Ds. Bos heeft in de Wachter
Amsterdam, I Februari I907.
Ds. Bos heeft in de Wachter een reeks van zeventien artikelen geschreven over de opleidingskwrestie. In hoofdzaak dienen deze artikelen om critiek te oefenen op de stellingen, in 1901 door de Hoogleeraren der Vrije Universiteit gepubliceerd. Volgens hem gaan deze stellingen van onjuiste praemissen uit, doen ze onrecht aan de tegenpartij en zijn de daarin neergelegde beginselen in strijd met het „beding". Hij eindigt met er op aan te dringen, dat de Kerken op de eerstvolgende Synode deze zaak ter sprake zullen brengen, om te zien „of de meerderheid der Kerken den moed (heeft), openbaar en beslist het beginsel van het Beding te herroepen". „Anders gaat het, * zoo meent hij, zonder uitspraak der Kerken dien vi^eg op”.
Men zal ons toestemmen, dat deze critiek op de stellingen, in 1901 gepubliceerd, vrij wel als mosterd na den maaltijd komt. Dë bedoelde stellingen waren gepubliceerd met het oog op de onderhandelingen destijds gevoerd over de vereeniging der Theologische school met de Vrije Universiteit. Nu die onderhandelingen radicaal mislukt zijn, hebben ze haar actueel belang verloren. En wie zou begeeren te gaan napleiten over een proces, dat reeds in de hoogste instantie beslist is?
We kunnen ons dan ook kwalijk voor stellen, dat éen Kerk lust zou gevoelen de zaak in dien vorm ter Synodale tafel te brengen. Niet alleen, omdat elke Synode, die in het teeken der opleidingsquaestie saamkwam, aan den vrede der Kerken weinig bevorderlijk was — denk slechts aan de Synode te Arnhem — maar vooral omdat elk practisch voorstel ontbreekt.
Wat baat het of de eerstkomende Synode nogmaals uitspraak doet, dat ze het „beding" of het „beginsel van het beding" nog altoos erkent? Met Dordt te begin nen, is dit reeds zoo dikwijls geschied. Ook kan met recht niet geklaagd worden, dat onze Kerken door hare daden het beding stilzwijgend op zij hebben gezet, gelijk Ds, Bos meent. Het tegendeel is waar. Van elke poging om tegen den zin van een deel der Kerken in, de vereeniging der Theo logische School met de Vrije Universiteit door te zetten, is afgezien. Alle Kerken gemeenschappelijk collecteeren voor de Theologische School, zorgen voor haar wetenschappelijke en geestelijke belangen door haar Curatoren, behartigen haar wel zijn op de Synodale vergaderingen. Wat wil Dr. Bos dan nog meer.' Natuurlijk kunnen de Kerken de studenten niet dvuiu' gen aan de Theologische School te gaan studeeren, De „vrijheid der studie" wordt ook door Ds. Bos uitdrukkelijk erkend. En we achten Ds. Bos te hoog om te veronderstellen zelfs, dat hij, zij het dan ook langs een der achterdeuren van zwaardere examen-eischen of vexatoire maatregelen tegen de candidaten der Vrije Universiteit, de „vrijheid der studie" zou willen onderdrukken. Bovendien zulke maatregelen zouden toch niet helpen. Niettegenstaande te Amsterdam het studiegeld eens zoo hoog is als te Kampen en de standaard van het leven veel zwaardere eischen stelt in het weelderige Amsterdam dan in het eenvou dige Kampen, toont vergelijking van het studentencijfer, dat de meerderheid toch aan Amsterdam de voorkeur geeft.
Laat men deze concurrentie, waaraan de Kerken toch niets kunnen doen, in het midden, dan kan met een geruste consciëntie getuigd, dat de Kerken zich trouw en eerlijk aan het „Beding" hebben gehouden. Juist dat gevoel heeft in niet geringe mate het onderling vertrouwen gesterkt en veel bitterheid weggenomen. We zouden het daarom betreuren, wanneer de „opleidingsquaestie" weer als twistappel op de Synode gebracht werd. Niemand heeft daar winst bij, en de Kerken zelve lijden er schade onder.
Natuurlijk ontkennen we niet, dat het opleidingsvraagstuk op den duur tot een beslissing komen moet. 'Indien Ds. Bos met een practisch voorstel gekomen ware, zouden we dit gaarne besproken hebben. Maar de raad, dien hij thans gaf, kan alleen op verwarring en onrust uitloopen. Ook hier voegt het ons Gods tijd af te wachten.
Eerst als de vrucht rijp geworden is, kan ze geplukt worden. En dan valt ze den geduldigen landman als vanzelf in den schoot.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 3 februari 1907
De Heraut | 4 Pagina's