Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

9 minuten leestijd

Denemarken. Een Revival in Kopen­ hagen.

In Kopenhagen is eene beweging ontstaan gelijk die in Wales werd waargenomen. Een predikant, met name Molerup, houdt daar in onderscheidene lokalen samenkomsten, die in het bijzonder docr menschen uit de lagere, zelfs uit de laagste volksklassen wo.-den bijgewoond. Velen werden reeds door deze beweging aangegrepen. Op een der eerste samenkomsten kwamen 40 sociaal-democraten met vuurwerk in hun zak, om de vergadering onmogelijk te maken. Zij kwamen echter zóo onder den indruk van het woord dat daar gesproken werd, dat zij hun voornemen niet konden volvoeren. Eenigen hunner werden zelfs van hun verkeerden weg teruggebracht.

Noorwegen. Het spreken in tongen. Scheiding van kerk en staat. Kerkelijke strijd in Bergen.

In Noorwegen zijn 658 predikantsplaatsen, waarvan er tegen het eind van 1905 een 47 tal vacant waren. In de laatste tien jaren konden de candidaten die zich voor den Jk. dienst aanmeldden, ternauwernood de opengevallen plaatsen bezetten. Als dit zoo voortgaat is het te vreezen, dat er in Noorwegen menige predikantsplaats onbezet zal moeten blijven.

In Christiania is door de prediking van den Methodistischen evangelist Baratt een beweging ontstaan, die zich openbaart in het spreken met „tongen". Van heinde en verre komen er men schen om met eigene oogen de ontwikkeling dezer beweging gade te slaan. In Noorsche Methodistische kringen wordt er over dit spreken in „vreemde talen" of tongen verschillend geoordeeld.

De predikant der Methodisten Chr. Torjussen, meent, dat „Barrat iets aparts is. Hij is zeer excentriek en steeds vervuld met een menigte denkbeelden, met welke de Methodistische kerk niets gemeen heeft." Later schreef hij: „Wanneer ik gezegd heb dat wij als kerk niet verantwoordelijk zijn voor hetgeen aan deze beweging verbonden is, dan spreekt het vanzelf dat ik daarnede de verschillende explooten met stuiptrekkingen, het spreken in tongen enz. bedoeld. De Methodistische kerk zal zich nooit van waar­ lijk Evangelische opwekkingen afkeeren, die immers een harer voornaamste kenmerken vormen."

Ook de predikant der Methodistische Gemeente te Christiania, Halvorsen, laat zich op dezelfde manier uit en is van oordeel dat de beweging op Zwingliaanschen sectarischen bodem stoelt, waarmede de Methodistische kerk niets uitstaande heeft. Zijn „spreken in tongen", zijn „handoplegging", zijn „gouden kroon", zijn „vuurtongen", die volgens het zeggen van sommigen uit zijn mond gekomen zijn, hebben hun oorsprong niet in de Methodistische kerk. Het heeft niets goeds. Het is de kranke zijde der beweging. Toch neemt dit niet weg, dat volgens Halvorsen de beweging ook een goede, ja een zeer goede zijde heeft.

Voorts schrijft deze predikant nog: „De ondernemers van schouwburgen klagen er over, dat het volk liever naar gespierde menschen gaat zien, die eiken avond tot genoegen van het publiek met elkander boksen, dan naar werkelijke kunst, gelijk zij het noemen. Nu, dat is „de wereld". Maar is dit niet aldus ook bij een groot deel Christenen? De ernstige, eenvoudige verkondiging van het woord Gods, daar houden zij niet van; neen, zij loopen liever van vergadering tot vergadering, en als men nu in tongen kan hooren spreken en dergelijke bijzondere dingen meer kan bijwonen, dan wordt men daar zoo bijzonder gesticht en „gezegend".

Men ziet hieruit, dat de Barrattsche beweging in Meth. kringen niet op aller instemming mag bogen.

