Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

7 minuten leestijd

Over „saamwerking" schrijft Ds. Bouman in het Zeemvsch Kerkblad het volgende:

Toenadering is een eisch met het oog op de nooden der tijden, er zijn niet velen dit dit tegen spreken zullen, en toch schijnt het zeer bezwaarlijk te zijn. Nu eens blijkt het hier, dat het niet gaat om samen te werken, en dan weer ziet men elders, dat zij die schouder aan schouder behoorden te staan, elkander verlaten en op grooten afstand van elkander plaats nemen. Moeten wij ons daarover verwonderen en daar steen en been o er klagen ? Het is zeker te betreuren, en het mag wel eene oorzaak van klacht zijn. Doch slechts onder bepaalde voorwaarden. Wie met zijne medemenschen van ganscher harte zal samenwerken en het op den duur volhouden, moet van tweeërlei diep overtuigd zijn, en het is goed, dat ieder dit helder inziet. Allereerst, dat God alle dingen gadeslaat, ze beoordeelt, en eens schifting maken zal tusschen wa goed is. Wanneer wij daarmede geen rekening houden, dan hindert het ons onwil ekeurig, dat er zoo velen zijn, die onder de een of andere leus hard loopen voor hnn eigen huis en vurig ijveren voor de uitbreiding van hun eigen rijk. Vooral is dit zeer hinderlijk, als zij naar het schijnt bun huis vereenzelvigen met het huis des Heeren en hun rijk met het Koninkrijk der hemelen, want zoódra ge daar op wijst, worden velen boos en keeren zich van u af met innerlijken weerzin. Allicht zoudt ge er toe komen om u nu ook te onttrekken en bij u zelf te denken : laat hen begaan, wijl er toch niets mee te beginnen is. Daarom is het z anoodig dat ieder die samenwerking zoekt, en van het heil daarvan overtuigd is, de beslissing kan overlaten aan Hem, die eens ieders werk eenmaal beproeven zal. Als ge daar icaar eerst met uw hart zijt — het is nu wel niet zoo gemakkelijk om er te komen — dan zal het u veel lichter vallen om mede te doen, en anderer handen te sterken.

Daarbij komt nog een tweede zaak, welke ge wel leeren moogt, om samenwerking te begeeren en ze met blijdschap te aanvaarden. Welke zij is ? Zelfkennis. In uw eigen hart — want het is zelfs zoo bij de allerhei'igsten — ligt alles zoo verward door elkander. Door genade, naar ik htop, is er een beginsel van ware onvoorwaardelijke gehoorzaamheid bij u, maar indien uw oog helder open is en gedurig naar binnen ziet, is er helaas ook nog zooveel van de aangeboren arglistigheid over, dige reden is om u te schamen voor Hem die de harten doorgrondt en de nieren proeft. Hoe levendiger gij nu overtuigd zijt van de bedorvenheid, welke in u is, welke zelfs uw beste bedoelingen bezoedelt, hoe gemakkelijker het u vallen zal om in uwe medemenschen te dragen, wat in uw oog zoo schadelijk werkt. Gij zult dan nooit zwart wit noemen, en kwaad goed, maar bet zal u toch zachtmoediger en verdraagzamer maken, in het bewustzijn, dat ge nog zelf verre van de volmaaktheid verwijderd zijt.

Gebrek aan deze tweeërlei overtuiging heeft reeds zoo menig ij vervuur gebluscht en gemaakt, dat zij, die met zoowel warmte eerst liepen, later zich terugtrokken en niets meer van zich lieten bespeuren. Op die wijze gaan zooveel krachten te loor, welke uitnemend te pas kwamen, en vermeerdert het aantal van hen, die ontevred n over allerlei werkzaamheid aanmerking maken. Zelf hebben zij geen leven en doen anderer handen traag en anderer knieën slap worden. En dit is jammer.

