Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het optreden van

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het optreden van

10 minuten leestijd

Amsterdam, 4 Oct, 1907.

Het optreden van Prof. Dr. Bouman als eerste medische hoogleeraar aan de Vrije Universiteit is een gewichtige gebeurtenis niet alleen voor onze Gereformeerde Hoogeschoo!, maar voor heel ons Christenvolk.

Hoe klein dit begin toch is, toch ligt er een blijde profetie in voor de toekomst. Nu de eerste stap gezet is op dien weg, dJe tot stichtiiig eener medische faculteit leiden moet, zal dé drang van het beginsel vanzelf tot voortvaren nopen. En onze Hoogeschool, die in de laatste jaren zoo gelukkig was haar bestaande faculteiten uit te breiden en te versterken, staat thans aan den aanvang eener nieuwe periode, nu ze tot stichting eener nieuwe faculteit overging. Vandaar dan de inaugureele oratie van Prof. Bouman in zeer bijzondere mate de aandacht trok.

Het locaal-comité te Amsterdam deed daarom een gelukkige greep, dat het den avond te voren een bidstond organiseerde, waarin Prof. Geesink, Dr. van Staveren en Prof. Lindeboom voor ons volk optraden om de beteekenis der medische faculteit in het licht te stellen en Gods zegen over dit pogen af te bidden. Ook hier moest het beginsel worden beleden, dat onze Universiteit hare hulpe niet van den mensch verwacht, maar van God den Heere, Die alleen de mannen en de gaven ons schenken kan.

Hoog was dan ook de verwachting ge spannen, toen Prof. Bouman Vrijdag 27 Sept. in het gebouw van den Werkenden Stand zijn ambt in een openbare senaat zitting aanvaarden zou. Zelden was de ruime localiteit zoö overgevuld als ditmaal En met ingespannen aandacht werd tot het einde toe de rede gevolgd, die de nieuw benoemde hoogleeraar hield over De wetenschappelijke beoefening der Psychiatrie. Onze medewerker voor de leestafel zal deze rede afzonderlijk bespreken, waarom we ons hier beperken tot het overnemen van het verslag, dat de pers van deze rede gaf:

Spreker begon met er op te wijzen dat de krankzinnigeuverpleging in de 19e eeuw zeer vooruit gegaan is. De wenschen, door Schroeder van der Kolk in zijn bekende rede „over de verwaarloozing der vereischte zorgi ter leni ging van het lot der krankzinnigen en ter gegenezing derzelven in ons vaderland" uitgesproken, zijn voor een groot deel vervuld geworden.

Heeft de vooruitgang van de wetenschappe lijke psychiatrie gelijken tred gehouden met dien van de krankzinnigenverpleging ? - deze vraag wenscht spreker in korte trekken te beantwoorden.

In het begin der vorige eeuw was van een wetenschappelijke psychiatrie nog geen sprake, men stelde zich tevreden met de praktische menschenkennis. Toen de andere onderdeelen der geneeskunde langzamerhand, dank zij de toepassing der natuurwetenschappelijke methode bij het onderzoek, beter werden beoefend, on dervond ook de psychiatrie daarvan de goede gevolgen. Men meende in staat te zijn, en Meynert vooral stelde zich op dit standpunt, door de studie van de hersenen tot het wezen der psychische stoornissen door te driegen.

De psychiatrie stond in het teeken van het materialisme.

Flechsig, die de hersenschors in twee zones verdeelde, de zoogenaamde „Projectionscentren" en de „Associationscentren" wilde deze verdee ling ook gebruiken waar het gold de toelichting tot de bepaalde ziektevormen. Hierbij ging hij nu beslist te ver en gaf zeer gewaagde hypo thesen. Zonder eenig bewijs heeft men aangenomen, dat, hetgeen we in de psychologie asso ciatie noemen, in betrekking stond tot de associatievezels. Het principe der geleiding, overgenomen uit de physiologie der pcriphere zenuwvezels, had men daarbij toegepast.

De ir oeilijkheden, waarop het geleidicgsprincipe berust, zijn niet geringe, zooals door een aan Von Kries ontleend voorbeeld bewezen wordt. Het aphasieschema heeft een groote verwarring gesticht, waarop reeds Van Melle in zijne dissertatie heeft gewezen.

Door het hersenpathologisch onderzoek zijn we niet veel verder gekomen. Belangrijker zijn de histopathologische onderzoekingen door Nissl en Alzheimer voornamelijk verricht. Daardoor zijn we in staat vaak een differentieele diagnose port mortem te maken. Daardoor werd nog onlangs het verband van slaapziekte en dementia paralytica aangetoond.

