Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

9 minuten leestijd

Nu de quaestie der Rijkssubsidie eenmaal aan de orde is gesteld, is het zeker goed, dat ook het „hoor en wederhoor" in practijk worde gebracht.

Voozoover de Pers zich dusver uitliet, bleek men generaal van oordeel te zijn, dat de Kerken in ons land geen subsidie van den Staat mochten aannemen, zelfs niet voor een door de Kerken in stand gehouden gymnasium.

Alleen de AmsUrdamsche Kerkbode, zonder rechtstreeks over het gewraakte Curatorenbesluit zich uit te spreken, voert toch langs een omweg een pleidooi voor dit verzoek om subsidie.

Die omweg loopt, gelijk we wel vermoed hadden, over Indië.

Telkens doet het geval zich voor, dat oude kwesties opnieuw op het tapijt worden gebracht; zoo sinds eenigen tijd de vraag, of de kerken voor haar kerkelijk leven en haren kerkelijken arbeid subsidie behooren te vragen en aan te nemen van de overheid,

Het was in verband met het voorstel te Arnhem ter Generale Synode gedaan, om geldelijken stean te verzoeken bij de regeering voor den schooldienst van de Zending, zoowel voor de kleinere desa scholen als voor de Keucheniusschool, en voor den medischen dienst in hospitalen.

Gelukkig was er eenstemmigheid over het beginsel, dat de Gereformeerde Kerken in ons vaderland - wèl te onderscheiden in dezen van de »vaderlandsche'' kerk, het sinds eene eeuw ongeveer bestaande instituut - op geenerlei wijze voor haar leven en haren dienst geld van den Staat behooren te vragen of aan te nemen.

Mogen soms wel eens andere stemmen zich hebben doen hooren, ditmaal vernam men die niet. Het eenige gevil, waarin nog van dergelijke financieele onderhandeling spraken zoude kunnenzijn, ware dat eener finale afrekening van overheidswege met de Gereformeerde gezindte, waarbij dan ook de nazaten der Gereformeerden van het begin der negentiende eeuw rechten zouden kunnen doen gelden; maar thans is dat leste niet aan de orde en kan alleen sprake zijn van de vraag over het al of niet oorbare van geld aan te nemen op den voet als dat tot dusverre bij onderscheiden kerken en kerkgenootschappen het geval is.

Gelukkig is er, gelijk wij zeiden, thans geen ver schil van mening; allen zijn één in de opvatting, dat het volk des Heeren zelf voor de stoffelijke behoeften van uen door zijnen Koning ingestelden dienst heeft te zorgen; de lessen der ervaring hebben meegeholpen om het goede beginsel in dezen te doen vinden, en de toepassing da; irvan krachtig in de hand gewerkt.

In heel Europa en ook in ons eigen land hebben wij de droeve gevolgen voor oogen, en velen onzer hebben ze mede ervaren, van het volgen eener andere gedragslijn; de smadelijke toestand, waarin zoo groot deel van de Gereformeerde Kerken zich bevindt, is daarvan het maar al te sprekend bewijs.

Die bron van inkomsten heeft eene kerk ook niet noodig; door haren Koning is aan de opzieners het recht gegeven, om van zijne onderdanen te verwachten, dat dezen vrijwillig en gewillig genoegzaam zullen bij enbrengen voor het voorzien in deze behoeften; alleen uit vetflauwing van de geestelijke gemeenschap tusschen Hoofd en leden zou het gevaar kunnen spruiten, dat gebrek aan fondsen het leven benauwde en den arbeid stuitte. En toch besloot de Generale synode van Arnhem dat aan de zendende Kerken in overleg met de arbeiders op het Zendingsterrein en met de depu taten der Generale Synode zou worden overgelaten te beslissen, of voor scholen subsidie te vragen ware van de regeering, en machtigde zij zelve hare deputaten om zulke subsidie aan te vragen voor de afdeeling der Keucheniusschool, welke dienen moet voor de opleiding van helpers in den school dienst en den medischen dienst.