Wanneer wij niet gaarne ons aan dit kwaad willen schuldig maken, dan is het voorts wenschelijk, dat wij met v orzichtigheid het beginsel, waarvan wij uitgaan, zuiver houden. Toegeven waar wij kunnen is roeping, maar wij mogen nimmer den vrede koopen ten koste van de waarheid. Dit zal ook niet helpen. Het zal eerder de verwarring welke reeds groot is, vermeerderen. Ik denk hier b.v. aan vereenigingen. Wie gereformeerd denkt, belijdt, dat de school moet uitgaan van de ouders. Niet aan de overheid heeft God de verplichting opgelegd, om de kinderen des volks op te voeden, evenmin aan de Kerk om voor het zaad zorg te dragen; maar aan de^ouders. Het staatjzoo duidelijk in het doopsformulier. Wij zeggen daarrrede niet dat de overheid niets met de school te maken heeft, en zich geheel van dit terrein rroet terugtrekken, doch over haar taak handelen wij nu niet. Zoo moet het eveneens voor ieder duidelijk wezen, dat de kerk ene roeping heeft te vervullen tegenover de kinderen, welke in haar midden den doop heb ben ontvangen, maar dit is thans niet het punt, waarop wij het oog hebben. Neen, wij bepalen ons enkel tot de verplichting, welke vader en moeder hebben.

Nu is hier zeker samenwerking mogelijk tusschen ouders, die tot verschillende kerken behooren, mits zij het eens zijn over het doel van het onderwijs. Samenwerken kunnen niet Roomschen en Gereformeerden, ofschoon zij beide tegen de richting van het openbaar onderwijs zijn. Even sterk verklaren zij, dat de openbare scholen niet bruikbaar zijn voor hunne kinderen, en toch kunnen zij niet samen ééne school bouwen omdat de eersten een met een krucifix, de andere eene met den Bijbel verlangen. Geheel anders is het met hen, die op kerkelijke erve gedeeld staan, maar één in overtuiging wat de school betreft. Zij kunnen samenwerken, en het is helaas treurig, dat het niet allerwege gebeurt. Zonder dat het moeielijkheden behoefde op te leveren, kunnen zij naast elkander staan en eene school in 't leven roepen en in stand houden, mits zij de kerk er buiten laten. Er behoort eene verklaring te staan in de statuten, op welke grondslagen het onderwijs zal rusten, maar eene aanwijzing, hoevele leden van de eene of andere kerk zitting zullen hebben in het Bestnur, is geheel overbodig en schadelijk. Overbodig, waiit bij zulk eene samenwerking gaat men stilzwijgend uit van de gedachte, dat men elkander noodig heeft; waaruit van zelf volgt, dat geen van de twee of drie groepen de school mag gebruiken ten voordeele van zijne kerk ; en schadelijk, want men kan op die wijze vaak in de coodzakelijkheid komen, mannen van mindere bekwaamheid te moeten kiezen.

Te betreuren is het, dat ooit eene vereeniging zulk eene bepaling opneemt, van welken kant die drang ook komt. De gedeeldheid van ons kerke lijk leven heeft reeds zulke heillooze gevolgen; laten wij er nooit t e medewerken om wat kwaad is te wettigen.

Toenadering zal van zelf komen, als de belijders zich helderder bewust worden van wat volgens de H. Schrift en de leiding Gods in de historie voor ons in dit land roeping is.

Deze toon uit het hart doet goed.

Scheidsmuren bestaan er, helaas! reeds genoeg. Maar juist daarom moet te meer gewaakt worden, dat we niet noodeloos nieuwe scheidsmu ren oprichten. Onze Christelijke school was een der weinige terreinen, waarop nog saamwerking met broeders van andere kerkelijke formatie plaats greep. Ook in die saamwerking de wigge te slaan, zou ons nog verder van elkander brengen. Waar beginsel scheiding maakt, moet de grenslijn wel getrokken worden. Maar den kerkelijken strijd op schoolgebied overbrengen, is zonde tegen de broederliefde. Kerk en school behooren daarom gescheiden te blijven. En op schoolgebied reiken we gaarne aan ieder de hand, die met ons voor hetzelfde doel ijveren wil.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 november 1906

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 november 1906

De Heraut | 4 Pagina's