Buitenland
III,
Duitschland. De Godsdienstige weging in Hessen-Kassel,
Bij de opwekkingen van de kaatste jaren hebben'zich twee verschijnselen geopenbaard, en wel het gelijktijdig orerluid bidden van velen in eene vergadering en het spreken in tongen. Het kan geschieden dat velen in een samenkomst door den Geest des Heeren worden aangegrepen, ea dat deae zich dan gedwongen gevoelen om overluid te bidden. Maatwanneer nu dit als regel wordt aangenomen in bedestonden, dan ontstaat de grootste ontstich ting. Zoo gebeurde het onlangs in eene vergadering, dat de leider riep, dat het hem goed was als duizenden te gelijk baden. En toen ging het er op los. Maar weldra moest de leider van de tribune afkomen en aan eene vrouw, die al te luid de anderen overstemde, toeroepen: „Wees toch stil, uw gebed is geen gebed, " Dat is dan niet stichtelijk; maar er zijn menschen, die ia zulk een wanorde juist behagen hebben. Van den overleden Schab van Perzië wordt verhaald, dat toen hij in Europa vertoefde, hij een concert bijwoonde. Naafloop verklaarde hij, dat het stemmen van de strijkinstrutr enten vóór het concert hem het best bevallen was. Men verklaarde dit uit zijn ge brek aan ontwikkeling en beschaving.
Zoo luidt het nuchtere woord van den redacteur Dietrich van de „Philadelphia, " het hoofdorgaan der Duitsche Gemeinschaften. Omtrent het spreken in tongen zegt dezelfde schrijver: „Een bijzonder in het oog vallend en door menigeen zeer geprezen verschijnsel bij opwek kingen is het spreken in vreemde, niet geleerde taal, het „spreken in tongen". Paulus zegt dat hij liever vijf woorden in de gemeente wilde spreken met zijn verstand, om ook anderen te onderwijzen, dan tien duizend woorden in eens vreemde taal, „Zoo dan broeders, ijvert om te profeteeren, en verhindert niet iu vreemde talen te spreken." Hij noemt het spreken in tongen of vreemde talen een teeken voor de ongeloovigen, niet voor de geloovigen. M? ar wie zal bewijzen, dat in den tegenwoordigen tijd het spreken m tongen ais een teeken voor de ongelooïigen noodig is?
Als de Heere het geeft, zullen wij het niet weren, maar wij willen het niet overschatten, het niet vurig begeeren en vooral het niet nadoen.
In de hoofdstad van Noorwegen, Christiania is eene machtige beweging en opwekking, waarbij, ook in tongen gesproken wordt, op te merken. Vandaar heeft zich die beweging naar Zweden overgeplant. Een broeder die te Köfda het spreken in tongen hoorde, kreeg daarvan volstrekt niet den indruk, dat dit spreken een werking van den Geest des Heeren was. Hij hoorde o, a. een meisje spreken, dat altijd dezelfde woorden herhaalde: Singala singala sing, sing, mangala, mangala, mang mang, enz, , een ander deed evenzoo. Dat dit geen spreken in den Heiligen GeeSt was, ligt voor de hand. Maar zulke verschijnselen zullen wel altijd daar voorkomen, waar men het spreken in tongen zoo vurig begeert,
Hoe heeft men niet geschreven over de „heerlijke opwekkingsbeweging, " die in Indië zich openbaarde, waarmede ook het spreken in tongen gepaard gaat. En nu kwamen onlangs zeer ernstige en bedenkelijke berichten uit deze Indische bewegitsg tot ons, zoodat zelfs de bekende Engelsche schrijfster en Evangeliste Penn Lewis, die de opwekking in Wales met zooveel geestdrift toejuichte, met veel smart berichten moet, dat in Indië verschijnselen worden waargenomen, die eerder van demonischen als van Goddelijken oorsprong zijn. Een spreekster in tongen bekende, dat zij innerlijk voortdurend door slechts vleeschelijke gedachten vervolgd wordt.
Dergelijke bedenkelijke raededeelingen komen uit een anderen hoofdzetel der opwekkingsbeweging, namelijk uit Los Angeles in Californië. Dit alles maant ons tot voorzichtigheid, waak zaamheid en nuchterheid. Ook van het spreken in tongen geldt, ook in het beste geval: de werking des Geestes, is nog niet de vrucht des Geestes.