Zij kwam tot dit resultaat niet zonder aarzeling en achtte het in het algemeen wel gewenscht het zonder subsidie te stellen; maar het vermoeden ligt vo r de hand, uit wat te dezen aanzien vermeld wordt in de Acta, dat hierbij eenen grooten invloed oefende de vrees voor bezwarende voor waarden; uitdrukkelijk werd dat zelfs ten aanzien van de Keucheniusschool vermeld.

Dat alleen zulke bijkomende omstandigheden den doorslag gaven, mag wèl als vast staande worden beschouwd. Indien een beginsel hierbij in het spel ware geweest, dan had van transigeeren natuurlijk geene sprake mogen zijn, in Indië evenmin als hier te lande; eer zouden wij zoo zeggen nog minder ddar, dan hier.

Niet alleen dreigt het gevaar, dat kerken in dit land, die voor kerkelijke aangelegenheden in Indie geld zouden vragen bij de overheid, er ook over zouden gaan denken hier te lande tot dergelijke gedragslijn de toevlucht te nemen en dus het beginsel, hierbij in het spel, uit het oog te verliezen; doch daarenboven hebben die kerken in de tweede plaats eene dabbele verantwoordelijkheid met het oog op den invloed, welken zij door haar voorbeeld en leiding oefenen op de ja^aansche christengemeenten; hierin schuilt een opvoedkundig element van groote en vèr strekkende beteekenis.

De gezonde beginselen, waartoe wij hier in Europa gekomen zijn, behooren ginds in den gaafsten vorm te worden overleverd; en moeielijkheden, waarin wij hier geraakt zijn ten gevolge van fouten gemaakt in een tijdperk, waarin het inzicht in deze dingen nog niet helder was, behooren den Javanen te worden gespaard.

Die gepragslijn is gekozen met name ten aanzien van dogmatische resultaten, waartoe wij zijn gekomen. Immers is besloten hun onze belijdenisschriften in handen te geven en die ten grondslag te leggen van prediking en onderwijs; en zeer zeker zoude het ongeoorloofd zijn in zedelijken zin, ten aanzien van de relatie tusschen kerk en overheid hun het voorbee d te geven van eene gedragslijn, welke wij hier véroordeelen en waartegen wij ons verzetten.

Doch in het onderhavige geval is daarvan geen sprake. De Generale Synode heeft in hare besluiten den regel in het oog gehouden, dat wie wel onderscheidt, ook goed onderwijst; en zij heeft onderscheiden tusschen arbeid, dien de Kerk verricht op het eigen terrein haar door haren Koning aangewezen, en anderen arbeid door haar verricht op een haar eigenlijk vreemd terrein, waar zij slechts de taak aanvaardt en volvoert tot tijd en wijle, dat zij die aan andere handen toebetrouwen kan

Daarom onderscheidde zij de verkondiging van het Evangelie en de verzorging van de krankheden des lichaams, en ook den kerkedienst en den schooldienst; met name komt dit uit bij het besluit in zaken de Keucheniusschool, welker ééne afdeeling bedoelt vorming van helpers tot den mi sionairen dienst in den gewonen zin van dat woord, terwijl de andere beoogt opleiding van helpers voor hospitaal en school. Mits dit maar 'scherp in bet oog gehouden worde en de wacht bij het beginsel worde betrokken, schuilt hierin niet zoo groot gevaar, allerminst voor het oogenblik nu zoo velen zich ijverig betoonen in het waken.

