Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vacatuur-diensten.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vacatuur-diensten.

14 minuten leestijd

In de Classis Amsterdam rees eenig geschil over de regeling der vacatuurbeurten Aan Prof. Rutgers met enkele andere broeders werd opgedragen, een historisch onderzoek in te stellen, hoe vroeger deze vacaturediensten geregeld waren, en de Classis van advies te dienen, op welke wijze de vacante Kerken met het Woord en de Sacramenten het best gediend kunnen worden.

Dit rapport, dat bij de Classis is ingediend, nemen we over, omdat de zaak niet alleen voor de classis Amsterdam, maar voor alle Kerken in ons vaderland van belang is en iedere Classis er winsle mee kan doen. Dat dit rapport door Prof. Rutgers is opgesteld, verhoogt zeker niet weinig de waarde er van.

Het rapport luidt aldus:

In de Nederlandsche Gereformeerde Kerken hadden de dassen, uit kracht van bet kerkverband, voor de waarneming der vacatuurbeurten te zorgen. En om dat te kunnen doen, op de beste wijze en tot meeste stichting der kerken, hebben bijna alle dassen van eenigen omvang voor zich zelve eene nadere indeeling gemaakt in preek ringen (bier en daar ook districten of kreitsen genoemd), in welke de daartoe behoorende kerken en predikanten elkanden zouden helpen; welke indeeiing reeds van zeer ouden datum is, en gedurende de zeventiende en achttiende eeuw, met slechts zeer kleine wijzigingen, in stand is gebleven. Bekend is die indeeling, voor de onderscheideDe dassen (slechts met uitzondering van de Classen Dokkum en Franeker, waaromtrent geene opgaven te vinden waren), uit de Classicale Handboekjes, waarvan in de zeventiende en achttiende eeuw ook een aantal in druk zijn uitgegeven, en voorts uit de „Kerkelijke geographie der Vereenigde Nederlanden", door W. A, Bachiene in de jaren 1768—1773 in vier deelen uitgegeven,

Eene volledige opgaven van hetgeen te dien aanzien in de onderscheidene classen van geheel Nederland bepaald was, met bijvoeging van de namen, die aan de preek-ringen gegeven waren ter aar duiding van hun omvang, heeft voor de Classe Amsterdam niet zooveel belang, dat zij in dit rapport zou zijn op te nemen. Het zal hier wel voldoende zijn, de hoofdzaak kort en duidelijk te vermelden.

En dan blijkt uit de boven bedoelde historische berichten, dat er vau de drie en vijftig dassen, waarin de Nederlandsche Gereformeerde Kerken in de zestiende en zeventiende eeuw waren samengevoegd, slechts tien waren, die zich voor de waarneming der vacatuurbeurten niet in preek-iingen verdeeld hadden; hetwelk dan meest gemotiveerd werd docr de overweging, dat zulks wegetks den kleinen omvangder classe onnoodig of wegens het kleine aantal van predikanten onpractiscb was. Deze tien dassen waren: de drie Drentscbe, ééne classe in Friesland, ééne in Groningen, twee in Overijsel, twee in Gelderland, en ééne in Noord-Holland. De laatst bedoelde, de Classe Hoera, die een betrekkelijk kleinen omvang bad, was voor geheel Noord-Holland, Zuid Holland, Zeeland en Utrecht, welke provinciën samen vier en twintig classen hiidden, de eenige, waai in alle predikanten der classe gezamenlijk voor alle vacatuurbeurten zorgden.

Alle andere classen badden preek ringen; en wel:

ten getale van 2, in 11 Classen, n.l. Enkhuizen, Edam, 's-Gravenbage, Woerden, Zuid-Beveland, Tbolen, Zalt-Bommel, Peel-en Kempenland, Bols ward, Appingedam en het Oldambt;

ten getale van 3, in 16 Classen, nl. Haarlem, Amsterdam, Delft, Voorn en Putten, Breda, Amersfoort, Rbenen, Neder-Veluwe, 's-Hertogenbosch, Zwolle, Sneek, Zevenwolden, Lopp; rsum, Middelstum, de Marne, en het Westerkwartier ;

ten getale van 4, in 8 Classen, nl. Alkmaar, Leiden, Gouda, Schieland, Gorinchem, Buren, Schouwen en Duiveland, en Zutphen;

ten getale van 5, in 5 Classen, nl. Dordrecht, Utrecht, Nijmegen, Over-Veluwe, en Deventer; en ten getale van 13, in de Classe Walcheren.