Ten slotte vermaant Dietrich: „Laat ons niet bij het verwachten van buitengewone opwek kingen de ous dagelijks opgelegde taak verwaarloozen of te licht opnemen."
De evangelist Dallmeijer, de leider der beweging in Kassei, zegt dat onder meer het volgende „in tongen" gezegd werd: „Leert wachten, gelooven, bidden. Uw leven moet een voortdurend gebedsleven zijn, dan heeft de Satan geen macht over u. Begeert voor alles liefde, laat alles door de liefde doortrokken zijn, door de liefde, die een menigte van zonden bedekt. Dan zal u niets onmogelijk zijn, want door de liefde wordt gij ook tot het krachtige geloof gedreven, en dat geeft u een eeuwige hoop. Bidt voor alles om deze drie dingen, want dat is het sieraad, die ik mijne Bruid gegeven heb. Blijft vervuld met den Geest!
Wie de zonde niet varen laat is vervloekt. De slechtsten zullen koningen worden, geheel rein, geheel rein. Ieder offere afzonderlijk een geheel offer op mijn altaar, eu gij zult wonderen zien. Wilt gij onder de bruidschare zijn, dan • moet gij er niet zijn. Ik wilde mij verheerlijken zonder dat gij daarvan eenige gedachte hadt (ungeahnt), en gij wilt de zonden niet laten varen. Wanneer gij niet van de aarde loskomt, kom Ik niet tot mijn doel met u. Dit volk wil wonderen zien en niet Mij.
Ik heb alles, voor allen aan het kruis volbracht en de meesten zien geheel niet op het kruis. Zie op het kruis; zie op het kruis! De zegen ligt op Golgotha, ogij Menschenkinderen! Wilt gij vervuld worden met den Geest, dan moet gij op Hem zien, die doorboord is. Ziet gij de opene wonden? Ziet gij de doornenkroon, die hij draagt? Ziet gij het bloed, dat vloot? die bloeddroppels zij vielen op de aarde, zij vielen voor u. Is het niet waar dat gij duur gekocht zijt? Ik ga voorop, volgt Mij op mijn zegetocht! Ik ben koning en Ik overwin trots de perken en trots de hindernissen. Mijn bloed zal overwinnen. Het vuur zal in stroomen over het land gaan,
Zijt gij bereid alles voor Jezus neder te leggen eii uwe schreden van de wereld af te wenden? Gij zult daarover nooit berouiv hebben.
Wordt stof! Het stof zal in eeuwigheid blinken, Den ootmoedigen geeft God genade; zoo was het van het begin der wereld. Ik ben Jehovah, de onveranderlijke, mea moet Mij slechts stil vertrouwen.
Alle volken der wereld leven in hoererij, gierigheid, brasserij en hoogmoed Ik ben een heilig God. Gij zult eenmaal roepen: „Gij bergen valt op ons en gij heuvelen bedekt ons, maar er zal geen ontkomen zijn. Het onweder trekt met macht samen, weldra zal het zich ontladen. Gelijk het gemeen (Pöbslhaufe) Mij vervolgde, zal het u vervolgen. Veten moeten sterven; maar Ik leef en gij zult ook leven.De Heere zal zijn volk met macht uitrukken, als Lot uit Sodom. Ik heb het u laten zeggen, als het komt, houdt u bereid. De werel is rijp voor het gericht.l Weldra slaat het uur vol en dan kom ik. Gaat naar huis en o/eriegt dat in uwe harten."
Wij wenschen het bovenstaande niet te ontleden. Maar het springt toch in het oog, hoe tegenstrijdig deze uitingen klinken. Aan de eene zijde wordt er geroepen: „wanneer gij niet van de aarde loskomt, kom ik niet tot naijn doel met u". En dan komt daarna de verzekering, dat Christus alle hinderpalen overwint. Hoe tegenstrijdig ook die leer der algemeene verzoening, die in deze woorden ligt. Als Jezus alles voor allen heeft volbracht, dan zullen ook allen zalig worden, immers dan is de schuld voor aUen betaald en zal er voor niemand verdoemenis zijn!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 22 september 1907
De Heraut | 4 Pagina's