Ook in Noorwegen is de quaestie van scheiding van kerk en staat aan de orde. Van kerkelijke zijde werd er op het eind van het voorgaande jaar op aangedrongen om aan de Luthejsche kerk van Noorwegen meer zelfstandigheid te geven en in de toekomst haar geheel los van den staat te maken. De volksvertegenwoordiging nam dit voorstel in hare vergaderingen van 29 Oct. tot 2 Nov. 1906 aan. Het comité van het stift Christiania nam den i2den Febr. 1.1. het besluit om tot de predikanten en kerkelijke vereenigingen van het stift het verzoek te richten, in de gemeenten vrije vergaderingen te houden, om wat in de volksvertegenwoordiging besloten was te bespreken en te onderzoeken.

Daardoor wordt het brandend vraagstuk van scheiding van kerk en staat, tevens ook de strijd over het benoemen van professoren en over de z. g. nieuwe Theologie, in de gemeente gebracht. Wie het Noorsche volk kent is er van overtuigd, dat de gemeente een krachtig woord zal weten mede te spreken.

In Bergen is een strijd ontvlamd^ die veel licht verspreidt over den kerkelij ken toestand in Noorwegen. Reeds in November van het voorgaande jaar sprak de predikant Carl Konow zich in een voordracht zoo uit, dat ieder weten kon, dat hij onder de aanhangers der moderne Theologie moest gerekend worden. Hij werd daarover aanstonds door den Lutherschen bisschop van Bergen weersproken. Nu heeft Konow onlangs weder twee voordrachten gehouden, doch niet in een kerkgebouw, maar in het feestlokaal der vrijmetselaarsloge. Daarin kwam hij rond en open voor den dag met de belijdenis, dat hij het oude rationalisme óf de nieuwe Theologie van professor Harnack aanhing. Door eenige gemeenteleden werd daarop een aanklacht tegen dien predikant bij den bisschop ingediend. Men ziet met spanning de uitspraak van den kerkvorst tegemoet.

Uit alles blijkt, dat er in het land der Noren heel wat gist en woelt.

Noord-Amerika. Gebeden voor de dooden bepleit.

In Amerikaansche Methodistische bladen, of liever in organen der Amerikaansche Methodistische kerk, wordt in den laatsten tijd heel wat discussie gevoerd over de vraag, of het geoor loofd is, te bidden voor de dooden. Dr. Levi Gilbert, redacteur van de Western Christian Advocate van Cincinnati, heeft een boek uitgegeven, getiteld: „The Hereafter and Heaven." „Het Hiernamaals en de Hem*; !", waarin hij voor zulke gebeden pleit.

Weldra kwamen de pennen in beweging, om tegen de invoering van zulke gebeden te protesteeren.

Bij nader inzicht in de woorden van Dr. Gilbert blijkt, dat wat hij voorstelt iets anders is dan men in zijne woorden meende te moeten lezen. Hij wil niet een gebed voor de dooden in het algemeen, maar alleen voor de gezaligden, „opdat zij in het hemelleven voortgang mogen maken." Aldus drukt hij zich hierom trent uit: „Wij denken er geen oogeubUk aan om de practijk der Roomsch-Catholieken over te nemen, die hunne priesters betalen voor het houden van de Mis om daardoor de zielen der afgestorvenen in de ruste te brengen...

„Men heeft beweerd, zoo vervolgt Dr. Gilbert, dat een bepaald gebed voor de dooden uit de theologie is verwijderd, omdat het gansch nutteloos is; het kan niets uitwerken, nademaal de dooden in een onveranderlijken toestand van blijdschap en geluk zijn overgegaan." En dit nu is het juist wat door den schrijver wordt betwijfeld. Hij denkt, dat er ook na den dood ontwikkeling en voortgaan zal zijn.

Het denkbeeld van dr. Gilbert is niet nieuw óf hem is het reeds door Caroli bepleit, den man di^: in Calvijn's tijd zulk een treurige rol gespeeld heeft. Wie weet of Doumergue's werk over Calvijn, waarin ook uitvoerig over Caroli gehacdeld wordt, niet aanleiding werd, dat de gedachte door Caroli uitgesproken, in dezen tijd opnieuw aangegrepen is.

— Zion-City voortgezet.

