Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

10 minuten leestijd

Duitschland. D e „G em ei n schaf ten" en de Kerk.

Menigeen vindt in de Duitsche landskerken niet datgene wat hij als Christen behoeft, eene verkondiging van den Christus naar de Schriften. Daardoor zijn „Gemeinschaften" gesticht, die datgene wat de Kerk niet geeft, moeten schenken. Nu .is het te denken dat die vereenigingen niet overal vriendelijk tegenover de Kerk optreden. Ook heeft menig predikant die op den bodem der Heilige Schrift staat, bedenkingen tegen hetgeen in de „Gemeinschaften" geleerd wordt. De get. Oberkirchenrat Dr. Bard schreef in een herderlijken brief aan de Mecklenburgsche predikanten over de ongezonde leer in genoemde vereenigingen en noemde daarbij hare opvatting van de werking van den Heiligen Geest, hare meening dat elk geloovig Christen de bevoegdheid heeft om te prediken, haar geringschatting van den Heiligen Doop, hare methodistische opvatting van de bekeering, hare geringschatting van het tijdelijk beroep, van de zondeloosheid der ware geloovigen, van verwachtingen omtrent eene spoedige wederkomst van Christus, enz.

Zeker is het dat op de Gradauer conferentie op Pinksteren, de officieele vergadering van de „Gemeinschaften", telkens openbaar wordt dat er twee stroomingen in die vereenigingen zijn. Dit jaar werd er op genoemde conferentie gehandeld over den z. g. „Avondmaalsnood”.

Er waren toch broeders die volgens hun geweten het Avondmaal niet konden gebruiken als het bediend werd door ongeloovige predikanten. De vergadering besloot het volgendein zulke gevallen aan te raden: i. Menzoekemet predikanten die de „Gemeinschaft" welwillend gezind zijn, een overeenkomst te treffen tot het houden van een eigen Avondmaal in de Kerk voor de leden der „Gemeinschaften". 2. De broederraden sturen het daarheen dat de conferenties zulke Avondmaalsvieringen zullen houden gelijk deze op de Gradauer Pinkster conferentie plegen gevierd te worden.3. Vooreene bevredigende oplossing der Avondmaals quaestie wordt het bestuur der Duitsche vereeniging ter bevordering van Evangelische „Gemeinschaften" en Evangelisatie verzocht, door het doen van voorstellen aan de kerkbesturen zulke bepalingen in het leven te roepen, gelijk deze reeds in Denemarken bestaan, waardoor aan de „Gemeinschaften" grootere vrijheid van beweging in de Kerk verleend wordt.”

Wij voor ons vinden dit geen oplossing, en het doet ons leed dat de Reformirte Kirchenzeitung daarvoor geen oog toont te hebben.

Het is nu, gelijk wij de zaken bezien, het streven van vele rechtzinnige predikanten in de landskerken om met de „Gemeinschaften" op goeden voet te staan en'deze op den bodem, waarop zij zich geplaatst hebben, te laten voortgaan, omdat zij geen kans zien verandering ten goede te brengen.

Maar volgens ons behoorden deze predikanten in den geest der broederlijke liefde de leden der „Gemeinschaften" er op te wijzen, dat zij door hun optreden in den grond der zaak de plaatselijke kerk loslaten, en dat zij daarentegen als belijdende Christenen geroepen zijn et hen te arbeiden tot reformatie hunner erk. Volgens ons zijn er onder de leden der „Gemeinschaften" wel elementen, waarmede men oleerende kerken kon stichten. Doch in die ichting stuurt, helaas, voorzoover ons bekend, iet één predikant of hoogleeraar in de Duitsche erken.

Frankrijk. Een betreurenswaardig esluit.

De Synode van de voormalige Gereformeerde taatskerk is dezer dagen te Montpellier veraderd geweest en heeft zich aan de wet op scheiding van Kerk en Staat onderworpen. Het uiteengaan van de rechtzinnigen en liberalen heeft men getracht te voorkomen door het volend besluit, dat door den predikant Couve was voorgesteld:

De Synode bevestigt de besluiten der drie voorgaande Synodes, verlangt geen letterlijke en knechtelijke onderwerping aan de Geloofsbelijdenis van 1872, maar wil ook niets weten van een aanneming dezer belijdenis onder voorbehoud, waardoor men zou uitspreken dat men inzak de leer kan belijden wat men verlangt. Daarom besloot de Synode:

1. alle inleidende formules of toevoegingen wat de geloofsbelijdenis van 1872 betreft, voorzooveel dat de predikanten aangaat, af te snijden;

