. Het gaat niet, omdat bij alle idealisme, dat er in wegscbuilt, niet gerekend w^s raet den mensch zooals hij in de werkelijkheid bestaat, maar met een gephantaseerden mensch, die niet bestaat. En e-enzoo doet het confessionalisme met betrekking tot de historie van ons volksleven. In een lang artikel over »het beginsel der afscheiding" gaat Dr. Kromsigt van een voorstelling uit, dte niet klopt op de werkelijkheid van ons volkslevep, van de voorstelling »onzer nationale Kerk, onzer Ned. Herv. Kerk, waar nog altijd de groote stroom van ons volksleven doorgaat." Een dergelijk woord streelt ongetwijfeld menigeen, die niet verder ziet dan zijn neus lang is, maar als de toets der werkelijkheid wordt aangelegd, blijft er van deze schoone woorden niets over. De stroom van ons volksleven gaat niet meer door de Ned. He v. Kerk. Integendeel, het is maar al te bedroevende werkelijkheid, dat die stroom voorbijgaat aan den drempel der kerk. Merk slechts op welk een treurig klein percentage kerkgangers er zijn. Het kan niemands aandacht ontgaan, dat vooral in onze groote steden dat getal tot een minimum geslonken is. Enkele predikanten hebben wat men noemt een gehoor Een gehoor, dat zich 's morgens trouw, 's middags en s avonds minder trouw betoont. Dat geldt enkele gevierde sprekers. En al het kerkelijk leven van dat gehoor is tot dien kerkgang bepaald. En als wij daar nu tegenover stellen de duizenden en nogmaals duizenden, die met alle religie gebroken hebben, het steeds toenemend aantal dergenen, die hunne kinderen zelfs niet meer laten doopen, de talloos velen, die onder de vleugelen dezer zoogenaamde nationale Kerk heeten te leven en nooit meer Gods Woord hoeren, opgaan in socialisme en materialisme en humanisme, dan kan niemand ontkennen, dat de stroom van het volksleven zeer zeker niet gaat door de Herv. kerk, En de kerk zelve ziet zich dientengevolge veracht. Zij doet haar plicht niet. Zii kan het niet doen. Wat zij nog doet door haar armverzorging, zij doet bet niet door haar eigen levende kracht, maar zij teert op hetgeen het geloof der •• oorgeslachten als levensvrucht naliet. De kerkelijke toestanden in de groote steden zijn dan ook eenvoudig beneden critieks De ellende gaat alle beschrijving te boven. Ja, er kan bijkans Vun geen kerkelijk leven meer sprtke zijn. En wat het platte lat.d betreft, daar mag het over het geheel iets beter zijn, doch ook daar vertoont zich hetzelfde verschijnsel. In tal van dorpen staat de kerk verlaten, en waar dat nog niet het geval is, d.ar is toch een groot d el en niet het slechtste deel der maatschappij dat zich hoe lang zoo meer ook van elke bemoeienis met de kerk onthoudt, zoodat er hier en daar groote moeite is om zelfs een kerkeraad bij elkander te krijgen, Slechts op enkele zeer kleine dorpen is het nog iets beter gesteld. Het gevolg is dan ook, dat de Ned. Herv. Kerk, waarvan Dr. Kromsigt beweert, dat zij de nationale is en dat door haat
de stroom van ons volksleven gaat, op alle belangrijke vraagstukken, die het volksleven beroeren, niet den allerminsten invloed oefent. Zij is als een uitgeknepen citroen. Zij wordt niet geteld. Zij laat ie massa aan zichzelve over. Het zijn niet de Gereformeerde Kerken, die dat hebben gedaan, maar het is de Herv. Kerk zelve die dat deed en nog doet. Dit is de kale en naakte werkelijkheid, die wel bitter is, maar die men niet moet en mag bemantelen door zich blij te maken met den term jnationale Kerk'. De gansche voorstelling wordt onwedersprekelijk gelogenstraft door de werkelijkheid. Deze dingen zijn voor niemand een geheim, De historie beschouwing van Dr. Kromsigt is dan ook niet juist. Zij is gebouwd op een fictie, op eene abstracte voorstelling, op dezelfde abstracte voorstelling, waarop de heele Synodale organisatie gebouwd is. Die gansche organisatie, oorspronkelijk met goede bedoelingen opgelegd, rust op een vol slagen gebrek aan kennis van het historische proces. Evenals de staatsschool rust ook die organisatie op de gedachte, dat het volk, in dit geval het Protestansche volk boven den Moerdijk, een eenheid in religieusen zin vertegenwoordigde. Die eenheid bestond niet in 1816, bestaat nog veel minder thans. Het geheele levensproces van alle Westersche volken leidt tot steeds verder voortdringende differentiatie. Dat