Uit de Pers.
In de Amsterdamsche Kerkbode wordt er terecht op gewezen, dat de beruchte rede van minister Viviani in de Fransche Kamer, wel door de liberale pers ten onzent is afgekeurd, maar dat dit protest weinig waarde heefc, zoo lang die liberale partij in bond optrekt met degenen, die het standpunt van minister Viviani publiek ver heerlijken.
In een vorig nummer maakten wij meldihg van het woord door eenen socialistischen Minister in Frankrijk gesproken, waarin op zoo ontzettende wijze werd geteekend de vrucht van het streven der ongeloovigen, om de religie uit te roeien nit de harten.
Het is niet overbodig die woorden n g eens af te drukken.
De revolutie van 1789 heeft de recht n van den mensch geschapen; die van 1884 heeft in staa kundig opzicht den nederigsten burger gelijk gemaakt aan den machtigste; de derde republiek heeft in het kindergemoed het revolutionaire zaad gestrooid door het onderwijs.
Dat is niet genoeg geweest; en toen hebben wij ons geworpen op het anticlericalisme; wij hebben aan de volksziel het geloof aan een ander leven ontrukt, het geloof aan bedriegelijke en onwezenlijke hemelvisioenen.
Wij hebben gezegd tegen den man, die neerzit op het einde van den langen dag, gebroken door het dagelijksche werk en weenend over zijn ellendig lot, wij hebben tegen dien man gezegd, dit er achter die wolken, waarheen hij zijne droevige blikken wendt, slechts hem Ische her senschimraen toever, en met een heerlijk gebaar hebben wij daar in den hemel lichten uitgedaan, die niet weer aan zullen gaan.
Met gejuich zijn toen die woorden door de geheele linkerzijde van de Kamer in Parijs ontvangen geworden.
Een voorstel om overal in den lande deze rede aan te plakken, werd met geestdrift aangenomen.
Uit 's land penningen werd eene som van veertig duizend franks beschikbaar gesteld voor dat doel.
En de berichtgevers van de bladen, ook van de HoUandsche, die te Parijs vertoeven, hebben deze woorden overgebriefd en zonder ontzetting hebben de redacties die afgedrukt.
Van socialistische zijde is zelfs geschre? en:
Er is geepe socialistische partij ter wereld, die niet verheugd zou zijn als in haar eigen land van wege de regeering dergelijke woorden werden gesproken.
Van geloovige zijde is op die uitlatingen en de ^'jze, waarop zij ontvangen zijn geworden, de aandacht gevestigd.
Dat is volkomen catuarlijk.
Duidelijk moet gemaakt worden, werwaarts men op weg is, wanneer men zich door de mannen, die "aar het linksche pad lokken, laat leiden.
Hoe kan dat beter geschieden, dan door een Woord van eenen onder hen, die zonder omwegen «voor uitkomt, waarop het staat 1
Zoo'n enfant terrible^ dat maar uitfiapt wat hem voor den mond komt, is tegenover de onnoozelen goud waard.
En nog meer wordt dat woord van beteekenis wanneer het, gelijk in dit geval, door de groote meerderheid van eene schare van vertegenwoordigers des volks zoo uitbundig wordt toegejuicht.
Men heeft, wijl men er zelf niet zooveel in zag, in het eerst aan den overkant er geen erg in gehad, dat die .Minister wat heel koud voor de dag is gekomen.
Eerst toen er rechts van die linksche niting gebruik is gemaakt, heeft men lont geroken.
In de Fransche Kamer zelf heeft men getracht het krasse dezer uitspraak te temperen; de Minister heeft begrepen, of hem is aan zijn verstand gebracht, dat hij zich had vergaloppeerd.
Ook in ons land heeft men later zijne maatregelen genomen.
Zoo schreef een der linksche bladen:
Van kerkelijke zijde is uit dit woord politieke munt geslagen. Daar vat men bij voorkeur in het oog het dolzinnige anti-clericalisme, dat in Frankrijk hoogtij viert. Dit is kostelijk propaganda-materiaal tegen de vrijzinnigen. De democratie wordt met dat anti clericalisme vereenzelvigd en Mr. Limburg aangewezen als een Nederlandsche Viviani.
