Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

„Bc jgtraf, tit nn^ tien ^j:ttt aanficEiigt".

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Bc jgtraf, tit nn^ tien ^j:ttt aanficEiigt".

10 minuten leestijd

Maar hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is hij verbrijzeld ; de straffe, die ons den vrede aanbrengt, was op hem en door zijne striemen is ons genezing geworden. Jesaja 53; 5.

Denk u een hoog ontwikkeld man, denk u een hoog beschaafde vrouw uit gewoon-fat soenlijken kring in onze dagen, en ge weet bijna zeker vooruit, dat ze niet alleen voor de hel geen schrik hebben, maar zich zelfs scha men zouden, zoo ze nog aan het bestaan van een hel geloofden; en dat ze, al bestond er een hei, toch te goed en te deugdzaam over zich zelf denken, om er ooit iets van te duchten. Stel al, er was een hel, dan zou die immers voor roovers en dieven, maar in geen geval voor brave burgers van hun soort zijn. En bo vendien, zonder nu juist tot de fijnen te be hooren, gelooven ze toch nog wel aan een ideaal, ja zelfs nog wel aan een Hoogste Wezen van eeuwige liefde, en in die liefde rust hun hart.

Ia dien waan leven ze, en zelfs als het laatste krankbed hun sterfbed dreigt te worden, breekt die waan niet. Tot ze sterven, en de vallei der schaduwen des doods zijn doorgegaan. En dan natuurlijk staan ze op eens voor de ontzet tende werkelijkheid: nchts het smalle pad, dat op het Vaderhuis aanloopt, iraar links de breede weg, met daarachter de gapende afgrond. Nu zij het daargelaten, of die afgrond hen persoonlijk naar zich toe zal zuigen. In Gods genade zijn zoo diepe verborgenheden, en zelfs in den jongsten snik kan almachtige genade nog zulke wonderen doen, dat ge altoos veiligst gaat met het oordeel aan God over te laten. Maar ook al ontsloot zich ook voor zulk-een nog de deur van het Vaderhuis, de ontnuchte ring van het zelfbedrog zal dan toch ontzettend zijn, als ze zoo plotseling, in volle eeuwigheid, de ontzaglijke realiteit van een verderf, waar geen redding uit is, van een hel met h? ar demonische ontzetting voor zich zien. En wat vooral de verschrikking diep in het hart zal doen slaan, is wel, dat na den dood dat uitwijken rechts naar het Vaderhuis, of links naar den afgrond, blijken zal, zich niet te regelen naar ontwikkeling of hoog fatsoen, naar burger deugd of braafheid, maar voor allen en een ieder, eeniglijk naar dezen eenigen maatstaf, of wie de eeuwigheid binnentreedt, geloofd heeft in den eeniggeboren Zoon van God, geloofd n met woorden of in termen, maar geloofd met heel het innerlijk wezen van zijn ziel.

Let nu in dit verband op het woord bij Jesaia van den Man van Smarte: De straf die ons den vrede aanbrengt, was op hem! en ge voelt, ge doorziet op eens, hoe de volle zin en beteekenis van dat woord, eerst onder dat staan bij de wegscheiding in de eeuwigheid, tot de ziel zal spreken.

Dan ziet wie afstierf, en uit de vallei der schaduwen des doods de eeuwigheid binnenkomt, dien afgrond en daarmee het hartverplettende van de eeuwige straf voor zich, en als hij dan toch door Gods engelen niet naardien afgrond wordt getrokken, maar rechts het Vaderhuis mag binnengaan, en daar door Gods eeniggeboren Zoon wordt opgewacht, dan zal hij, nog zoo heel anders dan hier op aarde, de overweldigende beteekenis van dat wondere mysterie doorgronden. Daar is de afgrond van de eeuwige straf, en daar is mijn Jezus; en die straf die ik had moeten dragen, maar die hij voor mij droeg, die straf is 't die mij den eeuwigen vrede aanbrengt.

Dat spotten met het verdeif en dat lachen om een hel is daarom zoo dubbel roekeloos, omdat het alle geloof in den zoendood van Gods eeniggeboren Zoon in uw hart te niet doet.

