Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Strikt persoonlijk.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Strikt persoonlijk.

3 minuten leestijd

Op de jongste Centrale pastorale Conferentie te Amersfoort gehouden, heeft Dr. van Lonkhuizen een reeks stellingen verdedigd, die alle min of meer in verband staan met het zoo ingewikkelde vraagstuk, hoe de Overheid aan de Gereiormeerde Kerken recht zal doen in zake de goederenquaestie.

Dr. van Lonkhuizen maakt daartoe scherp onderscheid tusschen de zoogenaamde kerkelijke en de zoogenaamde geestelijke goederen. Onder de eerste rekent hij alles wat kerkelijk-, pastorie-of kosterijgoedis; onder de tweede de goederen der geestelijke kantoren, de bona vacantia, de kloostergoederen enz., terwijl hij daarmede op één lijn .. wil geplaatst zien al wat uit de Staatskas aan de verschillende Kerken verstrekt wordt.

Wat de kerkelijke goederen betreft, stelt hij, dat de Overheid deze goederen in het bezit behoort te stellen van de Gereformeerde gezindheid, en acht hij, dat de Gereformeerde Kerken, die van het gebruik dezer goederen beroofd zijn, op alle wettige wijzen haar recht op deze goederen hebben te doen gelden. Al laten we in 't midden of de door Dr. van Lonkhuizen genoemde middelen aanbevelenswaardig zijn, wat hij hierin uitsprak, vertolkt inderdaad wat de Gereformeerde Kerken als eisch van het recht handhaven.

Geheel anders staat het volgens Dr. van Lonkhuizen met de geestelijke goederen en de bijdragen uit de Staatskas. Hij neemt ten opzichte van deze geestelijke goederen het standpunt in van de Staatsregeling van 1798, dat deze goederen aan de Kerken moeten ontnomen en voor algemeen maatschappelijke doeleinden gebruikt worden. Op dien grond acht hij het wenschelijk, dat bij de a. s. Grondwetsherziening uit Art. 170 en 171 geschrapt worde, wat betrekking heeft op den financieelen steun aan de verschillende Kerkgenootschappen dusver verleend, terwijl de som, die aldus los zou komen, dan besteed zou kunnen worden voor scholen, arbeiderspensioenen, ziekteverzekeringen enz.

Dit ietwat fantastisch voorstel heeft in de Hervormde Kerk zeer de aandacht getrokken. Van verschillende zijden werd er reeds op gewezen, dat hier nu duidelijk bleek, hoe de Gereformeerde Kerken het er op toelegden om de Hervormde Kerk van hare inkomsten te berooven. Wat vroeger van antirevolutionaire zijde steeds gezegd was, dat de financieele band tusschen Staat en Kerk alleen verbroken mocht worden na finale afrekening van de rechtens aan de Kerken toekomende gelden, bleek alleen een doekje voor het bloeden te zijn geweest. Het geld, dusver aan de Kerken uitgekeerd, zou voor sociale doeleinden worden gebruikt en de Kerk naakt aan den dijk worden gezet.

Nu heeft Dr. van Lonkhuizen door een min juiste formuleering metterdaad tot deze legende aanleiding gegeven. Hij schreef in zijn 13e stelling: „Tegen (zulk) een voorstel... bestaat van de zijde der Gereformeerde Kerken geen bezwaar." Ter goeder trouw nam hij den schijn aan, alsof hij hier als tolk optrad van al de Gereformeerde Kerken en gerechtigd was om uit haar naam te spreken. Toch spreekt het wel vanzelf, dat dit e bedoeling van Dr. van Lonkhuizen niet an geweest zijn. Zijn stellingen waren strikt ersoonlijk. Z«; staan alleen op zijn naam. an eenig overleg met de toongevende eiders in onze. kringen was geen sprake. an deze stellingen eenig meer gewicht oe te kennen dan aan de persoonlijke uitinen van een onzer predikanten, gaat deralve niet aan.

We hopen hiermede de ontruste gemoeeren tevreden te hebben gesteld. Zoolang e antirevolutionaire partij Art. 20 in haar rogram handhaaft, zal de voorslag van Dr. an Lonkhuizen wel alleen als curiosum aarde hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 oktober 1906

De Heraut | 4 Pagina's

Strikt persoonlijk.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 oktober 1906

De Heraut | 4 Pagina's