Op physiologisch chemisch gebied werd nog niet veel gedaan, hoewel Spreker meent, dat juist ook in deze richting nog veel braak ligt. Op bacteriologisch gebied zal men sceptisch staan tegenover de onderzoekingen van den laatsten tijd.

Het onderzoek naar de aetiologie der psychosen heeft beslist vorderingen gemaakt, wat de exogeue oorzaken betreft. Minder hoopvol is de stemming wat de endogene oorzaken betreft. Veel materiaal werd verzameld om de herediteit te bestudeeren, maar de waarde der oudere onderzoekingen is twijfelachtig. Het veelvuldig gebruik van het begrip degeneratie is een bewijs, dat men er nog niet veel van weet.

Met de aetiologie hangt ten nauwste samen de prophylaxis en naar versterking van het psychisch weerstandsvermogen moet gestreefd worden. De opvoeding in huis en school naar de groote beginselen, in den Bijbel neergelegd, moeten van onschatbare waarde worden geacht. Neemt men psychische factoren aan als oorzaken voor de psychosen, dan moet ook aan den steun, dien we in den strijd kunnen verkrijgen een belangrijke plaats worden ingeruimd.

Mogen we ah beoefenaars der natuurwetenschappen wel spreken van psychische factoren ? Velen verzetten zich tegen een bijzondere psychologische taal, die aan philosophen, theologen en juristen zou moeten worden overgelaten. De psyche zou als de som der reflexen moeten beschouwd worden, het organisme zou een des te grootere psyche hebben, hoe grooter som reflexen het had. Men sprak ook wel van het overbrengen van de psychologische taal in anatomische en physiologische taal.

Daarbij vergeet men echter, dat anatomie en chemie alleen verklaringen kunnen geven op anatomisch, chemisch, enz. gebied, maar machteloos zijn waar het geldt een wetenschappelijk inzicht te geven in de afwijkingen op psychisch gebied. Neuropathologie, physologisch-chemische, bacteriologische en histopathologische onderzoekingen zijn voor den klinicus van veel gewicht, maar fungeeren alleen als hulpwetenschappen.

Hetzelfde geldt nu ook van de experimenteele psychologie. Ernst Heinrich Weber is de grondlegger der psychophysische metingsmetho den. De experimenteele psychologie bleef lang het uitsluitend eigendom der physiologen. Buccoia paste haar het eerst toe in de psychiatrische kliniek, maar vooral Kraepelin, Sommer en Ziehen hebben in deze het meeste gedaan. Toch blijven er bezwaren aan verbonden, door den aard der patiënten eenerzijds en door den aard der onderzoekingen zelf anderzijds; zooals Spreker nader toelicht in verband met zijn eigen onderzoekingen over associaties. Die lijders, die we noodig zouden hebben voor het onderzoek — de lijders aan neurasthenie en psychopatische toestanden — komen juist niet in de klinieken. Een groot verschil is ook of er al of , niet oefening is in het psychologisch experiment en de resultaten van die proefpersonen die wel en die niet geoefend zijn, kunnen niet worden vergeleken. Bedenkelijk wordt het, zoodra men tracht een practische toepassing te geven aan hetgeen men bijv. met de associatie experimenten meent gevonden te hebben. Dit geschiedde o. a. door Wertheimer en Klein met de zoogenaamde „Tatbestandsdiagnostiek." Hiermede schenen de onderzoekingen van Jung in overeenstemming te zijn. Er blijkt echter, nu van alle kanten deze proeven gecontroleerd zijn geworden, dat er weinig positiefs overblijft. De meest gecompliceerde processen heeft men als object van onderzoek genomen, terwijl er juist op het gebied der elementaire processen nog zooveel en vooral nog zooveel kritisch werk te verrichten valt. De enthousiaste voorstanders van de experimenteele psychologie zijn bezig ook het goede, dat er in ligt, door toepassing voor practische doeleinden, te bederven. Reeds zijn er verscheidene klinici, die niet alleen met de noodige scepsis, maar zelfs met wantrouwen tegenover deze onderzoekingen staan en Moebius meende zelfs de „Hoffnungslosigkeit aller Psychologie" te moeten uitspreken.

Niet gaarne zou spreker echter willen onderschatten hetgeen door Kraepelin en zijn school is verricht geworden. Zeer interessant is de arbeidscurve die verkregen werd uit een groot aantal proeven, die op verschillende wijzen genomen werden. Toch moeten er nog vele problemen opgelost worden, wil men werkelijk in staat zijn een betrouwbaren psychischen status praesens te maken. Interessant zijn ook de resultaten van het onderzoek naar het intellect bij normalen. Wat Spreker zelf vond, gaf reeds te denken, maar het onderzoek van Rodenwaldt overtrof alle verwachtingen. Ieder ernstig onderzoeker moet bijzonder sceptisch zijn, zoo dra hij onbeantwoorde vragen wil laten gelden als defektverschijnselen.