Tegen dezen toeleg hebben wij onvermoeid in verzet te komen.
Ons oordeel over de eerste )ede, door den sociaaldemocratischen Minister van Arbeid Viviani in het Fransche parlement gehouden, hebben wij bewaard, totdat de officieële Handelingen der Fransche Kamer ze ons woordelijk te kennis brachten.
Nu zij het gezegd: wij zouden one schamen, indien deze rede van achter de Nederlandsche Ministerstafel tot onze landgenooten ware gericht.
Ziehier een Minister die door zijn eenzijdig materialisme zich zoo ver laat drijven, dat hij zich er op beroemt, aan den a beider te hebben ontrukt datgene, waarin hij zich d cht gelukkig te voelen, zijn godsdienstig geloof
En wanneer het Fransche parlement besluit deze weerzinwekkende ruwheid in het geheele land aan te plakken met eene meerderheid van 368 tegen 129 stemmen, dan moet men erkennen, dat daar een ongezonde toestand heerscht, en dat reactie noodzakelijk volgen moet.
Een volk, waar de eerbied verloren gaat voor de heiligste gevoelens van andersdenkenden, is bedenkelijk ziek, afgezien nog van de bekrompenheid welke nit de verkondigde denkbeelden zelve sprak.
Een ander blad van die zijde liet aldus zich hooren:
Viviani's uitspraak : voorgoed hebben wij de lichten des hemels uitgedoofd, is zóó '.legelachtig, dat er reden zoude bestaan zich over zulk eenen bondgenoot van vrijzinnige staatslieden te verontrusten, wisten we niet, dat elke groote, sterke beweging, geene uitgezonderd, van schadelijke excessen onmogelijk kan gevrijwaard blijven.
Viviani's uitspraak is zoo onvrijzinnig mogelijke. Lichten dooven is domperswerk !
Zoo tracht men de uitwerking dezer woorden te verzwakken en stelt men zich aan, alsof men, stel dat Viviani optrad in ons land, geene gemeen schap met hem zoude willen hebben.
Ondertusschen ziet men er geen been in, om hier saam te gaan met dezulken, die onze eerste aanhaling nederschreven in het sociaal-democratische orgaan.
Men trekt op in gemeenschap met eenen man, die schreef gebroken te hebben met het geloof in God en goden, in het meervoud en in het enkelvoud.
Daarom kunnen wij geene waarde hechten aan betuigingen als de bovenvermelde.
Daarom moeten wij eene uitdrukking als deze in herinnering blijven brengen als een baken in zee; een teeken van het eindpunt waarhenen men voortschrijdt.
Och, dat allen het inzagen, opdat niet zoovele onnoozelen zich lieten misleiden; want helaas, er zijn er nog, en zelfs onder degenen die belijders zich noemen, die de groote scheidslijn tusschen wie gelooven en niet gelooven, uit het oog verliezen en gemeene zaak maken met hen, die de lichten, aan den hemel zoeken te blusschen opdat het oog alleen op de aarde zal worden gericht.
Het zal vreeselijk zijn eenmaal bevonden te worden tegen den levenden God gestreden te hebben.
De juisheid dezer critiek zal ieder toe De juistheid stemmen.
De liberale partij, die jiren lang als haar vertegenwoordiger in ons land een man huldigde, die „God eigendom en familie" schreef, de schan delijkste lasteringen omtrent Christus geboorte zich veroorloofde, en den zelfmoord verheerlijkte, moet niet met een gemaakte verontwaardiging zich over minister Viviani's rede uitlaten, alsof het liberalisme ten onzent van zooveel beter gehalte zou zijn.
Beide, het Fransche en het Nederlandsche liberalisme, wortelen in één zelfde beginsel. Ginds moge de vrucht wat wormstekiger zijn dan bij ons. Maar dit verschil van graad doet aan de wezenseenheid niet af of toe. En het blijft de vraag of de liberale partij, indien ze in ons land even machtig was als in Frankrijk, wel zooveel anders spreken zou.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 9 december 1906
De Heraut | 4 Pagina's