2. van de kerken te verlangen, in hare statuten de Geloofsbelijdenis van 1872 te schrijven en daarbij te erkennen, dat dit indragen slechts de beteekenis heeft, dat de gemeente de beginselen der Gereformeerde Fransche kerk belijdt;

3. de cultusvereenigingen, die reeds beperkende inleidende formules aangenomen hebben, uit te noodigen, in hare algemeene vergaderingen eene verklaring aan te nemen, in welke zij zich met de geloofsbelijdenissen der Gereformeerde Kerk vereenigen en de groote daden, die daarin vervat zijn te erkennen;

4. wanneer daarover moeilijkheid in eene gemeente ontstaat, de Kerk te machtigen, voorloopig de verklaring der vergadering der gemeente door eene beslissing van bet leidend comité te vervangen, hetgeen de gewenschte verklaring leveren zal; de gemeente zou dan voorloopig in de algemeene Unie opgenomen worden totdat de gemeente-vergadering het be­ sluit van het comité heeft aangenomen.

Wij vinden dit alles treurig. De midden-partij onder de orthodoxen of evangelischen heeft dus in de Synode de overwinning behaald 1 En deze midden-partij heeft ook weer getoond, meer naar links dan naar rechts over te hellen. Wij hadden gehoopt dat de scheiding van Kerk en Staat de positieve elementen in de voormalige Gereformeerde Staatskerk tot meerdere beslistheid zou hebben genoopt; doch het mocht niet zoo zijn.

Zwitserland. Beweging tot scheiding van kerk en staat.

De beweging die in Frankrijk leidde tot scheiding van kerk en staat, heeft op Zwitserland invloed uitgeoefend. In onderscheidene kantons werden over dit onderwerp besprekingen gehouden, en deed men aan de regeering voorstellen. In het kanton NeuchHtel ging men in deze het verst. De socialistische arbeidersbevolking van Locle, La Chaux de Fonds en Neuchatel, die bijna geheel uit vrijdenkers bestaat, begon de campagne.

Nu moet men weten, dat de quaestie van kerk en staat in dat kanton reeds van 1848 af aan de orde was, althans besproken werd. De jongste beweging gaf evenwel den minister van eeredienst aanleiding, om de gemeenten door middel van de Synode te vragen, of men verandering wilde, èf dat men den toestand, gelijk die tegenwoordig nog bestaat, wilde handhaven. Opmerkelijk is het daarbij, dat zij, die op scheiding van kerk en staat aandrongen, dit niet deden op grond, dat zij de kerk wilden onderdrukken, gelijk dit in Frankrijk geschiedde, maar om aan de kerk meerdere vrijheid van beweging te geven; althans, zoo werd beweerd.

De slotsom was, dat de gemeenten zich uitspraken geen verandering te willen. Het is gebleken, dat de socialisten wel veel propaganda hadden gemaakt, doch dat hun succes gering is geweest. Het was dus voorshands een storm in een glas water. Doch mannen die de toestanden kennen, zeggen dat er slechts een wapenstilstand voor korten tijd gesloten is, en dat de strijd later met des te grooter energie zal worden aangebonden.

Wanneer men weet, dat in sommige kantons van Zwitserland, de band tusschen kerk en staat zóó is, dat ieder burger lid is van de kerk, alleen omdat hij in het kanton als burger werd geboren, dan zal men begrijpen dat sedert het optreden van Vinet, vele Christenen om der wille van de kerk des Heeren, aangedrongen hebben op losmaking van den band die kerk en staat aaneensnoert.

Noord-Amerika. Down grade in de Congregationalistische kerk. Uit de Synode der Chr. Geref. kerk.

Dr. N. H. Steffens verhaalt in de Hope, dat hij op reis zijnde een conventie der Congregationalisten te Dubuque bijwoonde. Eerst hoorde hij daar een hoogleeraar uit Grinnell het zuivere Evangelie verkondigen. Maar de tweede spreker bleek volbloed modern te zijn. Hij geloofde nïet in de paradijsgeschiedenis van den val, de geboorte van Jezus uit de maagd Maria, de theologie des bloeds, en eende, dat men van gemeenteleden niet veren moest, dat zij zoo iets geloofden. Van een ood moest men niet vergen, dat hij een Chrisen werd; men behoorde hem aan te sporen en goede Jood te zijn. De ware gemeenschap usschen mensch en mensch moest niet gebouwd ijn op eenig geloofsartikel, maar op het geloof n de liefde Gods en de broederschap van het enschdom. Ook meende hij dat de geleerden et uitgemaakt hadden, dat de lichamelijke pstanding van Christus eene onmogelijkheid was.

