GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

„In de gestaltenisse Gods.”

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

„In de gestaltenisse Gods.”

10 minuten leestijd

[KERSTFEEST.]

Die, in de gestaltenisse Gods zijnde, geenen roof geacht heeft Gode evengelijk te zijn. Philip. 2:6.

Kerstfeest konat met den jubel der Verlossing. Heilige vreujjde trilt in het hart, als we ervan hooren, hoe God „alzoo lief deze wereld heeft gehad, dat hij jiijn eengeboren Zoon gegeven heeft, opdat wie in hem gelooft, niet verderve, maar het eeusvige leven hebbe". Ea waarom anders klinkt de naam ran Jezus ons zoo zoet en lietlijk toe, dan omdat in dien naam van Jezus, aan iict heilig Kindeke gegeven, de profetie ligt van een ons toegekomen Heiland, Helper en Uitredder?

En toch put die rijke gedachte van Verlossing en Uitredding op verre na de beteekenis van ons Kerstfeest niet uit. Veeleer is de Kribbe van Bïthlehem een altoos nieuw-opwellende bron van heiliüe poëzie; en er is niets aan die Kribbe voorafgegaan, niets heeft haar verzeld of omringd, niets is aan de Kribbe toegekomen, of het is alles in bezielend lied bezongen, en heeft in allerlei toon en accoord de weelde van die Kribbe voor ons zielsoog doen schitteren. Die engel des Heeren in Efrata's velden, met het lofzingend engelenchoor dat hem omstuwt; of ook hetgeen die éeue engel sprak, en de andere engelen zoDgen, het is alles zieldoordringend, verheven, incig. Dan die herders met hun kudde in de nachtelijke schemering, met op eens dat klare licht dat hen omstraalt. En dit alles nog slechts voorspel van wat in Bethlehem zelf zich ontsluierde. Die veikorene onder de vrouwen, de Moedermaagd, met het Kindeke, en straks bij dat Kindeke eerst de herders uit Efrata, en na hen de Wijzen uit het Oosten neergeknield. De tegenstelling tusschen die kribbe en de windselen met de rijke weelde uit het Oosten, die deze Oostersche wijzen aan drager. Voeg daarbij de schuilende, en toch zoo nobele gestalte van Jozef, en na een klein aantal dagen in den tempel Simeon en Anna. Het vormt alles saam één geheiligd, een won dervol, en toch een zoo kinderlijk eenvoudig geheel, dat ge noch in de profane, noch in de heilige historie een ander moment kunt opsporen, waarin stille, creatuurlijke nuchterheid zich met het Goddelijk hooge en verhevene zoo innig vereenigt en dooreenstrengelt, als in en om Bethlehem bij de geboorte van den Heiland der wereld.

Nergens spreekt u zoo rijk en zoo warm en zoo diepzinnig de vereeniging van 't mensctielijknietige met het Goddelijk hooge en heilige toe.

Het is hier alles Imanml. Alles één zinbeeldige openbaring van het God met ons, dat in Jezus verwezenlijkt werd.

Het is het licht van boven, dat instraalt in de duisternis dezer aarde, en die duisternis met goud doordringt.

Het is God geopenbaard in het vleesch, te aanbidden en te prijzen in der eeuwigheid.

Het is de openbaring dat hij, < f? e in de gestaltenisse Gods was, door zelfvernedering en zelfvernietigmg heen, hier in Bethlehems kribbe in de gedaante eens menschen, in de gedaante van een kind des menschen, gevonden werd.

Hij, Gods eengeboren Zoon, als hulpeloos wicht aangeleund tegen de maagdelijke borst van Maria, van Maria de gezegende onder de vrouwen.

Het is in dien toon dat onze Kerstvreugde moet zingen, zal de grootheid van de genade Gods die in Bethlehem openbaar werd, met haar vollen gloed ons menschelijk hart verwar men.

Uit God, door God en tot God is heel ons menschelijk aanzijn. Neem die aanhoorigheid van ons tot onzen God en van onzen God tot ons uit uw worsteling weg, en alle menschen waarde is vernietigd. Wat zonder die hoogste religie van u overblijft, stelt u op éen trap met plant en dier, met alle creatuur om u heen. En eerst als het geloof 't hooge feit aangrijpt, dat gij geschapen zijt naar den heelde en de gelijkenisse van uw God, ontsluiert zich voor uw zielsoog die geheel eenige waardij, die u als mensch in Gods oneindige schepping is toebedeeld.