Wachtte u geen eeuwige straf, dan heeft uw Heiland vanzelf ook geen eeuwige straf voor u gedragen. Dan is er geen zoendood. Dan is er geen Lam Gods, dat de zonde der wereld wegdroeg. Dan heeft Golgotha geen ander dan een martelaarskruis gedragen. En is Jezus niet anders gestorven dan op geheel gelijke wijs als zoo menig ander profeet den dood stierf, ter bezegeling van zijn prediking, als de zedelijke consequentie van zijn overtuiging.

Loochen, ontken de straf, en dus ook, waar het de eeuwigheid geldt, de eeuwige straf der hel, en het kruis van Golgotha wordt verdonkerd, en hij die aan dit Kruis stierf, houdt op de Alpha en Omega te zijn; en wat ge dan over houdt is de Rabbi van I^azareth, die ideaal sprak en van wiens lippen zilveren woorden vloei den, maar die, ook al blijft hij u de eerste onder de predikers der waarheid, toch boven den rang van een profeet niet uitkomt.

Jezus blijft, maar de Christus, de Gesalfde Gods, is voor u weg.

Zoo hangt 't in het geloof alles onlosmakelijk saam. Het is één genadeketen, en uit die keten kunt ge niet één schakel uitlichten, of heel de keten valt uiteen en valt voor uw voeten neer.

En dat niet door een redeneering, maar door het machtige feit zelf van Gods heiligheid. Want zoo er geen straf, en geen eeuwige straf bij volharding in het ongeloof is, dan is er ook geen plaats voor de alles doordringende en alles beheerschende heiligheid van uw God. Nog wel voor een deïstische heiligheid, d. w. z. voor een God, die heilig in zich zelf, de onheilige wereld op zich zelve laat diijven; maar niet voor een alomtegenwoordig God, die als de Heiligheid zelve, heel dat leven zijner schepping met zijn heiligheid omringt, en naar den eisch van de weegschaal zijner heiligheid, de existentie zelve van de wereld en van elk creatuur op de wereld bepaalt.

Zich zelf inbinden kon die heiligheid; lankmoedigheid kon df straf verschuiven; en als dan eindelijk het Kruis wordt opgericht, en Gods gezalfde Zoondraagtdestraf die den vrede aanbrengt, dan vei klaart zich door dat Kruis het

wondere mysterie. Maar cijfert ge de straf, althans de eeuwige straf weg, en is er geen zoendood, en kan de heiligheid Gods niet tot haar voldoening komen, dan staan èf de heiligheid Gods en uw creatuurlijk wezen afgescheiden naast elkaar, öiwel de heiligheid zelve van uw God verliest haar klem en ernst.

Onder menschen kunt ge den reehter van den persoon afscheiden. Soms moet ge dit zelfs zeer scherp doen. Als rechter op aarde kan over u een man zitten, wiens persoon en karakter 't u onmogelijk maken hem als mensch achting toe te dragen. En toch bindt u zijn vonnis, zoo 't voldoet aan den eisch der wet.

Maar in God is deze scheiding ondenkbaar. Hij is niet God én Rechter, maar uw Rechter omdat Hij uw God is.

Uw God beziet u in zijn heilige vierschaar niet als een vreemde die voor Hem verschijnt, en ten wiens opzichte Hij nu, op grond van de wet, zijn rechterlijke taak vervult. Neen, als ge voor uw hemelschen Rechter verschijnt, komt ge in 't gericht als zijn creatuur, als een wezen, dat met heel uw inwendig bestaan, van uw ontvangenis tot aan uw sterven, in zijn hand waart, alleen door Hem bestondt, en öf Hem als uw God in u hebt laten doorwerken, 6f uw God in uw innerlijk zielswezen hebt weerstaan, en zijn heiligheid met uw innerlijk zielswezen hebt teruggedrongen.

Uw Rechter, die over u komt, is alzoo tevens uw God, die ook tegenover u als zijn creatuur, ji in u, zijn eer, zijn heiligheid, zijn wezen, ïijn ethische almachtigheid heeft te handhaven.

