Naar men ons bericht – en we hebben
Naar men ons bericht — en we hebben geen reden om de geloofwaardigheid van onzen berichtgever in twijfel te trekken, — zou in een onzer Gereformeerde Kerken de Kerkeraad het besluit genomen hebben om een kerkdijken hoofdelijken omslag van de leden te heffen.
Het fiaancieele vraagstuk nijpt, en we begrijpen, dat vooral met het oog op de onverantwoordelijk lage predikants-tractementen, sommige kerkeraden een noodsprong doen. In Amerika hebben reeds een aantal predikanten hun ambt neergelegd, omdat ze van hun traktement niet konden leven, en ze zijn bij een levensverzekeringsmaatschappij in dienst gegaan. Veroordeel dat zoo hard ge wilt, maar erken tevens, dat de toestand allengs onhoudbaar wordt. Een predikant verdient op een dorp minder dan een werkman in een groote stad. Fatsoenlijke armoede is de bitterste armoede, die er kan geleden worden. En elke poging, die in den rechten weg wordt aangewend om aan dien noodstand een einde te maken, kan niet anders dan worden toegejuicht.
Maar hoe 'beslist het noodig is, dat in dezen toestand verandering worde aangebracht, toch mag medelijden met dezen nood onzer predikanten niet naar middelen doen grijpen, die de keur van het beginsel niet kunnen doorstaan. Ook dat gevaar dreigt.
Een onzer kerkelijke organen, dat anders zoo kloek het pleit voor onze beginselen voert, kwam reeds bepleiten, dat de oplossing van dit brandende vraagstuk alleen te zoeken was door bij de Oi^erheid steun te vragen voor onze Kerken. Evenals de Staat de minimumsalarsssen voor onze onderwijzers betaalt, moet de Staat ook voorde tractementen der predikanten zorgen. En al vond dit voorstel gelukkig nergens weerklank, noch in onze pers noch bij onze kerken, toch toont het, hoe licht de voet op dezen weg kan uitglijden.
Zoo is het ook met dit besluit om kerkelijke belasting te gaan heffen. Niet ernstig, niet beslist genoeg kan hier tegen worden geprotesteerd. Een kerkelijke belasting of hoofdelijke omslag, of hoe men het noemen wil, hoort niet in de Kerk thuis, waar vrijwillige liefde de drijfveer zijn moet. Het verlaagt de Kerk tot een vereeniging, waar elk lid een vaste contributie moet betalen op poene van anders te worden geroyeerd. Het leidt tot al de ellende, waarvan de Hervormde Kerk ons het schrikbeeld toont, die tenslotte met hulp van den kantonrechter, de onwilligen tot betaling noopt.
Bovendien kan door de kerk geen hoofdelijke omslag worden geheven, omdat ieder naar vermogen moet bijdragen en de Kerk geen enkel middel beait om te weten te komen, hoe groot het inkomen harer leden is. Legt deKerk aan alle leden een gelijke belasting op, dan belast ze de mindergegoeden te zwaar ea vraagt ze van de rijken te weinig. Rangschikt ze de leden naar zekere klassen, dan loopt ze gevaar aan sommigen schromelijk onrecht te doen, omdat ze niet weet hoe groot ieders draagkracht is. De Staat kan opgave van iemands inkomen eischen, heeft middelen om die opgave te controleeren en kan den weigerachtige dwingen. Maar de Kerk kan dat niet. Hoogstens zou de Kerk een globale begrooting kunnen maken, ongeveer kunnen bepalen, hoeveel percent van elks inkomen voor de Kerk behoort afgezonderd te worden, om dan aan ieders conscientie over te laten, naar dien maatstaf zijn contributie te berekenen. Maar dit is geheel wat anders dan een verplichte hoofdelijke omslag, die aan elk lid wordt opgelegd bij Kerkeraadsbesluit.
En niet alleen dat zulk een hoofdelijke omslag zondigt tegen het beginsel der liefde en schromelijk onrecht aan velen aandoet, maar welke macht bezit de Kerk om de weigerachtjgen tot betaling te dwingen.? Kerkelijke censuur waagt zelfs de Hervormde Kerk niet in zulke gevallen toe te passen. Hoe diep ze wegzonk, ze voelt althans nog, dat dit geestelijke wapen niet mag misbruikt worden om de kas der Kerk te stijven. Zullen onze Kerken dan de weigerachtigen dwingen met behulp van den wereldlijken rechter en een aanfluiting worden van de wereld}
En indien noch de kerkelijke censuur noch de wereldlijke rechter als dwangmiddel mag gebruikt worden, hoe zal de Kerk de onwilligen dan tot betaling verplichten .•• Kracht tot genezing ook van dezen misstand ligt alleen in terugkeer naar de ordinantiën van Gods Woord. De Schrift leert ons nergens, dat de Overheid voor de tractementen te zorgen heeft of dat de Kerken een soort belasting mogen hefifen. De arbeider is zijn loon waardig, zegt de Schrift, en de gemeente heeft te zorgen, dat wie in het ambt dient, ook bezoldigd wordt. Indien de gemeente hieiin nalatig is, zooals ze reeds was in Paulus dagen, dan leert het exempel der Apostelen ons, dat tegen, dit kwaad het geestelijke wapen van God»s Woord moet worden gebruikt. Paulus doet een beroep op de conscientie ëer gemeente; hij bindt ze Gods bevel op het hart. En zoo moet ook in onze dagen in geschrift en prediking de roepstem tot de gemeente uitgaan, dat ze voor haar dienaren zorgen moet. Dat is het eenige middel, dat geoorloofd is en dat baten kan. Elk ander middel gaat tegen Gods Woord in, vervalscht het karakter der Kerk, bluscht de liefde uit, die het levensbeginsel der Kerk is, of maakt haar afhankelijk van een macht buiten haar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 13 oktober 1907
De Heraut | 4 Pagina's