Wat gij voor uw God zijt, hoe gij voor uw God staat, wie uw God voor u is, en wat uw God in alle eeuwigheid met u voor heeft, dit en dit alleen is het groote levensmysterie. Zonder Hem is alles in u duisternis. Alleen met Hem beschijnt u het lieflijk licht.

En nu is er ook zonder Bethlehem allerlei uitstraling van dat Goddelijk licht, dat in u is, of u nadert. Goddelijk licht in uw innerlijk ziels bestaan, in uw rede en in uw conscientie. Goddelijk liebt u toestralend van het firmament en uit de natnnr om n heen, H beide Gods Almacht n Goddelflkheid in al zijn schepselen vertooend. Er is Goddelijk licht u toekomend inde emeene gratie, die de schemering in het Heiendom ten deele doet opklaren. Er is nog veel laarder en rijker Goddelijk Ucht dat tot u omt in de wondere profetie en in de door od bezielde psalmodie van een David en Asaf. an allen kant, van alle zij, dringt het licht van en hooger openbaring in onze donkerheid in. aar toch, dat alles, hoe rijk ook, bracht toch ltoos nog niet het groote Licht, dat in zijn vol omenheid u met Goddelijke klaarheid zou eschijnen.

„Het volk dat in de duisternis zit, zoo zong de rofetie, zal eenmaal het groote Licht zien, " en an eerst zal de heerschappij van het licht des emels intreden. En dat groote licht, het was oen eerst overstelpend, toen Simeon in den empel, met het heilig Kindeke in zijn armen, et uit kon roepen: „Laat nu, Heere, uw dienst h necht gaan in vrede, want nu hebben mijne s ogen uw zaligheid gezien; een zaligheid bereid d oor het oog van alle volken; want nu is ver o chenen het licht tot verlichting der Heidenen, n tot heerlijkheid van uw volk Israël."

En waarin nu dit onderscheid schuilt, dat o iepgaand onderscheid, tusschen eenerzijds al'e roegere instraling van 't Goddelijk licht, zoo n de gemeene als in de bijzondere Gratie, en nderzijds tusschen het licht dat in Bethleem's kribbe opging? Waarin anders dan hierin, at het bij al dat vroegere was etn naderen tot en mensch van het Goddelijk licht, en dat t hier eerst kwam tot een ingaan van dat euwig licht in den mensch zelf, ia onzs natuur, oor de Vkeschwording van het eeuwige Woord.

Vereenigd met het Goddelijke had God ons geschapen; die eenheid hadden wij verbroken door de zonde; en daarom, er kon geen heil noch zaligheid komen, zoolang die gebroken band niet hersteld werd, en God zelf de hereeniging met ons gevallen gtsslacht niet had tot stand gebracht.

Hereeniging niet enkel in onze voorstelling, hereeniging niet alleen in onze gedachten, in ons ideaal, ia onze hope en verwachting, maar hereeniging in ons eigen menschelijk wezen, in o eigen mensch zijn, in onze natuur en existentie.

Reeds «as het veel. dat God zich tot ons neigde, ons weer zocht en optocht, ons weer toesfrak, en ons een vergezicht van eeuwige glorie opende. Maar toch, dat alles bleef uit wendig, bleef van buiten ons toekomende, en liet ons die we waren in onszelf.

Wat komen moest, en eerst ons den vollen vrede kon aanbrengen, v/as het indalen van God zelf in onze menschelijke natuur, het zich hereenigen van God met ons menschelijk ge slacht in onze existentie als mensch; en eerst toen de Zone Gods als Zoon des menschen ond ons verscheen, was dat machtigst wonder aller eeuwen volbracht.

En daarom, het baat u niet, of ge Jezus al hoog stelt en als een van God gezonden profeet eert. Hdt lost het raadsel der wereld niet op, of ge al in eerebieding voor het hoog ideale in het Kindeke van Bethlehem neer knielt. Wat heil aanbrengt en de wereld het leven hergeeft, het kan niet anders, en het kan niet minder zijn, dan dat ge, zonder zweem van twijfeling of van aarzeling, in dat Kmdeke van Maria Godzelf aanbidt, Godzelf, geopenbaard in het vleesch, en in Imanuel eert den Zone Gods die Zoon des menschen geworden is.