Er is hier niet maar een rechtstrijd, maar een strijd van hoogheid, van majesteit, van heilige souvereiniteit. Ge kondt niet zondigen en uw God God laten. Elke zonde, en heel uw zondig bestaan, deed hier te kort aan zijn eere en vormde'een vlek in zijn heilige schepping. Ging tegen Hem in. Stelde een worsteling tusschen u en uw God, of het u zou worden toe gelaten, zijn schepping te ontsieren en te be derven, dan wel of Hij, als God, de onbevlekte heiligheid van gansch zijn schepping zou handhaven.

En welk uitstel van beslissing u hierbij ook gegund ware, ja, al leefdet ge als Methusalem eeuw na eeuw, eenmaal moet 't toch worden uitgemaakt, en moet toch de beslissing komen.

Lankmoedigheid was dulding, maar juist die lijdelijke dulding was alleen denkbaar en mogelijk, omdat vaststond, dat eens de ont knooping volgen zou.

En die ontknooping, dat is het jongste oor deel, en de straf die achter dat oordeel ligt, kan niet anders dan eeuwige straf zijn; en eeuwige straf, dat juist is het wezen van den afgrond, van wat Jezus de buitenste duisternis noemt en het eeuwige vuur, en wat kort uitgedrukt heet de hel.

Er is ook kastijding, maar kastijding is heel iets anders. Kastijding is wat de vader uit liefde aan zijn kind doet, als hulpmiddel om het tegen de zonde te sterken, te verootmoedi gen, klein te maken ten einde het zielsleven te verdiepen, en zoo te leiden op heiliger weg.

Maar juist daarom is kastijding in de eeuwigheid ondenkbaar. Het ééne sluit het andere uit.

Wel zijn er onder de d Waalgeesten, dezulken die ook de kastijding in de eeuwigheid overdragen, en u diets maken, dat wie hier goddeloos stierf, in de eeuwigheid een tweeden proeftijd ontvangt, om hem alsnog tot het geloof te brengen, en zich voorstellen, dat aldus van lieverlede allen gezaligd worden. En weer anderen spreken van iet een zielsverhuizing, alsof wie hier een eerste periode doorleefd had, zonder tot God te komen, in een tweede periode in eeu ander mensch op deze zelfde wereld zal optreden. Maar dit alles gaat lijnrecht tegen de Schrift in, er is geen enkel bewijs voor, het is alles pure fantasie, en het werpt alle geloof in den Zone Gods onderst boven.

Dit toch is de zaak, dat wij'van de eeuwigheid niets weten. Dat voor óns een ondoordringbare sluier de eeuwigheid bedekt en verbergt. Maar dat Jezus van achter dat gordijn tot ons is gekomen, en ons gezegd heeft, hoe 'twas.

Wie nu tegenover Jezus' duidelijke uitspraken, tegen de beteekenis van zijn kruis en zoendood in, zich vermeet een geheel andere voorstelling van de eeuwigheid te'; 'geven dan Jezus ons gaf, die tast hiermee Jezus' Goddelijk gezag, zijn nederdalen uit den hemel, zijn openbaring als van den hoogsten profeet aan; en wat hij dan ook nog met Jezus als voortreffelijk zede leeraar dwepe, hij heeft 't geloof in den Zone Gods te niet gedaan, en den sluier weerdichtgeschoven dien God in zijn genade in en door Christus voor ons openschoof.

Vrede door het bloed des Kruises is er. Maar zoolang die vrede in u, of in wien ook, niet door het bloed des Kruises geheiligd is, staat er en blijft er staan de straf. Niet enkel het niet toelaten van uw onheilige en onverzoende persoonlijkheid in het Vaderhuis, maar in vollen en ernstigen zin de straf, de straf voor eeuwig. Niet alleen gemis aan geluk en vreugde. Niet enkel een onzalige toestand. Dat alles zou u nog buiten uw God en op u zelf laten. Maar dit is het, dat God ook in de hel is. „Bedde ik mij in de hel, zie, gij zijt daar". (Psalm r39:8). Gods heilig oog altoos op u, en eeuwiglijk zijn heiligheid tegenover u handhavend. En dat is de straf. Dat is de worm die knaagt en nooit sterft. Het nooit eindigend verwijt uit het heilig oog van uw God u in de ziel dringend tot op den bodera zelf van uw bestaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 december 1906

De Heraut | 4 Pagina's

„Bc jgtraf, tit nn^ tien ^j:ttt aanficEiigt".

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 december 1906

De Heraut | 4 Pagina's