Met betrekking tot de wijze, waarop deze preek-ringen waren samengesteld, is nog o. a. op te merken, dat bijna overal de grootere kerken, die verscheidene predikanten badden, afzonderlijke preek-ringen vormden, zoodat zij voor de waarneming van hare vacatuurbeurten ielve zorgden, en dan ook te dien aanzien geene hulp hadden te verleenen aan andere kerken. Met name was dit bet geval met de steden: Amsterdam, Haarlem, Dordrecht, Delft, Leiden, Gouda (met Schoonhoven samen), Rotterdam, Schiedam, Gorinchem, 's Gravenhsge, Middelburg, Vlissingen, Veere, Zierikzee, Utrecht, Arnhem, 's Hertogenbosch, en Deventer. Voor enkele andere steden was de zaak zóó geregeld, dat soms aan den stads-ring nog een paar zeer dichtbij gelegen dorpen waren toegevoegd (b. v. te Breda), en soms de stadspredikanten i'oor de waarneming der vacatuurbeurten te zamen voor één predikant gerekend werden (b. V. te Zwolle en te Hasselt). Ook kwam het wel voor, b. v. in Delft, dat de stadsring vacatuurdienst deed in de andere ringen alleenlijk op de feestdagen, op welke slechts éénmaal gepredikt werd, „ten einde" (gelijk er bij staat) „de buitenpredikanten alsdan hunne eigene gemeenten niet zouden behoeven te laten ledig staan".

Voorts gold voor de waarneming van vacatuurbuurten nog als vaste regel:

dat in ieder geval de vacante kerk eiken Zonen Feestdag hulp van den ring moest hebben;

dat, wanneer een ring door het aantal vacaturen of door ziekte en ouderdom van predikanten daardoor te veel bezwaard kan zijn, de naastbij gelegen ring of ringen moesten helpen ;

en dat in de vacante kerk niet meer dan één dienst zou vervuld worden (des voormiddags of des namiddags, naar gelang dit door de classe geregeld was of door plaatselijk overleg was goedgevonden); aangezien de predikant, die dien dienst waarnam, op denzelfden Zon-of Feestdag ook in zijne eigene gemeente deh dienst oog bad waar te nemen, daar toch de zorg voor vacante kerken niet mocht te weeg brengen, dat iemands eigen gemeente zonder noodzaak schade leed.

Dit laatste (het waarnemen van den dienst in de eigen gemeente ook op den dag dat men eene vacatuurbeurt vervulde) was dan ook bijna overal de gewoonte. Voor een rijtuig fof in sommige sireken voor een paard of schuit) zorgde, voor zoover de kosten niet uitdevacatuurgelden moesten bestreden worden, een gemeentelid van de kerk waar de predikant gevestigd was of de vacante kerk zelve; en slechts zelden waren daarvoor classicale bepalingen noodig, gelijk b.v, in de Classe Neder-Veluwe, waar in de eerste helft der 182 eeuw bepaald werd, dat de kerkmeester der vacante plaats verplicht was, den predikant „met een bequaam en overdekt vaartuig (d. i. rijtuig) te laten afhalen; anders ncag de predikant ten koste der vaceerende kerke een vaartuig aannemen''. De predikant moest op den Zon-of Feestdag, op welken hij eene vacatuurbeurt had, uit zijne eigene gemeente naar de vacante kerk heen en weer kunnen komen.

Uit dit alles is duidelijk, wat het motief was, en het leidend beginsel, bij de verdeeling der classen in preek-ringen

Men ging uit van den grondregel, dat iedere kerk op eiken Zon-en Feestdag althans eenmaal bediening des Woords en der Sacramenten moest hebben. Het lezen van eene predikatie 'of de voorgang van een oefenaar werd volstrekt onvoldoende geacht; en het optreden van dezulken, die kerkelijk daartoe niet gequalificeerd waren, met name het optreden van studenten, werd vóór de 19e eeuw nergens toegelaten of geduld.

