Buitenland.
Duitschland. Een woord van den director van het Theologisch Seminarium der Duitsche Broedergemeente.
Eenigen tijd geleden is er in een der Christelijke bladen gewezen op den gezegenden arbeid op het terrein der zending van de Duitsche Broedergemeente, waarbij de opmerking gevoegd werd, dat deze Broedergemeente altijd pal gestaan had voor het Woord Gods en zich niei mede had laten slepen op de glibberige paden der hedendaagsche Schriftcritiek.
Dit mocht waarheid geweest zijn voor het verleden, in den tegenwoordigen tijd kan dit niet meer gezegd worden. Immers eenige jaren geleden bleek het, dat een der hoogleeraren van het Theologisch Seniinarium der Broedergemeente in Duitschland, een voorstander was der moderne Schriftcritiek. In de kringen der broedergemeente was daarover veel te doen, doch het einde van de zaak was, dat bedoelde hoogleeraar gehandhaafd bleef, wijl men overwoog, dat hij toch een levend Christen was. Nu lezen wij in een Duitsch blad, dat toen op 17 April de Saksische kerkelijke conferentie te Chemnitz hare voorjaarsvergadering hield, aan deze vergadering deel werd genomen door den heer Kölbing, directeur van het Theologisch seminarium der Broedergemeente, en dit niet als toehoorder, maar als een die uitgenpodigd was tot het houden van een referaat. Immers hield de heer Kölbing op deze samenkomst een voordracht over „de blijvende beteekenis van oud christelijke eschatologie (leer der laatste dingen). Als men de Z^ipz. Zeitg. gelooven mag, dan blijft volgens den heer Kölbing van de oorspronkelijke Christelijke eschatologie niets anders over, ' dan het wachten op eene nieuwe, volkomene wereld waarin God regeert; al het andere is beeld en gelijkenis, ontleend aan Joodsche en Heidecsche apocaluptiek. Als men daarbij weet, dat de Chemnitzer-conferentie eene vergadering is van moderne theologen, dan begrijpt men dat de Allgemeine Ev. Luth. Kirchenzeitung de vraag stelt: „Wat zegt de Broedergemeente daarvan? ”
Rusland, De Russische regeering en de gewetensvrijheid. Een besluit der Heilige Synode,
Het blijkt helaas steeds meer, dat de Russische regeering bij hare toezegging, in 1905 gedaan, dat er gewetensvrijheid in Rusland zou gegeven worden, eene belofte gedaan heeft die zij, nu de ergste troebele dagen voorbij zijn, weder zoekt in te trekken of van hare kracht wil berooven. Want uit een voorstel dat de eerste mintster Stolypin aan de Doema deed, blijkt het duidelijk dat de regeering aan alle gezindten het recht van propaganda wil blijven onthouden, terwijl de Russische staatskerk naar hartelust mag ijveren voor de uitbreiding van hare gemeenschap. Wel wordt het recht van propaganda, in het voorstel aan de Russische volksvertegenwoordiging, aan al de in Rusland erkende godsdienstige gemeenschappen toegekend, Ja* zelfs gegeven aan de sekten die van de Grieksch-orthodoxe kerk zijn afgevallen; doch dit recht wordt alleen gegeven voorzoover men daarvan geen gebruik maakt tegenover de Grieksch orthodoxe kerk! De wet kan geen handelingen toelaten, die er op aangelegd zijn om de menschen van de Russische staatskerk afkeeiig te maken. Daarom blijft art, 90 van het nieuwe strafwetboek van kracht, dat het strafbaar stelt wanneer men mondeling of schriftelijk menschen er toe aanzet om de Russische Staatskerk te verlaten en tot eene andere kerk over te gaan.
Met andere woorden: de Christelijke kerken of Godsdienstige gemeenschappen mogen naar hartelust elkander bestrijden; maar als hun voorstanders of dienaren het bestaan, om te manen tot het verlaten van de Staatskerk, dan zullen zij daarvoor vervolgd worden!
De toestand zal dus in hoofdzaak dezelfde blijven, wanneer het wetsontwerp der regeering wordt aangenomen als in den tijd toen Pobedonoszew's invloed in Rusland oppermachtig was. Deze opperprocurator der Heilige Synode verzekerde steeds, dat er geen land ter wereld gevonden werd, waarin men vollediger gewetensvrijheid genieten kon dan in Rusland; ieder mocht er zijn religie uitoefenen, zonder dat hem door de regeering een stroobreed in den weg gelegd werd. Maar wanneer men het waagde een gewezen lid der Grieksch-orthodoxe kerk in zijn gemeenschap op te nemen, al was het ook dat hij zich daartoe geheel vrijwillig aanmeldde, dan werd men vervolgd; ja zelfs kon s men, bij herhaling van het gewraakte bedrijf, naar Siberië verbannen worden I Het gebeurde wel dat Lutherschen, door beloften van stoffelijke voordeden verlokt, tot de Russische staatskerk overgingen. Wanneer dan zulk een persoon over den gedanen stap berouw kreeg en tot de Luthersche kerk wilde terugkeeren, dan kon een Luthersche predikant hem niet weder in zijn kerk opnemen, zonder gevaar te loopen zich de zwaarste straffen op den hals te halen. Alleen schijnt nu zooveel gewonnen te zullen worden, dat men iemand mag aannemen als hij, zonder daartoe mondeling of bij geschrifte opgewekt te zijn, zich komt aanmelden.