verschijnsel hangt samen met de gansche ontwikkeling. Men kan dat betreuren, maar niet ontkennen. Daarom moest het levensproces in het volk zelf reageeren tegen die staatsschool, moest ook in de kerk het proces reageeren tegen de Synodale organisatie. Het heterogene laat zich niet klemmen in eenvormig heid. De Synodale organisatie heeft daaraan willen en mneten tegemoet komen door het in hare reglementen met de Belijdenis op een accoordje te gooien. Maar het noodzakelijk gevolg daarvan was, dat velen van hen, die nog waarachtig Gereformeerd waren, daarmede geen vrede konden hebben. En als wij nu de werkelijkheid aanzien, dan mag niet ontkend dat in dit verzet voor ons volk een groote zegen is weggelegd. De klemmende organisatie brak alle levenskracht der kerk. Bij de belijdecisloosheid moest komen de partijschap en bij de partijschap het wantrouwen, zoodat ten slotte niemand iets voor de kerk, doet uit vrees, dat hetgeen hij doet ten bate komt van principieele tegenstanders Zoo sukkelt de kerk nog steeds voort met een steeds gelijk blijvend aantal predikanten. De bevolking verdubbelt, verdriedubbelt, maar de arbeidskracht der kerk blijft gelijk. Zoodat wij straks weer het bedroevend verschijnsel zien, dat tal van jonge mannen willen arbeiden in dienst der kerk, maar niet kunnen, niet omdat er geen werk is, maar omdat er geen plaats is. Ea als wij nu zien op ons volk, welk een groote zegen is het dan dat door afscheiding en doleantie honderden mannen zijn uitgeslooten in den dienst des Woords. Hoe veel ellendiger zou het zijn onder ons volk, als er deze onder Gods voorzienigheid eens niet gekomen waren. Dit onwedersprekelijk feit mag niet geloochend. En met betiekking tot de school is het niet anders. De anti-revolutionaire politiek gaat niet uit van een ijdele fictie maar van de werkelijkheid. Zij erkent wat niemand kan wegcijferen, de werkelijkheid van het zich diffsrentieerende volksleven. De kwestie was niet en is niet het overgeven van de nationale instellingen aan het ongeloof, maar de erkenning van het feit. dat het volk geen religieuse eenheid meer is. En hst is haar onsterfelijke verdienste, dat zij IS opgekomen voor het recht der minderheden. Zij wil ook van staatswege het recht dier minderheden erkend hebben. En tegenover dit alles staat het confessionalisme met de ijdele fictie van de eene, niet gediff^'rentieerde natie. Eene voorstelling, die voor drie honderd jaren reeds een fictie begon te worden, zoodat reeds toen de zoowat nog nationale kerk geleden heeft onder dien schijn. Maar welke overeenkomst is er nog tusschen de nationale kerk van ouds en de Ned. Herv. kerk onder hare synodale organisatie? Ook dat is louter schijn. Het is die fictie, die zelmisleiding, die het confessionalisme tot een schadepost maakt. De vrije kerk en de vrije school zijn niet geëmancipeerd van het volksleven, maar de Hervormde kerk emancipeert zich zelve daarvan hoe lang hoe meer. De religieuse eenheid van het vo!k kan het confessionalisme niet redden, wijl ze siftds lang niet meer bestaat. En de ervaring leert dan ook, dat het confessionalisme, zoolang als het werkt, niets, absoluut niets, heeft bereikt. »Wij streven" zsgt Dr. K. »naar geleidelijke hervorming èn van de kerk en van het gansche volks en staatsie ven.' O, dat klinkt zoo schoon, dat wil er zoo in bij een zachtaardig en goedig mensch, zulk een geleidelijke hervorming. Maar terwijl de heeren daarmede bezig zijn reeksen van jaren gaat de stroom, die het volk afleidt van alle Christelijk leven, steeds sneller voort te winnen in macht. De heeren hervormen geleidelijk, maar laten onderwij! het volk over aan zichselven. Zij hebben in het gunstigste gsval hun gehoor, maar de honderdduizenden, die buiten allen godsdienst leven, laten zij voortvaren. Zij zijn het, die het volk prijsgeven, terwijl zij bezig zijn geleidelijk te reformeeren. En waarin bestaat dat dan nog ? In een schipperen met de belijdenis. De confessio neele Vereeniging kan op niet eene principieele daad wijzen. Integendeel, zij levert een photographic van het amalgama, dat ook in de kerk schudt Zij schrijft de confessie in hare banier. M ar in hare daden is het anders. Allerlei niet confessionecle elementen roept zij te hulp. Om aan geld te komen moet men de grooten dezer aarde met zich