Dat een dergelijke bloot-waarnemende dienst, indien wij dat zoo noemen mogen, door de synode niet tot het absoluut verbodene gerekend wordt, blijkt wel daaruit, dat tegen het oprichten van scholen door kerken in Indië geen bezwaar gemaakt is, ja dat veeleer de schooldienst opgenomen is onder de hulpdiensten der Zending, ofschoon 09 eene vroegere Generale synode het beginsel is aan vaard, dat scholen behooren uit te gaan van ouders, en dies voor de scholen die uitgingen van kerkeraden, vereenigingen opgericht behoorden te worden, en dat de Kerken zelve eerst den medischen dienst hebben ter hand genomen in het hospitaal te Jogjacarta, en dat sinds eenige jaren de Kerk alhier met hét besturen en verzorgen daarvan is belast.

Doch juist het eigenaardige in de wijze, waarop de Kerken zich met zulken arbeid inlaten en het feit, dat dergelijke arbeid valt buiten het kader van wat eigenlijk de taak der kerk is, verklaart, hoe de Kerken vrijheid konden vinden zich daarvoor tot de regeering te wenden, om de mogelijk ge maakte subsidie aan te vragen en aan te nemen.

Gelukkig zijn deze subsidiên nooit zoo groot, dat zij ten volle dekken het bedrag der uitgaven; en voor de suppletie, - welke de Kerken daarvoor dan nog hebben te zoeken in inkomsten langs anderen weg verkregen, ligt een niet geringe waarborg, dat zij, die voor haar eigen leven reeds aldoor met tekorten hebben te worstelen, er ook wel bedacht op zullen blijven, om zoodra de mogelijkheid zich voordoet, zich aan dien arbeid van waarneming te onttrekken, en op eigen beenen te laten staan, wat zij slechts door den nood gedwongen gedurende een overgangstijdperk hebben behartigd. Zoo kunnen de dingen dan te eenigen tijd weer volkomen tot de rechte orde terogkeeren.

Gelijk men ziet is de redactie het volkomenr (net ons eens, dat aanvrage van subsidie voor de Kerken zelf ongeoorloofd zou zijn; alleen acht ze blijkbaar op grond van de besluiten te Arnhem genomen, dat de Kerken, voorzoover ze een niet kerkelijken dienst waarnemen, de subsidie wèl mogen aanvaarden, mits de voorwaarden, aan die subsidie verbonden, niet te bezwaarlijk zijn.

Hoofdargument is, dat wat de kerken in Indië doen, nog veel meer geoorloofd ntoet worden geacht in ons land.

De klem van dit argument voelen we niet. Op de Synode te Dordt is uitdrukkelijk uitgesproken, dat alle scholen in Nederland van de kerken moeten worden losgemaakt en aan zelfstandige vereenigingen worden overgedaan.

Dat is de regel. Maar voor Indie hebben onze Kerken een uitzondering gemaakt. Daar gaan de scholen juist van de Kerken uit.

Klaar en duidelijk blijkt uit dit voorbeeld, hoe de regel, door de Amsterdamsche Kerkbode opgesteld, in strijd is met wat onze Generale Synodes hebben bepaald. Zij maken juist voor Indië een uitzondering. Wat daar woidt toe gestaan achten ze in ons eigen land ongeoorloofd. De reden voor dit verschil in handelwijze is duidelijk.

In Indie hebben we te doen met zwakke beginsels van Kerken, die optreden in een Heidensche maatschappij, over weinig geldmiddelen beschikken en wier leden nog de Chris lelijke energie en offervaardigheid leeren moeten.

Voor die zwakke kerken kan de kruk van staatssubsidie noodig zijn.

Maar wie, omdat onze Kerken voor Indië die hulp niet geheel afwijzen, daaruit concludeert, dat ook de Kerken in ons vaderland, wier bestaan zooveel krachtiger en sterker is, die zelfde kruk wel gebruiken mogen, doet aan de eere onzer Kerken toch te kort. In elk geval blijven we er op aandringen, dat deze zaak niet door Curatoren-deputaten. maar door de Kerl en zelve in Generale Synode worde beslist.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 oktober 1906

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 oktober 1906

De Heraut | 4 Pagina's