De psychologie, de wetenschap van de onmiddellijke ervaring volgens Wundt, is funda menteel gescheiden van de natuurwetenschap Hetgeen door de ziel wordt beleefd, moet object van de geconcentreerde opmerkzaam heid worden; er moet vergeleken, onderscheiden, in elementen gesplitst en naar relatie gezocht worden.

Het eigenaardige van de psychische processen is, dat ze zoo vluchtig zijn. Er blijven echter herinneringsbeelden over, waardoor men in staat is zijn blik terug te wenden, de retrospectie vindt dan plaats, die de fundamenteele methode in de psychologie moet genoemd worden. Het subjictieve van deze methode is nu, dat de processen door het subject zelf beleefd worden, en men kan tegenover zulke processen even goed objectief staan als tegenover de mate rieële processen.

Van het bewustzijnsleven van anderen dragen we alleen kennis door „Einfühlung" een begrip door Lipps op den voorgrond geplaatst en nader toegelicht. Met reserven zijn de beschrijvingen van dichters en kunstenaars te gebruiken, Shakespeare en Goethe leverden belangrijke bijdragen. Ook de psychologie van de H. Schrift heeft voor ons een groote beteekenis. De erva ring van de geloovigen heeft reeds eeuwenlang aangetoond, dat in den Bijbel aangetrofien worden beschrijvingen van die toestanden, die de zelfwaarnemiag als ware moet erkennen (speciaal in de psalmen).

Hierbij moet nog gevoegd worden de studie der Völkerpsychologie (Wundt) en der gemeenschapspsychologie.

Voor de studie der abnormale psychische toestanden moet een verband met de normale worden aangenomen; is dit niet te vinden, dan is eea verklaring van de abnormale psychische toestanden eenvoudig onmogelijk geworden Vooral overgangstoestanden moeten worden bsstudeerd, zooals Janet zoo uitnemend deed.

We leven in een reactieperiode. Dit heeft bezwaren, zooals nader toegelicht wordt door de richting Freudjung voor psychoanalyse en ook door de „traitement moral" van Dubris.

De psychiater zij vóór alles klinicus, hij moet nauwkeurig observeeren en methoden gebruiken, die zoo eenvoudig mogelijk moeten zijn. De hulpwetenschappen moeten vlijtig bestudeerd worden, maar voor een juist inzicht in de psychopathologie moet de psychologie wetenschappelijk worden beoefend. De „psychologie ohne Seele" is geen psychologie in den waren zin des woords.

Na de gebruikelijke toespraken, en speciaal ook tot Prof. Winkler en het Bestuur van de Vereeniging tot Ghr. Verz. van Krankz. eindigde de spreker.

Deze rede, die thans reeds in het licht verscheen, zal niet nalaten ook buiten onzen kring indruk te maken. Ze getuigt, dat deze hoogleeraar niet alleen een uitnemend psychiater is, maar dat hij ook met belangstelling heeft kennis genomen van de wetenschappelijke studies op dit gebied, met vaste hand critiek weet uit te oefenen op de verschillende hypothesen en stelsels, en ze keurt aan die beginselen, die God in Zijn Woord ons heeft geschonken. Waar practische gave en wetenschappelijk inzicht zoo gelukkig hand aan hand gaan, daar mag van dezen hoogleeraar veel voor de toekomst worden verwacht.

Gelijk wel van zelf spreekt, kan van een zelfstandige opleiding van medische studenten aan de Vrije Universiteit voorloopig nog geen sprake wezen. Voordat het drietal hoogleeraren vol is, zal aan yerleening van doctorale graden niet gedacht kunnen worden. Maar wel kan het optreden van Prof. Bouman uitnemende diensten bewijzen om de studenten, die aan do Stedelijke Universiteit te Amsterdam studeeren, onderwijs te geven in de psychiatrie en ze ook op meer algemeen gebied in te leiden in de biologie. Zoo kan zijn onderwijs rijke vruchten afwerpen en onder zijn leiding een school van christelijke artsen gekweekt worden, die én voor de practijkén voor de wetenschap ten zegen zullen zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 oktober 1907

De Heraut | 4 Pagina's

Het optreden van

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 oktober 1907

De Heraut | 4 Pagina's