Buitenland.
Engeland. Eene bekendmakingvan den aartsbisschopvanCanterbury. De disestablishment der Episcopaalsche kerk gevraagd. Eene uiting van Dr. Gore. Uit de Hapt. Unie.
De aartsbisschop van Canterbury, de primus van de Episcopaalsche kerk, heeft bekend gemaakt dat de eerste minister den koning heeft geraden een bevel aan de „Convocations" uit te vaardigen, om dat, wat de kerkelijke Commissie heeft geraden, ten uitvoer te brengen. De „Convocations" zijn vergaderingen van „clergy men" onder de leiding van bisschoppen. De Convocation van Canterbury heeft twee huizen; een Hoogerhuis, waarin onder voorzitterschap van den aartsbisschop 20 bisschoppen vergaderen, en het Lagerhuis met 23 dekens, 57 aartsdiakenen en 42 vertegenwoordigers van de „clergy", onder voorzitterschap van een „prolocutor". De Convocatie van York heeft één huis, bestaande uit zeven plaatsvervangers van de bisschoppen, die zitting hebben in het Parlement, 6 dekens en 22 vertegenwoordigers der clergy. Men ziet hieruit, dat in de „Convocations" geen leden der gemeente zitting hebben.
Ten slotte zal wel blijken, dat het Parlement zal te beslissen hebben welke ceremoniën in de Staatskerk mogen toegelaten worden en welke niet. De uiterste Ritualisten spreken reeds van de „ongerechtigheid", dat de Staat tusschen beide treedt in kerkelijke zaken, en zouden er voor zijn, dat Kerk en Staat gescheiden worden. Maar als de Staatskerk gehandhaafd blijft, heeft de Overheid het recht om de zaken der Kerk te regelen, en de Protestantsche constitutie bindt haar om te zorgen, dat een Protestantsche eeredienst in de Staatskerk gehouden wordt. Het is jammer, dat de Ritualisten alleen dan met het denkbeeld van vrijmaking der Kerk voor den dag komen, als zij gevaar loopen in hun streven om steeds meer Roomsche ceremoniën in de Ef iscopaalsche Kerk te brengen. Was het hun waprlijk.daarmedeernst, zij zouden reeds lang de „disestablishment" hebben kunnen doordrijven. Wanneer echter door het Parlement de Roomsche ceremoniën verboden worden, zullen denkelijk vele Ritualisten tot de Roomsche Kerk overgaan.
Dezer dagen hield de bekende Dr. Gore een leerrede voor het Church Congres. Dit congres is eene vergadering van predikanten en gemeen teleden, dat het gemis van eene kerkelijke vergadering eenigermate zoekt te vergoeden. In zijn prediking beweerde de doctor, dat de voornaamste getuige voor de levendigheid eener kerk daarin was gelegen, dat zij de armen vertegenwoordigde en een „prerogatieve positie" schonk aan hen die met hunne handen werken Om in den tegenwoordig bestaanden slechten toestand verbetering te brengen stelde hij twee dingen voor:10. Men moest den dienst der barmhartigheid losmaken van den dienst des Woords en der Sacramenten en dezen dienst dan in verband brengen tot den staat, want als de ketk den dienst der barmhartigheid verricht komt zij onder het patronaat der tijken. 20. Moest men de handwerkslieden een gepaste plaats in het bestuur van kerkelijke zaken geven, zoodat zij zich thuis gevoelen in dekonale samenkom sten op het land, in gemeentelijke vergaderingen en in de huizen van gemeenteleden. Daarbij moest dan de „clergy" pleiten voor sociale rechtvaardigheid en een wee uitroepen over allen die de zwakken, onwetenden en armen vetdrukten.
Het spreekt wel van zelf dat wij hierin met Dr. Gore niet mede kunnen gaan.
In den tijd van Napoléons overheersching werden ten onzent vele diaconieën vervangen door z. g. „bureaux de bienfaisance", zeker tot groote schade der kerk. En als de Heere ambts dragers onder de leiding des Heiligen Geestes heeft ingesteld welke de tafelen zouden dienen, dan dunkt het ons meer dan vermetel, wanneer men dien dienst zou willen afschaffen omdat men dan de rijken minder noodig had, om de kerk dan meer democratisch te kunnen maken.
Op den dag waarop de Aartsbisschop bekend maakte, wat wij hierboven mededeelden, hield de voorzitter van het Church congres eene toespraak, waarin hij waarschuwde tegen het streven der Anglicaansche geestelijkheid om zoo nabij mogelijk te komen bij de middeleeuwen en niet nabij genoeg bij Christus. Dit was een bedekte aanval op het streven der Ritualisten, die echter niet zoozeer aansturen op het doen herleven der ceremoniën der middeleeuwen, als wel op het weder invoeren van Roomsche practijken en leeringen, welke in de middel eeuwen wel algemeen waren, maar ook in den tegenwoordigen tijd in de Roomsche kerken worden toegepast en geleerd. Opmerkelijk was het feit, dal dezelfde voorzitter er op wees, dat tegenwoordig zulk een klein deel der bevolking en nog een kleiner deel van de mannelijke bevolking de Godsdienstoefeningen der Episcopaalsche kerk bijwoont, „Wij véroordeelen, zoo sprak hij, de onverschilligheid van het volk; maar onze veroordeeling is onrechtvaardig, als wij aan de kerk hare tekortkomingen vergeven.”