Zoo eerst gaat ge in de ruste in. In de ruste voor uw denken en zoeken, voor uw zinnen en tasten. Zoo eerst zijt ge gekomen tot die volkomene religie, die boven alle symbolische of schijnreligie uitschittert.

Gij in Christus, en Christus in God en God in Christus, aldus ligt het heilig snoer ineen geschakeld, dat allen twijfel te niet doet, alle onvolkomenheid opheft, en op de worsteling der geesten van alle eeuwen de kroon der volkomenste gewisheid zet.

Neem 't iets minder, en uw Christelijke religie staat met alle andere religiën op één lijn. Iets vooruit misschien, iets rijker en milder, maar toch blijft ze dan in soort aan al die andere religies gelijk. Een poging om het licht van boven op te vangen, een poging om 't hart naar boven op te heffen. Maar om altoos nog den dorst naar de hooge volkomenheid te doen overblijven, den dorst naar een nóg rijker, nóg hooger staanden vorm van aanbidding en zaligheid.

Dan is en blijft het een lijn, die zich altoos hooger op wil buigen, omdat ze haar rustpunt in God zelf nog niet gevonden heeft. Dan is er een dogmatisch uitspinnen vangedachten, dan is er een mystiek zich in God willen verheugen, of ook een practisch ijveren om tot hooger geestelijken stand op te klimmen; maar het blijft een opklimmen langs de ladder, die tusschen hemel en aarde is gesteld, met het pijnlijk gevoel, dat nog altoos de hoogste sport niet bereikt, en daardoor de ingang van de eeuwige ruste voor uw hart nog niet verkregen is.

Maar Bethlehem bezweert die onrust. Met het Kindeken in de kribbe wordt dit worstelen en tasten, zinnen en peinzen voor altoos afge broken. Want hier gaat de roepstem uit: Zie, hier is mu God!

Hier is het niet de mensch, die zich opheft en naar den hemel grijpt en tast, maar God zelf, die tot den zoekenden mensch nederdaalt Meer nog, Godzelf, die niet alleen tot hem nederdaalt, naar iadaalt in zijn menschelijk aanzijn, zijn menschelijke natuur, zijn mensche lijke existentie. Hier is het Godzelf die de hereeniging met uw menschelijke natuur in zelfvernietiging tot stand brengt, en ze niet meer in 't woord voor u schildert, maar z in vleesch en bloed u toont.

Dat dan ook nu op uw Kerstfeest alle knie van wie gelooft zichbuigein aanbidding, om in dat Kindeke onzen Heere en onzen God te verheerlijken. Dat ook nu het volle hart den oneindigen rijkdom van genade grijpe, die in de [ Vleeschwording van het eeuwige Woord zich heeft groot gemaakt. En dat ook nu, als we in onze verbeelding èa Efrata's velden èn de Kribbe in de herberg voor ons zielsoog geteekend zien, diep ons 't besef doordringe, dat het Kindeke dat ons boeit en aantrekt, van eeuwig in de gestaltenisse Gods was, en om onzentwil in de gestaltenisse van dat Kindeke geboren is.

Neem-dat éene, dat hoogste, de Godheid van dat Kindeke, uit uw belijdenis weg, en ge hebt 't Goddelijk licht in Efrata en om de Kribbe uitgedoofd. Dan hebt ge geen Heiland en geen Christelijke religie meer. Dan zijt ge onder de volken weer geworden als met hen zoekende naar een licht dat er niet is, en aan een schijn glans u vergapende.

Dat in Christus God en mensch in der waarheid hereenigd werd, en dat daarom in Hem, dien we aanbidden, de volkomenheid van alle religie ons geschonken werd, is en blijft het plechtanker, waarvoor, wat storm ook woede, et scheepke onzer Christelijke religie veilig en ast ligt.

En de ontrouwe predikers, die tot in Christus' erk, dat fundament, dat in de Godheid van en Christus is gegeven, onder onze religie los oelen, ze zullen het zich te laat berouwen at ze, wanende hooger wijsheid na te jagen, ich zelven en hun misleide kudde van 't licht eer naar de schemering hebben teruggeleid, m straks zelfs uit die schemering weer in de uisternis van het ongeloof terug te zinken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 december 1906

De Heraut | 4 Pagina's

„In de gestaltenisse Gods.”

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 december 1906

De Heraut | 4 Pagina's

Bladeren