Aan dien eisch moest zooveel mogelijk voldaan worden: eenerzijds, in vacante kerken, hetgeen dan natuurlijk alleen geschieden kon doordat predikanten van elders aldaar kwamen dienst doen; maar ook anderzijds, in de kerken, waaraan die predikanten verbonden waren. En al zou het nu eene enkele maal wel eens mogelijk zijn, dat voor dit laatste een predikant te vinden was, die nergens dienst had, dit zou

toch altijd een betrekkelijk zeldzaam geval zijn j bij de regeling der vacatuurdiensten zou daarmede jjjtuurlijk niet kunnen gerekend worden. Die regeling moest dus zooveel mogelijk op zulk eene vpijze worden ingericht, dat de Dienaar des ffoords, die de vacatuurbeurt had, op denzelfden dag ook in zijne eigene gemeente nog kon optreden. £n aangezien dat alleen mogelijk was in een kring van kerken, die betrekkelijk dicht bij elkander waren, lag het in den aard der zaak, dat de meeste dassen voor de waarneming van den vacatuurdienst zich in preekringen jfdeelden.

Uit diezelfde overweging moest ook volgen, (Jat men zulke preek-ringen alleen samenstelde uit de kleinere kerken, die in geval van vacature altijd hulp van elders noodig hadden. Voor (Je groote kerken, die verscheidene predikanten badden en die dus in geval van vacature nog geenszins verstoken waren van den dienst des Woords en der Sacramenten, was dus ook volstrekt niet bepaald noodig, dat op Zon-of Feestdagen een predikant van elders overkwam om te helpen; en daarom werden zulke kerken, voor den vacatuurdienst, als een op zichzelf staande preek-ring beschouwd.

Inderdaad zou eene classe aan die groote leerken ook geen hulp van elders, met het daaraan verbonden wederkeerig hulpbetoon, hebben kunnen opleggen. Imncers, in Gereformeerde kerken zijn de meerdere vergaderingen geene hoogere kerkbesturen, die als zoodanig over de tot haar behoorende kerken, en over de aan die kerken verbonden predikanten, eenvoudig zou den kunnen beschikken. De bevoegdheid om zulks te doen ten behoeve van vacante kerken (eene bevoegdheid, die zij uit kracht van het kerkverband zonder twijfel hebben) staat in het nauwste verband met de noodzakelijkheid, dat in alle kerken de dienst des Woords en der Sacramenten zooveel mogelijk onderhouden worde. Maar juist daardoor wordt die bevoegdheid dan ook beperkt. Zij kan niet meer gelden, waar de noodzakelijkheid van weder keerig hulpbetoon niet aanwezig is. Zij bestaat dus niet met betrekking tot die groote kerken. En ook met betrekking tot die kleine kerken is zij in zooverre beperkt, dat buiten noodzaak niet aan deze mag worden opgelegd, hulp te verkenen op zóó verren afstand, dat zij daardoor zelve in verlegenheid zouden komen. Soms kon dit, 'ook in vroeger tijd, zeker niet vermeden worden; en dan moest men zich daarin wel schikken. Maar in verre de meeste dassen lag het middel, om bezwaren te voorkomen, voor de hand; en dat was daa de verdeeling in preekringen, zoo vele of zoo weinige als de ligging der kerken wenschelijk maakte.

Wat in vroeger eeuwen hier te lande theorie en practijk was der Gereformeerde Kerken, in zake de regeling van den vacatuurdienst, is in het bovenstaande zoo kort mogelijk voorgesteld.

En die voorstelling zal wel kunnen geacht worden voor zichzelve te spreken. Niemand zal wel ontkennen of betwijfelen, dat die rege ling principieel Gereformeerd was, met de hooge beteekenis van den dienst des Woords geheel overeenkwam, en ook zeer practisch was ingericht.

Slechts één ding zou men thans tegen zulke regeling kunnen in het midden brengen; nl, dat hare volledige toepassing in vroeger eeuwen heel wat gemakkelijker was, dan zij thans zou zijn.

