Dereeningsleben.
De zevende wereldconferentie van den bond van Christelijke Studenten vereenigingen is dit jaar in Japan's hoofdstad, Tokio, gehouden.
Het feit, dat van deze, steeds in aantal en beteekenis toenemenden bond de zevende wereldconferentie kon gehouden worden, — de zesde werd in Zeist gehouden — is niet minder van beteekenis dan het feit, dat voor 't eerst de hoofdstad van een nog Heidensch land gekozen is.
Japan is een rijzende natie, — als al wat opkomt en profetie van beteekenis in zich draagt, trekt Japan de aandacht. Wat zal er uit Japan groeien? En wiens zal J? .pan ten slotte zijn? Zal het een Christelijke natie worden of een
Heidensche blijven?
Dit zijn vragen, wier beantwoording vooreen niet gering deel over den loop dezer eeuw zal beslissen.
Van groote beteekenis is daarom deze wereldconferentie van Christelijke studenten vereenigingen. Het is een openlijk planten van de banier des Kruises in de hoofdstad van het Heidensche rijk; en om deze banier staan geschaard afgevaardigden uit 25 landen. Ook ons land is vertegenwoordigd door Dr. Adriani uit Utrecht en door mej. Baart de la Faille, die de Ned. Christ. Vrouwelijke Studentenvereeniging vertegenwoordigt.
Welke nu is de indruk dien deze wereldconferentie — de eerste wereldconferentie, die in Japan gehouden is — gemaakt heeft op hare omgeving?
De afgevaardigden hebben sympathiebetuigingen en groetenissen ontvangen van Graaf Eiyaski, den Japanschen Minister van Baitenlandsche zaken; van Markies Ito, die een brief zond vergezeld van een gift van vijfduizend dollars; van Graaf Okuma, rustend staatsman.
De vergaderingen werden bijgewoond door tienduizend studenten, voornamelijk Japanners en Chineezen.
Een Buddhistische bijeenkomst, die terzelfder tijd in Tokio gehouden werd, zond uit haar midden eenige afgevaardigden, die een betuiging van diepen eerbied van de Buddhistische bijeenkomst overbrachten aan de vergadering der Christelijke studenten.
Een Conferentie van Shinto priesters zond een brief aan de Christelijke conferentie om te zeggen, dat zij gevoelden welk een groote eer de Bond Japan bewezen had door in Tokio saam te komen, en in plaats van een receptie, die zij niet konden geven uit gebrek aan tijd, zonden zij „stoffelijke herinneringen en blijken van achting", om, zooals zij het in hun eigen woorden uitdrukten, „onze groote waardeering uit te spreken over uw komst, en om dit schoone feit in de geschiedenis van Japan te vieren."
Ook de Japansche pers was zeer goedgezind. De hoofdartikelen van menig blad erkenden den invloed, dien de conferentie zou hebben op de verhouding met het buitenland, en meer speciaal op de bevordering der goede verstandhouding tusschen het Oosten en het Westen; waardeerde wat de conferentie zou bijdragen tot het verhoogen van het zedelijk peil van het Japansche leven, vooral op dit tijdstip der Japansche geschiedenis. Zelfs waren er bladen, die dank betuigden voor de geestelijke boodschap, die de conferentie brengen kwam. B. v. de Kobe Herald een courant, die in het Engelsch ver schijnt, maar door Japanners uitgegeven wordt, zeide het volgende:
„Het is een feit, dat èn de autoriteiten van Tokio, èn het volk in het algemeen meer en meer beginnen in te zien, dat het noodig is de doorwerking van geestelijke en zedelijke invloeden te bevorderen, opdat deze Japan tot steun strekken bij zijn overgang uit den ouden toestand in den nieuwen. Vooral is dit noodig onder het opkomend geslacht, waaronder de Christelijke studentenvereenigingen haar arbeidsveld vonden."
De Herald eindigt zijn artikel met deze bemoedigende woorden voor de zendelingen in 't algemeen en voor die van Japan in 't bijzonder: „Het feit, dat Japan zoo gewillig en vriendelijk een groote Christelijke conferentie welkom heet, ja bereid is haar arbeid onder de jongelingschap van het land aan te moedigen, is een van de krachtigste bewijzen dat de Christelijke zendelingen in dit land over 't algemeen hun taak op een verstandige, taktvolle en doel treffende wijze volbracht hebben".
Maar de Conferentie heeft niet alleen afgewacht welke boodschappen tot haar zouden komen. Zij is ook het land ingegaan, om een boodschap te brengen.
Alle belangrijke steden van „het land van de rijzende zon" zijn bezocht door deputaties der Conferentie. Overal zijn deze deputaties door plaatselijke en andere autoriteiten met groote vriendelijkheid ontvangen. En overal hebben zij met kracht en vrijmoedigheid ge.uigd van Hem, in Wiens Naam en tot wiens eer zij naar Japan waren overgekomen.
„Ik zal mijne eer zetten onder de heidenen", zegt God.
Niet te berekenen is de invloed ten goede, die er van deze conferentie van Christelijke Studenten-vereenigingen op het opgroeiend Japan kan uitgaan.
Het zijn de studeerende jonge mannen en vrouwen in Japan, wien de overgangstijd, dien Japan doormaakt, het geweldigst aangrijpt. Eens zullen zij geroepen worden het volk te leiden. En de geest, die onder hen den doorslag geeft, zal beslissen over Japans toekomst.
En nu is er door gansch het ontwakende Japan een stem gegaan die geroepen heeft: Voor al de verlangens van uw hart, —• voor al den strijd van uw gemoed, — voor al het streven van uw geest, — heeft Christus en Hij alleen het antwoord.
En als God de ooren heeft 'geopend en de oogen heeft ziende gemaakt, — dan zal het eenmaal blijken, dat deze zevende wereldconferentie van Christelijke Studenten-vereenigingen te Tokio een der gewichtigste gebeurtenissen van de geschiedenis onzer tijden is geweest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 9 juni 1907
De Heraut | 4 Pagina's