Buitenland.
Duitschland. De „Fall" César,
Nadat het beroep van den predikant Romer naar de gemeente Remscheidt wegens onrechtzinuigheid door het bevoegde kerkbestuur van Rijnland niet is goedgekeurd, is hetzelfde bestuur weer voor eenzelfde geval geplaatst. Het was het consistorium te Munster, dat den predikant César uit Wiesenthal (Saksen-Weimar) na met hem een colloquium gehouden te hebben, den toegang tot de Kerk van Westfalen en Rijnland ontzeide wegens gebrek aan overeenstemming met de leer der Kerk. Het besluit van dit bestuur luidt aldus:
„De predikant César te Wiesenthal in het Groothertogdom Saksen-Weimar is den igden April van dit jaar tot achtsten predikant der Reinoldi gemeente te Dortmund gekozen.
Daar hij bij een andere Duitsche landskerk behoort, heeft het consistorium volgens § 12 der kerkelijke wet van 15 Aug, 1898 vast te stellen, dat hij voor den dienst in de landskerk geschikt is.
De uitslag van een met hem op 22 Juni 1.1. gehouden colloquium gaf tot bedenking over zijne verhouding tot de belijdenis der Kerk aanleiding. Dientengevolge werd de beslissing over het al dan niet goedkeuren van zijn beroep volgens de kerkenordening voor Rijnland en Westfalen aan het breede consistorium voorgelegd.
In de behandeling van die zaak werd het volgende vastgesteld:
„Om het herderlijk ambt in de Evangelische Kerk volgens schrift en belijdenis te kunnen uitoefenen, is het in de eerste plaats wel noodig dat men gelooft in de door God in het vleesch gezonden, gekruisigden en opgewekten Zoon Gods en des menseben, en in de tweede plaats de zekerheid van de kracht van het leven, sterven en de opstanding van Jezus Christus tot uitdelging der zondenschuld der meuschheid voor God, hetwelk de grondslag van het rechtvaardigmakend geloof in God is.
De predikant César verwerpt de opstanding van Christus. Datgene wat de Evangeliën daaromtrent mededeelen, verklaart hij voor pogingen der jongeren om het onbegrijpelijke begrijpelijk te maken.
Wel meent hij aan een Christus te kunnen vasthouden die door den dood tot den Vader ging en thans verhoogd is. Hij laat ook een geestelijke gemeenschap tusschen ons en dezen Verhoogde bestaan, waardoor het mogelijk is, dat wij tot Hem bidden kunnen, al is het ook dat wonderen in dèn eigenlijken zin (ook in het kader der evangeUsche berichten) door hem worden ontkend.
Maar aan de andere zijde is Christus volgens den predikant César geboren als alle andere menschen; zeker door God bijzonder uitverkoren en toegerust; wel in graad, niet naar het wezen van de profeten onderscheiden.
Al is hij er toe gekomen om gedurig de zonde te overwinnen, is de Christus volgens den predikant César toch behept met erfzonde, dat wil zeggen met dat zware erfdeel dat wij allen dragen en dat onze geheele ontwikkeling mede bepaalt.
De toewijding van Jezus aan de in zonde verloren wereld erkent César in zoover, dat zijn geheele leven een voortdurend offer geweest is, zijn sterven een vrijwillige daad en een bewijs der hoogste liefde, een betoon van zijn vertrouwen op God en een zegel op zijn liefdewerk. Maar dat Christus de zondeschuld der menschheid heeft uitgedelgd door zijn leven, sterven en opstanding, het middelpunt en hart van de belijdenis van de kerken der reformatie, het fundament van de prediking van hetrechtvaardigmakend geloof, dit wordt door den predikant César verworpen.”
Na deze overweging was het niet twijfelachtig, dat het beroep van den predikant César, daar hij de grondwaarheden der belijdenis loochende, niet kon geapprobeerd worden.
De vertegenwoordiging van de gemeente Reinoldi te Dortmund heeft nu onder de leiding van Traub een bezwaarschrift tot den Evangelischen kerkeraad te Berlijn gericht; het besluit daartoe werd eenstemmig genomen; alleen de recht linnige predikant die in die gemeente dienden, was er tegen.
In dit tamelijk uitvoerige stuk wordt betoogd, dat er drie nieuwe predikantsplaatsen te bezetten waren, en dat men, om den lieven vrede, predikanten der verschillende theologische richtinhen heeft gekozen; ook zoogenaamd „positieven" zouden aan die keus medegedaan hebben. De vertegenwoordiging der gemeente ziet in het niet approbeeren van het beroep „eene minachting van de bevoegdheid tot oordeelen van de gemeenta^ en van de vertegenwoordiging der ge meente, " hetgeen niet met den presbyterialen geest van de kerkenordening van Westfalen en Rijnland te vereenigen is.
Wanneer men weet, dat in § ii van genoemde kerkenordening geschreven staat: „De geloofsbelijdenissen die geldig moeten geacht worden, zijn behalve de oude algemeene van de geheele Christenheid, voor de Luthersche kerk: de Augsburgsche confessie, de Schmalkaldische artikelen en de kleine en groote Catechismus van Luther; voor de Gereformeerde kerk: de Heidelbergsche Catechismus, " — dan kon het consistorium van Munster dus niet anders doen, dan het beroep van den predikant Cesar desapprobeeren. Het is wel te denken, dat allen die de liberalistische beginselen toegedaan zijn, vuur en vlam spuwen tegen het kerkbestuur van Munster, waarbij de Joodschdemocratische Frankfurter Zeitung een hoofdrol speelt. Maar allen die de kerk lief hebben staan aan de zijde van het kerkbestuur, dat haar tegen de aanvallen van de moderne theologie zoekt te verdedigen.
Het boezemt ons veel belang in, hoe de opper kerkeraad beslissen zal. De gestorven vicepresi dent van dit lichaam, Von der Goltz, vergeleek zich zelven met een stuurman, (^ie het roer van het schip nu eens naar rechts, dan weer naar links werpt om het door klippen en ondiepten heen te sturen. Maar te recht heeft men opgemerkt, dat het scheepke der kerk altijd in diep vaarwater blijven moet, om te verhinderen, dat het niet loopt op de zandbank van het kerkelijke theologisch liberalisme.
De „Gemeinschaften" bloeien bij toestanden als in Dortmund bestaan. Tot ons leedwezen gaan die vereenigingen donatistische of sabadistische wegen op, of zij leiden tot separatie, d. w. z. zij zoeken óf een kerk of gemeenschap van enkel geloovigen, óf zij verlangen dat men aan de Kerk als hopeloos bedorven een scheid brief zal geven, zonder zich te bekommeren over de vraag, wat door de geloovigen gedaan zou kunnen worden om de plaatselijke kerken tot reformatie te brengen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 26 augustus 1906
De Heraut | 2 Pagina's