Dit moet onbewimpeld worden toegestemd. Er is inderdaad in dit opzicht verschil tusschen toen en thans. En al bestaat dat verschil eigenlijk slechts op één punt, het is toch van groote beteekenis.

Van de Reformat!j af was het, drie eeuwen lang, een vaste regel, dat iedere kerk haren Dienaar des Woords had; ook al was zij te klein om een kerkeraad te hebben, zonder predikant mocht zij toch niet zijn. En in verband daarmede was het ook een vaste regel, dat iedere vacature (behoudens het geval van een annus gratiae voor eene weduwe) altijd zoo spoedig mogelijk moest vervuld worden. Beide die regelen konden worden opgevolgd, omdat elke kerk een vast predikantstractement had, uit fondsen en goederen of door uitkeering van de Overheid; terwijl kerken, bij welke dit niet, of niet voldoende, het geval was, gecombineerd werden, soms wel ten getale van drie of meer, vooral in streken waar van de bevolking slechts een zeer klein deel met de Reformatie was medegegaan. Destijds duurde eene vacature dus bijna altijd betrekkelijk kort, waardoor vanzelf haar aantal zelden groot werd, en de hulpdienst betrekkelijk licht was.

Thans echter, nu de gemeenteleden zelven voor het predikantstractement moeten zorgen, zijn er in bijna alle dassen verscheidene ker ken, die daartoe niet bij machte zijn, en die dus jaar in jaar uit steeds vacant blijven. In zulke gevallen nu gaat het niet aan, de meest genabuurde kerken te willen verplichten, ook aldaar eiken Zon-en feestdag in den dienst te voorzien.

Voor dien blijkbaren misstand is geen ander middel, dan hetgeen men in vroeger eeuwen in het werk stelde. Destijds werden blijvende vacaturen nergens geduld. Waar die anders bestaan zouden, kwam men daaraan tegemoet door combinatie van kerken. En het is ook zeker langs dien weg dat men thans beproeven moet, zooveel mogelijk te zorgen dat men overal een eigen Dienaar des Woords hebbe.

Voor zooveel dit nog niet geschied is, kunnen kerken, die blijvend vacant zijn, zeker geen aanspraak maken op een vacatuurdienst, die eiken Zon-en Feestdag zou te verleenen zijn, maar zal de hulp zich wel te bepalen hebben tot een kleiner aantal beurten.

Intusschen, behoudens deze uitzondering, zijn de oude beginselen ook thans nog geheel voor toepassing vatbaar, Fn gelijk in vroeger tijd enkele groote kerken geen bezwaar maakten, om voor den vacatuurdienst verbonden te.worden met een paar kleine kerken, die door hare groote nabijheid als vanzelf daartoe waren aangewezen, zoo zou ook thans tegen zulke mdeeling wel geen overwegend bezwaar worden ingebracht.

Slotsom van dit rapport moet dus zijn, dat, niet het oog op de quaestie die bij de Classe Amsterdam aanhangig is, aan haar wordt voorgesteld, in zake de regeling van den vacatuurdienst weder terug te keeren tot de oude ver deeling in preek-ringen, slechts met een paar^ Weine wijzigingen, die in den aard der zaak 'iggen of zichzelve aanbevelen.

Van de 46e tot de 19e eenw was de Classe Amsterdam verdeeld in drie preekringen, nl. P stad Amsterdam, het Amstelland en het gooiland; terwijl tot het Amstelland behoorden* fluiden, Weesp, Amstelveen. Waverveen, Ouder-5flï. Diemen, Sloten en Sloterdijk, en tot het gooiland; Naarden, Muiderberg, Huizen, Bla "^um, Laren, Hilversum, 's Graveland, oud: en ffiemv-Loosdrecht en Loenen. Onder deze ker-«n zijn er eenige, die thans tot eene andere f^lasse behooren; en daarentegen behoort Aals ""eer, dat oudtijds tot de Classe Haarlem be­ hoorde, thans tot Amsterdam, terwijl in de classe zelve ook eenige nieuwe kerken geconstitueerd zijn. Met dit een en ander moet natuurlijk worden rekening gehouden. En dan luidt het voorstel, waartoe de rapporteerende commissie eenstemmig gekomen is, dat de Classe besluite:

