Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Leestafel.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leestafel.

5 minuten leestijd

DR. A. KUYPER. JR. Dienaar des Woords te Vlissingen. Van de kennisse Gods, Amsterdam, W. Kirchner r907.

De Februari aflevering van de Gids bracht ons dit jaar een, voor de vrienden van de zending in het algemeen, maar inzonderheid voor die van onze gereformeerde zending op Java, lezenswaardig artikel van PROF. MR. L, W. C. VAN DEN BERG te DELFT over: Javaansch Christendom.

In dit artikel bespreekt de geleerde schrijver o. m. de godsdienstige beweging waaraan de naam van SADRACH —die tegenwoordig SOERO-PRANOTO heet en wat zooveel beteekent als „held der verordeningen", — verbonden is.

MR. V. D. BEEG toont er in aan hoe dit Javaansch christendom, dat Sadrach dus noemde in tegenstelling met het christendom van het Gouvernement, dezelfde eigenaardigheid vertoont, die ook het Javaansche Mohamncedanisme kenmerkt.

De Javaan, zegt onze schrijver, is over het algemeen op theologisch gebied geen scherpe denker. Voor zoover hij Mohammedaan is, onderscheidt hij zijn geloofsgenooten in „roode" en „witte" menschen. De „roode" zijn dan de massa van de voor religie onverschilligen en de „witten" zijn zij, die het met den Islam ernstig meenen.

Maar ook onder die witten, onder die erntige belijders is de kennis van de Mohammeaansche dogmatiek zeer gering. Voorzoover ij het met hun religie ernstig nemen, zijn de meesen fusionisten dat wil zeggen, zij gieten de meest ngelijkslachtige geloofsvoorstellingen op de eest argelooze wij je dooreen. Animisme, Hinuïsme en Islam worden dus vermengd tot wat . d. Berg ook noemt „een geestelijke hutspot". it nu hangt saam met het gemis aan dogmaischen zin 't welk den Javaan in het algemeen en elfs de meesten „witte" of ernstigen onder hen enmerkt. En dat terwijl toch, naar men weet, ok de Islam zijn strijd over het dogma heeft ehad en tot een welomschreven orthodoxie n scherpbelijnde dogmatiek is gekomen, lo e beweging van SADRACH ziet PROF. V. D BERG an ook een poging om met het christendom n beginsel hetzelfde te doen, als de Javanen nbewust met het Hinduïsme en met den Islam edaan hebben, n.l. om het christendom met

de reeds bij de bevolking bestaande godsdienstbegrippen in verband te brengen, en het met deze te doen samengroeien tot een nieuwen nationalen godsdienst. Een poging, waarvan het slagen — indien geen andere factoren tegenwerken — des te gemakkelijker zal zijn, omdat iij die, zooals de hoogleeraar zegt, „op godsdienstig gebied klaarheid boven nevel verkie zen", een zoo kleine minderheid vormen, dat hun aantal tegenover de massa der Javaansche bevolking niet meetelt”.

Aan VAN DEN BERG'S Gids-artikel nu werd ik onwillekeurig herinnerd door de lezing van DR. A. KUYPER'S boek: VAN DE KENNISSE GODS. Beide geschriften toch, gaan vlak in tegen het voor de religie zoo bedenkelijk fusionisme.

Het fusionisme, de voorliefde voor geestelijke hutspot, het gemis aan dogmatische belijning immers, vindt men niet alleen op Java, maar ook ten onzent. Ook in onzen tijd vormen de christenen, die „op godsdienstig gebied klaarheid boven nevel verkiezen" — zelfs onder de ernstigen, de „witten", nog altijd eene kleine minderheid.

Het is juist de dogmatiek, de Geloofsleer, die bier klaarheid kan brengen, en bij velen, al staat het ook onder ons Gereformeerden betrekkelijk gunstiger, is die kennis van de ker nog altijd beneden peil.

Nu weet ik ook wel, dat de religie niet alleen is een zaak van het hoofd, niet alleen een zaak van bet denken, maar dat zij ook een zaak van het gemoedsleven en van het willen en handelen is, — maar ik weet ook, dat noch de mystiek van het hart, noch de praktijk der godzaligheid uw religie gezond kunnen houden, indien uw denken op godsdiensiig gebied niet meer onderscheidt het kostelijke en het SQOode, de waarheid en de dwaling. Vandaar het groot belaag van zuiver belijden en rechte kennis van de belijdenrs; vandaar het groot belang van dogmatische kennis.

Dit belang nu tracht ook DR. A. KUYPER JR. met zijn boek te dienen. Met zijn verleden jaar bij KiRCHNER verschenen: De Band des Verbonds vormt dit boek een geheel, en ik meen niet mis te tasten, dat het de bedoeling van den geachten schrijver is, ook op Van de kennisse Gods nog eenige boeken vau gelijken omvang te laten volgen.

Zoo krijgen wij dan, als de Heere wil, ook van de hand van DR. A. KUYÏEH JR. een populaire dogmatiek voor onzen tijd.

Ook in dit zijn boek nu toont DR. KUVPER voor het leveren van zulk een werk de man te wezen. Hij weet diepe en zware problemerx in duidelijke en voor het volk verstaanbare taal te omschrijven. Zijn boek laat zich aangenaam lezen en is beslist gereformeerd.

VAN DE KENNISSE GODS handelt, na een Inleiding, over de onbegrijpelijkheid en de openbaring Gods; over de onnatuurlijke verschijnselen (atheïsme en materialisme); over natuurlijke Godskennis en bijzondere openbaring] over het bestaan, het wezen, de namen en de deugden Gods; over de HeiligeDrieëenheid, en ineen slothoofdstukover het: Uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Ia zijn „woord vooraf" brengt de schrijver dank aan wat door zijn vader en door DR. BAVINCK als hoogleeraren in de dogmatiek ten bate van de Gereformeerde wetenschap is ge praesteerd.

Dat in dit boek ook van de, niet publiekelijk verkrijgbaar gestelde, maat alleen als collegedictaat gedrukte, dogmatiek van PROF. DR. A KUYPER gebruik is gemaakt, maakt de lezicg er van des fa begeerlijker; al weten wij ook dat wij de populaire studiën van den zoon niet met den academischen arbeid van den vader raogeii vereenzelvigen.

Mogen ook deze populaire dogmatiek van DR. A. KUYPER JU., evenals die welke Dn. BAVINCK ons biedt in zijn, onlangs door mij hier aangekondigde, Magnalia, er toe bijdragen om op godsdienstig gebied ons volk al meer klaarheid boven nevel te doen verkiezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 7 juli 1907

De Heraut | 4 Pagina's

Leestafel.

Bekijk de hele uitgave van zondag 7 juli 1907

De Heraut | 4 Pagina's