Na die toespraak werd de vergadering genooigd te zingen:

Praise God, f rom whom all blessings flow.

Doch Dr. Steffens kon niet meezingen. De aatste spreker, nog wel een gevierd prediker it Des Moines, had te veel vergif bij de pijs gedaan, door den eersten spreker voorezet.

Wij zien hieruit, hoe niet alleen de Congreationalisten in Engeland, maar ook die in merika, sterk aan bet afzakken zijn. Spurgeon erkte het reeds op, dat de Down grade in ngeland erger bij de Congregationalisten dan ij de Baptisten was. De Congregationalisten ijn nog wel de afstammelingen van de vroegere ndependenten.

Voorts meldt Dr. Steffens nog:

In Milwaukee woonde ik de staatsconventie er Christian Endeavor Societies bij. Men zong r het Evangelie, maar de toespraak, door een eroemd professor van de normaalschool in ilwaukee, was eene verdediging en aanbeveing van eene religie boven geloofsverdeeldeid in den geest van den laatstgenoemden preker in Dubuque. Het is eigenaardig, dat en van polemiek niets weten wil, wanneer het eldt de waarheid te verdedigen tegen allerlei dwalingen. Zwijgt stil, zoo heet het, en maakt eene slapende honden wakker. De modernen echter zijn vol van polemiek tegen de waarheid, zoo als zij door de kerken in hare belijdenissen uitgedrukt is en door alle loyale Protestanten beleden wordt. Dat onze jeugd onder den invloed van die mannen staat en al die gekookte en ongekookte wijsheid voor zoete koek opeet, is zoo treurig, dat wij wel reden hebben om met Da Coste uit te roepen: „Ween, Sioniete, ween" en met hem: „Bezwaren tegen den geest der eeuw" te schrijven. Dat toch alle loyale Gereformeerden op hunne hoede zijn en man;

moedig opstaan voor de waarheid, die ons overgeleverd is.

Wanneer men nu weet, dat de Christelijke Endeavor Societies op het oog hebben te ijveren voor de zaak des Heeren, dan beseft men hoe het Dr. Steffens heeft gesmart, dat deze vereeni gingen zoo afgleden, althans in Milwaukee, dat zij dwaallicht voor sterren aanzien.

De Synode der Christelijk-Geref. kerk van Noórd-Amerika is vergaderd geweest. In De Wachter lazen wij van de vergadering een ver slag, waaruit wij het een en ander willen mede dealen.

Er is druk gediscussieerd over de afschaffing van de synodale en classicale commissiën, om daarvoor in de plaats te stellen deputaten, die van de eene tot de andere synodale samenkomst voor een bepaald doel, met welomschreven lastgeving, aangewezen worden. De commissie van praeadvies stelde voor om to afschaffing over te gaan, daar naar Gods Woord en de daarop gegronde kerkregeering alle bestuursmacht bij de kerk behoort. Bij het bespreken van dit punt werd het voorstel gedaan, om de zaak van de tafel te nemen. Dit werd afgestemd. Sommigen wilden beslist de commissiën afschafien, anderen betoogden, dat de woorden commissiën en deputaten slechts in naam verschilden. Besloten werd tot de volgende Synode bij de oude manier van handelen te blijven.

Dezelfde quaestie kwam in anderen vorm voor, toen de inwendige zending ter sprake kwam. Men stelde voor, om uit te spreken, dat de roeping der zendingleeraars dient uit te gaan van de plaatselijke kerk, aangezien de Heilige Schrift ons een voorbeeld geeft in Hand. 13 en ook volgens de kerkenordening de roeping van de dienaren uitgaat van de gemeente.

De voorzitter vroeg hierbij het advies van Dr. Steffens, die op de vergadering tegenwoordig was. Deze verklaarde, dat besturen in de kerk des Heeren geen recht hebben om leeraars in het ambt te zetten, dat dit recht berust bij den kerkeraad en dat daarvan de boards cf besturen hoe eer hoe beter dienden te worden ontheven.

Ten slotte werd het volgend besluit genomen: „De Synode spreekt uit, dat de roeping der zendingleeraars uitga van de plaatselijke gemeente, en niet van een board (een bestuur) en de quaestie of ze ook van classe en Synode kan uitgaan, wordt vooralsnog in het midden gelaten.”

Men ziet hieruit, dat de Gereformeerde beginselen in de nieuwe wereld veld winnen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 29 juli 1906

De Heraut | 2 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 29 juli 1906

De Heraut | 2 Pagina's