lO. De Classe Amsterdam wordt voor de waarneming van den vacatuurdienst verdeeld in drie preek-ringen, nl. a de Kerken Amsterdam, Watergraafsmeer en Diemen; ^ de Kerken Oiertoom, Sloterdijk, Amstelveen, Ouderkerk, Aalsmeer en Uithoorn; en c. de kerken Naarden, Weesp, Bussum, Huizen Hilversum, 's Graveland, Ankeveen, Muiden, Muiderberg en Nederhorst den Berg.

2O. In ieder van die preekringen zullen de vacatuurdiensten, met de daarvoor uit te keeren vergoeding, door de predikanten van dien ring, in overleg met de kerkeraden van de tot dien ring behoorende Kerken, nader geregeld worden, onder goedkeuring van de Classe, en bij eventueele quaesties door hare beslissing.

30. Zoo dikwijls een der preek-ringen, naar het oordeel der Classe, te veel met vacaturen bezwaard is, zal door een naburigen ring zooveel mogelijk hulp verleend worden.

Moge de geheele regeling dezer aangelegenhaid, door des Heeren zegen, zóó geschieden, dat de stichting der kerken door den dienst des Woords en der Sacramenten zooveel mogelijk worde bevorderd.

De hier voorgestelde regeling geldt natuurlijk voor Amsterdam in het bijzonder, maar de beginselen, die er aan ten grondslag liggen, kunnen ia elke Classis toegepast worden. Kerken, die niet in staat zijneen eigen predikant te beroepen, omdat ze te klein of te zwak zijn, mogen niet als „vacante Kerken" beschouwd worden, maar moeten met een naburige Kerk worden gecombineerd, gelijk ook vroeger op tal van plaatsen het geval is geweest. Zoo krijgen ook deze „r.wakke Kerken" toch een eigen predikant, die bij haar het Woord en de Sacramenten bedient en voor haar belangen zorgen kan. Zooals de toestand thans is, dat deze zwakke Kerken zich in den regel met preckiezen moeten behelpen, om slechts nu en dan een liefdebeurt van de Classis te krijgen, lijdt èn de gemeente èn de classis er onder. Ontstentenis van een Dienaar des Woords kan een tijdelijk gebrek zijn, maar het mag geen geregelde toestand worden. In combinatie met andere kerken ligt daarom voor deze „zwakke kerken" de eenige uitweg. Ze hebben met die naburige Kerk dan een gemeenschappelijken Dienaar des Woords tot tijd en wijle ze zelf sterk genoeg zijn om voor een eigen Dienaar te zorgen.

Da waarlijk vacante Kerken, die door vertrek of sterfgeval haar Dienaar missen, zullen dan vanzelf ook beter geholpen kunnen worden. Terecht wijst Prof. Rutgers er op, dat deze vacante Kerken liefst eiken Zondag geregeld bediening des Woords moeten hebben. Noch het preeklezen, noch de stichtelijke toespraak van een student, kan en mag de bediening des Woords vervangen. De Classis behoort te zorgen, dat eiken Zondag minstens éen beurt door een harer predikanten bij de vacante Kerk wordt vervuld. Ook de practische regeling, die Prof. Rutgers hiervoor aanwijst, schijnt ons uitnemend toe. Indien de - Classis in ringen verdeeld wordt, kunnen de ringpredikanten op een Zondag zonder te veel bezwaar èn hun eigen Kerk èn de vacante Kerk dienen.

Voorzoover men bij deze indeeling in „preekringen" gebruik wil maken van de regeling door onze Vaderen vastgesteld, geeft Prof. Rutgers zelf aan waar deze regeling te vinden is, n.l. bij Bachiene's Kerkelijke Geographic, een boek dat in elke bibliotheek te verkrijgen is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 maart 1907

De Heraut | 4 Pagina's

Vacatuur-diensten.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 maart 1907

De Heraut | 4 Pagina's