Dit jaar hield de Baptistische Unie hare vergadering Ie Huddersfield. Hel feit is bekend, dat de beroemde predikant C. H. Spurgeon zich van deze Unie losmaakte, omdat zij zooveel elementen bevatte, die door de „down grade" beweging waren meegesleept, m. a. w., die tot de moderne richting waren gaan behooren. Met het oog op deze omstandigheid doet het ons temeer genoegen te kunnen constateeren, dat op de algemeene vergadering der Unie eene resolutie is aangenomen, waarbij de vergadering verklaarde : „Dat de Heere Jezus Christus, onze God en Zaligmaker, de eenige en absolute autoriteit is", enz. Dit is verblijdend, al doet het ons leed, dat de Baptistische Unie belijdenis doet van haar geloof in den vorm van eene resolutie. Als men weet, dat de strijd in de Unie vooral ging over de Godheid van den Christus, dan verstaan wij het, dal de Engelsche Christeren er zich in verheugen, dat de Baptistische Unie zich op dezen grondslag heeft geplaatst. Wie weet of uit deze resolutie niet langzamerhand eene belijdenis groeit, die de geestverwanten van den overleden Spurgeon aanleiding geeft, zich met de Unie te verzoenen.
N.-Amerika. Nog iets over kerken.
We spraken reeds vroeger over de zoogenaamde „Institutional Church" in N, - Amerika, dat is een kerk met instellingen. In de nieuwe wereld staat men onder den invloed van het Methodisme en daardoor wil men alles bij de hand nemen, om de menschen maar naar de ketk ie lokken en zoo mogelijk tot bekeering te brengen. Daarom meende men, dat de prediking, om de massa's te bereiken, gesteund moest worden door soepkeukens, door het inrichten van werkplaatsen, door hel slichten van hospilaaltjes, bewaarscholen, enz. Deze inrichtingen moesten in alle nooden voorzien: brood voor armen, medicijn voor kranken, werk vcor wetkloozen, tot zelfs kaarten en muziekinstrumenten voor menschen die zich wilden vermaken. Zoo zou men de onkerkelijke menschen door tastbare bewijzen van liefde voor het Koninkrijk Gods winnen.
Men gevoelt, welk gevaar zulk streven voor de kerken die dezen weg zijn opgegaan, oplevert. Het feil dat men zelfs kaarten verschaft, zegt reeds veel. Maar het geheel streven is in strijd met hetgeen de Heere geboden heeft, om name lijk eerst het Koninkrijk Gods en Zijne Gerechtig, heid te zoeken, met de belofte dat al het andere ons zal worden toegeworpen.
Dit wordt door sommigen ook ingezien, en at niet alleen door de Gereformeerden. Zoo chreef dezer dagen Dr. A. C. Dixon van de ugglts St. Baptist Church van Boston: „Toen ik vijf jaar geleden leeraar werd van deze kerk vond ik hier een „employment agency" met een bezoldigd agent, die al zijn tijd er aan besteedde om werk te zoeken voor mannen en vrouwen zonder werk. In één jaar werden meer dan 830 personen aan werk geholpen, en ik was verrast over de uitkomst. Eene zaak echter merkte ik op: geestelijke resultaten ontbraken; door deze philantropische bezigheid werden er niet bewogen om zich bij de keik aan te sluiten. Dit deed mij de zaak wat nauwkeuriger onderzoeken en ik kwam tot de ontdekking, dat deze „agency" meer kanalen opende die van de kerk afleiden, dan die naar aar toevoeren.
„Voor sommigen, bekend om hun los leven, kon in menig geval geen werk verkregen worden; zij kwamen met beschuldigingen dat ze onrechtvaardig werden behandeld en verlieten de wachtkamer met een vloek in het hart, soms op de lippen.
„Zij die werk kregen, waren lang niet altijd voldaan met de verkregen positie en zij gaven de kerk er de schuld van. Bleek het, dat een knecht of meid, door de agency aanbevolen, niet eerlijk en trouw was, de Kerk kreeg het op haar rekening van hen, die ze hadden aangenomen. Wij kwamen spoedig tot de overtuiging, dat deze „employment agency" zoo ongeveer een molensteen was om den kerkelijken nek, en hebben haar opgeheven”.
Over het hospitaal geeft Dr. Dixon de volgende beschouwing;
„Menschen gaan naar een hospitaal, omdat zij moeten, niet wijl zij het aangenaam vinden. Zij worden niet aangetrokken tot de kerk, in wier hospitaal zij geneeskundige hulp vonden. Bij voorkeur gaan ze niet naar de plaats, waar zij herinnerd worden aan de krankheid. Het is mijne overtuiging, dat een hospitaal, verbonden aan een kerk, evenveel menschen afstoot als aantrekt. En wordt de patiënt niet beter of treedt de dood in, dan maakt men de Kerk er een verwijt van, dat zij geen bekwame geneesheeren aan hare inrichting verbindt. Eene christelijke ziekenverpleegster, die van huis tot huis onder de armen wenken over de gezondheidsleer geeft en de kranken met liefderijk medelijden bedient, doet meer goed dan een hospitaal”.
Wat Dr. Dixon van andere aanhangsels aan de Inst. Church heeft te zeggen, laten wij rusten. Met de Wachter zijn wij van oordeel, dat het bovenstaande voldoende is om te doen zien dat hij zonder omwegen deze nieuwigheid aantast. Het gaat met zoo'n Inst. Kerk als met het Farizeïsme van Jezus dagen. Menschelijke instellingen en verordeningen op den voorgrond met voorbijzien van wat de Heere geboden heeft. Zoo wordt wat als bijzaak in sommige gevallen zou kunnen geduld, hoofdzaak.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 21 oktober 1906
De Heraut | 4 Pagina's