Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Van niet minder beteekenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van niet minder beteekenis

6 minuten leestijd

Van niet minder beteekenis voor de moderne richting dan de gewone predikantenvergadering, die in ds Paaschweek te Amsterdam saamkwam, was de bijeenkomst, die het Centraal Comité van Vrijzinnige Hervormden terzelfder tijd had uitgeschreven en die door 114 predikanten werd bijgewoond. Ze diende in hoofdzaak om onderling de vraag te bespreken wat de modernen zouden doen met het oog op de reorganisatieplannen der Synode,

Ds. A. J. Adriani van Warmenhuizen, die de besprekingen inleidde, gaf een referaat, dat in vele opzichten belangrijk was. Hij trachtte eerst historisch in het licht te stellen, welk recht van bestaan de vrijzinnige actie in de Hervormde Kerk heeft en wees daarna op de gevaren, die haar bedreigden. De orthodoxe partij, die men aanvankelijk verslagen achtte, had in stilte haar troepen verzameld, krachtig propaganda gedreven, al meer terrein veroverd en was toen plotseling openlijk opgetreden, om met één slag de overwinning te behalen. Haar reorganisatieplannen, die enkele jaren geleden in de Synode nauwelijks, enkele stemmen zouden verworven hebben, waren nu met groote meerderheid aangenomen. En werden deze voorstellen dcfiaitief bekrachtigd, dan zou de kerk een „bovennatuurlijk instituut, een opgelapte belijdsniskerk" worden. De volkskerk zou dan uiteenspatten, het protestantisme zJch oplossen in tal van secten, en Rome, daf met haar vast aaneengesloten phalanx toch reeds zoo machtig was, met den buit gaan strijken.

Toch gevoelde de inleider zelf wel, dat met dergelijke min of meer oratorische phrasen het gevaar, dat de moderne richting bedreigt, niet te bezweren valt. De vraag werd daarom gesteld, wat de moderne richting te doen had.

De Hervormde Kerk en bloc te verlaten, om een eigen Kerkgenootschap te stichten, mocht men niet, omdat de „massa" dan aan de orthodoxie zou worden prijsgegeven. Bovendien had men de vaderlandschc Kerk te lief, die „drie eeuwen lang de bakermat van vrijheid, ontwikkeling en godsdienstzin was geweest." Zeker een merkwaardige uitlating in den mond van een moderne. We meenden, dat volgens de modernen de vaderlandschc Kerk onder het regime van het Calvinisme nu juist niet een bakermat van vrijheid, ontwikkeling en godsdienstzin was geweest. Maar deze verklaring kar. dankbaar worden geboekt, ze legt althans getuigenis af van betere historische waardeering, dan gewoonlijk bij de modernen gevonden wordt. Alleen begrijpt men niet, waarom de moderne richting in de weeropleving van het Calvinisme dan juist zulk een gevaar ziet voor de vrijheid, ontwikkeling en godsdieostzin.

Van meer belang is echter, de middelen na te gaan, waarmee de moderne richting haar positie in de Hervormde Kerk sterker wil maken. Dat ijverige propaganda, een krachtig en gezond gemeenteleven enz. daarbij op het program staan, is te begrijpen. Maar het merkwaardigste is wel, dat de inleider vooral op den voorgrond schoof de zelfstandigheid der gemeenten.

Hij zei er dit van:

Ztilfstandigheid der gemeenten, dat acht spr. het eenige beginsel van kerkelijke organisatie, dat rechtstreeks uit onze vrijzinnige opvattingen voortvloeit. Dat is niet een uitweg om uit den doolhof te komen, maar een koninklijke weg, die ruimte geeft aan allen, een beginsel, dat wortelt in de historie, met duidelijke bewoordingen is uitgesproken in de grondwet onzer kerk, eec beginsel, welks eerlijke toepassing aannemelijk moet heeten voor de confessioneelen. En dit laatste is mede zijn aanbeveling in onzen.

Op den grondslag van het recht der gemeente moet v'ie gansche inrichting der kerk worden opgetrokken. Volledige erkenning van haar recht, om eigen plaatselijke aangelegenheden naar eigen keus, oordeel en behoefte te regelen, dat is de eenige kerkorde, die met het Eyangelie overeenstemt, strookt met het beginsel van het Protestantisme, en in verband met ons volkskarakter, voldoet aan den eischen van onzen tijd.

Zelfstandigheid der gemeenten, alles uitgaande van de gemeenten, in deze zijn grondslag vindende en in dien grondslag zijn kracht. Daar gaat niets af, daar behoeft niets bij. Dat is een vorm, die niet bindt of klemt, die de ontwikkeling der geesten vrijlaat, de wetenschap vrij, de organisatie der minderen vrij, de gemeenschappelijke werkzaamheid, den maatschappelijken arbeid vrij; een vorm, dien men terecht heeft genoemd de organisatie der vrijheid.

Voor de kerkelijke besturen zal genoeg te doen overblijven, als zij zich beperken tot aangelegenheden, waarin alle gemeenten gelijkelijk betrokken zijn. Veel zal in onze tegenwoordige organisatie moeten worden herzien en hervormd. Wij moeten alvast onze organisatieplannen ontwerpen en inmiddels verdedigen wat wordt bestookt, versterken wat dreigt te worden overvleugeld, uitbreiden den kring van gemeenten en afdeelingen, die den zegen van onze beginselen bij eigen ervaring hebben leeren kennen, hun getal, hun zedelijk peil verhoogen. Dat moge de vrucht zijn van onze vrijzinnige actie in de Ned. Herv. Kerk.

De vergadering ging blijkbaar met dit denkbeeld niet mede. Een voorstel werd ten slotte aangenomen, waarbij besloten werd, dat men de reorganisatieplannen zou afstemmen en de bestaande proponents formule zou trachten te behouden. Voorts zou men trachten een andere reorganisatie van de Hervormde Kerk te krijgen door de kiescolleges af te schaffen en de grootere kerken te verdeden in kieskringen, elk met zijn eigen predikant, ouderlingen en diakenen. Feitelijk dus een splitsing der gemeente in tal van kerkelijke kringen, waardoor de minderheden ook een predikant naar hun keuze zouden kunnen krijgen.

Maar al kon het plan van Ds. Adriani geen meerderheid verkrijgen, toch is het wel een feit van beteekenis, dat op zoo krachtige wijze in deze moderne samenkomst voor de autonomie der plaatselijke kerken is gepleit.

Toen in 1886 de Kerk van Amsterdam hare zelfstandigheid wilde handhaven bij de aanneming der ledematen en in zake de vrijheid van haar kerkelijk beheer, hebben de modernen, met de ethischen in bond, dit als revolutie tegen het wettig gezag beschouwd en de Synode, in meerderheid modern, zette den kcrkeraad af.

Thans, nu de modernen zelf in gedrang komen, heet deze zelfstandigheid der gemeente de koninklijke weg, die ruimte geeft aan allen; wordt bepleit, dat volledige erkenaisig van haar recht om eigen plaatselijke aangelegenheden naar haar eigen keuze, oordeel en behoefte te regelen, de eenige kerkorde is, die met hei Evangelie overeenkomt, strookt met het beginsel van het protestantisme en in verband met ons volkskarakter voldoet aan de eischen van onzen tijd.

Een erkenning, die wel laat komt, maar waarvan we desniettemin dankbaar acte nemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 mei 1907

De Heraut | 4 Pagina's

Van niet minder beteekenis

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 mei 1907

De Heraut | 4 Pagina's