Nadat Dowie gestorven is, kan men niet zeggen dat zijn stichting de Zion City met hem begraven werd. Dowie heeft namelijk een opvolger en een navolger gekregen in den persoon van Wilbur Glen Voliva, uit Australië gehoor tig. Gelijk wij reeds mededeelden, werd deze Voliva door Dowie zelf tot zijn plaatsvervanger aangewezen toen hij om gezondheidsredenen zijn stichting verliet. Voliva stelde zich toen tegen Dowie, maakte zijn wanbeheer openbaar en zette zich in diens plaats. Nu Dowie voor goed van het tooneel verdween, heeft Voliva zich ook diens prophetenmantel omgehangen. Evenals Dowie beschikt Voliva over groote welsprekendheid, waardoor hij de menigte met zich kan medesleepen; maar evenals Dowie heeft hij eenige bittere tegenstanders. Eenige weken geleden las hij van het platform van den Tabernakel, waarin zich eenmaal dichte scharen van Dowie's aanhangers verdrongen, een ultimatum voor. Hij brandmerkte allen die hem vijandig gezind waren, en verkondigde dat hij met Gods hulpe Zion City tot het wonder dezer eeuw maken zoul 1200 menschen beloofden hem trouw; slechts 300 weigerden dit te doen en werden door hem naar de buitenste duisternis verwezen.

Wat zal nog het einde van dit alles zijn? De menschen me Dowie eerst volgden en hem Toor Elia den derde hielden, schijnen nog niets geleerd te hebben.

China. Een geopende deur.

Dr. Griffith John, een van de veteranen op het gebied van de zending, schreefin het jongste nummer van de British Congregationalist een artikel over den toestand waarin China zich bevindt. Volgens dit schrijven neemt de invloed der Boxers, die alle vreemdelingen als indringers haten, sterk af, terwijl daarentegen is op te merken, dat de Westersche beschaving steeds meer wordt opgevolgd. Er worden scholen voor jongens en meisjes geopend; het opiumverbruik gaat men krachtig tegen; men zoekt niet langer de voeten der vrouwen door allerlei middelen zoo klein mogelijk te maken; men vraagt naar een constitutie; er worden vele nieuwsbladen gedrukt, spoorwegen worden aangelegd, men maakt gebruik van telegraphic; er wordt in één woord naar gestreefd om het Hemelsche rijk in al de zegeningen der Europeesche cultuur te laten deelen. Al die dingen werden van buiten af ingevoerd. De religie van het volk heeft niets met deze ontwaking van China uitstaande. Integendeel werden de afgodsbeelden weggenomen, terwijl men de tempels in scholen veranderde. Dr. Griffith John schrijft dit toe aan den arbeid der zendelingen die de laatste vijftig jaren China onderwezen.

Ook de correspondent van het bekende Engelsche dagblad The Times vermeldt, dat het duidelijk is dat in China krachtig gewerkt wordt, om het verbruik van opium te keer te gaan.

Uit dit alles blijkt wel dat er in Chma een deur geopend is voor het Evangelie. De vromere vooroordeelen tegen personen en zaken uit den vreemde bij de Chineezen zijn aan het wegvallen; zij dit niet bij het volk, dan toch bij de leiders ervan. Doch dit moet volgens ons nog blijken, of de Chineezen even gereed zijn het Evangelie van Gods genade in Christus aan te nemen, als ze geneigd en gereed zijn om hun land met een spoorwegnet te overdekken. Er zijn wel in deze moedgevende beginselen; maar het komt ook telkens aan den dag dat de geest van het heidendom zoo maar niet voor den eersten aanval wijkt. Reeds deelden wij in ons blad mede, dat een der arbeiders in China er op aandrong om spoed te maken met het oprichten van Christelijke scholen, omdat de Chineesche overheid ook alom scholen deed verrijzen, natuurlijk niet in Christelijken geest, en het dus later moeilijk, zoo niet onmogelijk worden zou, om tegenover de overheidsscholen Christelijke te stellen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 juni 1907

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 juni 1907

De Heraut | 4 Pagina's