hebben. En die zoekt zij. Om die ter wille te zijn laat zij de vraag van overeenstemming met de confessie ter zijde. Zij heeft geen geloof in haar eigen beginsel. Deze dingen zijn een publiek geheim. Schrijver dezes, die meermalen zijn bezwaar daartegen uitsprak, heeft ervaren, dat het opkomen voor de confessie in de confessioneele vereeniging iemand niet in dank wordt afgenomen. Hij kreeg in het gunstigste geval ten antwoord, dat ook de confessioneele vereeniging geleidelijk moest hervormd. Zoo wordt het een geleidelijke hervo ming, die in het oneindige loopt en niets bereikt dan dit eene, dat zelfs mannen van beginsel langzaam maar zeker van hun beginsel worden afgevo.trd. Wie denkt bij die hervorming niet onwillekeurig san het spreekwoord: »De Senaat delibereert, terwijl de stad verl ren gaat". Heel dê kerk en heel het volk is een schoone leuze. Als onder de kerk maar verstaan wordt Gods kerk. Dat doen de confessioneelen niet. Het is de volkskerk, die zij zoeken, maar niet de gereformeerde kerk, niet die kerk, die haar belijdenis niet slechts wil schrijven in haar banier, maar ook daarmede ernst wil maken in de toepassing. Wat zij zoeken is een reorganisatie, die als zij ooit bereikt wordt, een strijd zal doen losbarsten zonder weerga. Een strijd, die hierop moet uitloopen, dat de midden partij, die vooral onder predikanten het sterkst is, de minderheden links en rechts zal uitwerpen. Daarvoor waarschuwen wij. En daartegen ver zetten wij ons. En wij doen dat, omdat wij vast houden niet aan de denkbeeldige volkseenheid, die onder de wijze voorzienigheid Gods zich nu eenmaal gedifferentieerd heeft, en nog meer diffe rentieeren zal krachtens het gansche levensproces, dat de historische ontwikkeling meebrengt, maar aan de saamhoorigheid van alle gereformeerden, aan de eenheid der gereformeerde gezindheid. En wij gelooven, dat alleen de kerk, die naar Gods woord leeft en dus de belijdenis niet slechts als een etiket, maar als haar levensbeginsel handhaaft een zuurdeesem zijn kan het geheele volk tot een' zegen. De kerk mag zich niet laten verwereldlijken. Zij raag niet in zich laten nagisten allerlei deeg van leer, maar heeft gegrond te zijn op haar eigen fundament. En het is Gods gemeente beter klein te zijn in de wereld en groot m haar geloof, dan een groote massa in zich te vervatten, die slechts in naam tot haar behoort, haar leven niet deelt, en als het er op aankomt haar levensuiting doodt. God heeft der kerk gezegd, dat zij zijn Niam zal belijden, dat zij dien belijden zal niet slechs voor den vorm, maar in al haar leven. En als de kerk dat doet, trouw zijnde in hare roeping, het zal haar wel zijn. Meer is niet noodig, mirder niet genoeg V\/ie minder doet dan God bevolen heeft, die doodt het lichaam van Christus, wie meer doet door rijp en groen lot de kerk te S m n c S g m b e b S g w e a 6 m m e h t h o i o t e a b G d t d l b o t z m i o z t K w h G d G D d b d l e G i t z t a d g b l u t n d t reken n, en dus de sacramenten ontheiligt, die ontsteekt Gods toorn over de gansche gemeente. In plaats van zich zoo druk te maken over een nationale kerk, die slechts in de verbeelding bestaat, zal het voor hen, die de Gereformeerde Belijdenis vasthouden, zeker wel meer roeping zijn te vragen naar Gods Woord, opdat zij allereerst daarnaar wandelen En Dr. Kr. kan er zeker van zijn, dat als hij en de zijnen in zake de kerk naar hunne persoonlijke roeping beginnen te vragen, de zorg voor degenen, die met God en zijn dienst gebroken hebben, hun wel op het hart gebonden zal worden. Want de kerk Gods zal zijn als een licht op de kandelaar allen die rondom zijn.
Zoo zien wij, dat en in zake art. 36 en in zake de kerk het confessionalisme staat op den veenbodem van een gedroomden staat en een gedroomde kerk. En wij spreken nogmaals de hoop uit, dat een man als Dr. Kr. uit dien droom eens zal ontwaken. Hij is toch te degelijk en te vast in beginsel, dan dat hij op den duur ïich zal kunnen laven aan de wateren, die opwellen uit eenijdelen waan.
Dr. Kromsigt heeft ditmaal wil van de reis gehad.
De fictie, waaraan de Hoedemakeriaansche groep zich schuldig maakt, is wel nooit onbarmhartiger aan de kaak gesteld dan in dit artikel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 25 maart 1906
De Heraut | 4 Pagina's