Doch het voorstel van Stolypin is door de Doema nog niet aangenomen. Dit vertegenwoordigend lichaam stelde het in handen eener commissie die uit Mahomedanen, Joden, Roomschen, Lutherschen, Oud-geloovigen enLitauers bestaat, maar waarin geen enkel lid der Russische Staatskerk gevonden wordt. Een onpartijdige zal dit zeker verkeerd noemen, want ook de vertegenwoordigers der Staatskerk mogen bij de beraadslagingen der commissie wel gehoord worden. Naar hun politiek standpunt zitten in bedoelde commissie, vijf sociaal-revolutionairen en leden der Arbeiderpartij, vier „Kadetten" die alle vier Joden zijn en slechts drie gematigden, die zich bij geen staatkundige partij hebben laten indeelen. Dat de beraadslagingen en besluiten van een op die manier saamgestelde commissie weinig invloed op de regeering zullen uitoefenen, en weinig hoop geven dat de zaak waarom het gaat en waaraan voor de toekomst van het Russische Rijk zooveel gelegen is, goed geregeld zal worden, kan men te voren wel uitrekenen.
De Heilige Synode heeft besloten, dat behalve de twee redenen die leiden kunnen tot echtscheiding (echtbreuk en verbanning naar Siberië) nog twee gevoegd kunnen worden, en wel i. ongeneeslijke ziekte, die het echtelijk samenwonen hindert en een nadeeligen invloed uitoefent op de nakomelingschap, en 2, afval van een der echtgenooten van de Russische Staatskerk, Beide gronden voor echtscheiding komen ons verkeerd voor. Vooreerst omdat niemand, ook niet de bekwaamste geneesheer, uitmaken kan dat een kranke ongeneeslijk ziek is (immers hoe dikwerf gebeurt het dat iemand, die door een geneesheer „opgegeven" is, toch weder herstelt), en ook wijl daardoor de echtscheiding gemakkelijk gemaakt wordt. Een der echtgenooten behoeft maar te zeggen: ik heb de Staatskerk vaarwel gezegd, en dan moet de Russische rechter het huwelijk voor ontbonden verklaren,
Noord-Amerika. Het 50-jarig bestaan der Chr, Gere f. Kerk herdacht.
De Wachter schrijft hierover als volgt: „Wanneer wij stil staan bij de voorrechten, die onze Heere aan ons bewezen heeft in deze 50 jaren, dan moeten we zeggen: „Zij groeit zelfs op in ramp en tegenspoed; het gaat haar wel, 't gelukt haar wat zij doet." Veel stormen en orkanen heeft ze doorgestaan. Bij dat alles is zij gegroeid, en gestadig uiigebreid. Men heeft haar zoeken te vertreden, vergeleken bij een kafhoop, " haar scheurmakers genoemd, zelfs een biddag tegen baar gehouden, haar bestaansrecht willen betwisten. Het beeft niets geholpen; zij had levensvatbaarheid, en daarom kon men haar niet verdelgen. Eenige broeders verlieten haar, anderen werden haar door den dood ontrukt; evenwel breidde zij zich uit als een inlandsche boom, die hare takken thans over de geheele U. S. uitspreidt en zelfs buiten hare grenzen vasten voet aan wal heeft. Toen wij in i8f6 lid werden van onze kerk te Ridott, geschiedde zulks in overleg met Hem, die ons geroepen had uit de duisternis tot zijn wonderbaar licht. Toen was het in onze ziel: „Gij zult zoolang gij leeft Jeruzalem zien bloeien, 't welk God zijn zegen geeft.”
Wij hebben thans een Junior College, maar dat woord Junior verdwijnt spoedig, dan is het een complete College. Daarna wordt het met den tijd van jaren een Universiteit. Men zal niet rusten totdat de Universiteit klaar is, de kiemen zijn reeds aanwezig en uit de sterke gezonde kiemen moet noodzakelijk de Universiteit geboren worden. En wij roepen haar toe; „Ga voort, totdat alles compleet is”.
Het past ons den Heere ootmoedig te erkennen met dankzegging. Kunnen wij niet opgaan, wegens den verren afstand, om gemeenschappelijk feest te vieren, zoo zal men hier èn daar feestvieren. Te Ackley 8 April, bij ons des Zondagsavonds 7 April gedenken wij Gods weldaden en zijne goedertierenheid. Ebenhaëzer! Tot hiertoe heeft ons de Heere geholpen 1 Hij beware zijne Kerk voor nadeeljge elementen, voor eenzijdigheid; wel beslist aan een zijde, maar niet eenzijdig. Hij geve, dat alle dienaren des Woords steeds nederig en ootmoedig blijven en te beoefenen wat onze Koning zegt: „Leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart." Te veel van zichzelven te denken is eene groote zonde. De genade maakt nederig en ootmoedig. Hoogmoedig is een teeken dat we weinig genade bezitten, indien we ze al bezitten. Laten we bedenken: „Hoogmoed komt voor den val.””
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 5 mei 1907
De Heraut | 4 Pagina's