Gaarne verleenen we aan onderstaand schrijven
Gaarne verkenen we aan onderstaand schrijven een plaats:
Mag ik, hooggeachte redacteur, een plaats in uw veelgelezen blad voor het onderstaande?
Bij voorbaat mijn hartelijke dank.
Vóór enkele weken is een privaatschrijven van een predikant gebracht voor de vierschaar der publieke opinie.
't Was een vertrouwelijk schrijven als antwoord op een ontvangen brief, 't Was eigenlijk niet voor het groote publiek bestemd.
Zonder eenigen naam te noemen is dat epistel toch bekend gemaakt met een toelichting, zoo duidelijk mogelijk voor een ieder, die ia 't kerkelijk Jeruzalem eenigermate bekend is en meeleeft.
Om alle verdenking van andere predikanten weg te nemen, gevoel ik mij gedrongen, is het mij een behoefte des harten, rondweg, ridderlijk te erkennen, dat ondergeieekende de schrijver van dien bewusien brief is.
Hoewel ik het betreur, dat een private brief publiek is gemaakt, waarover ik niet wensch te klagen, gelijk het mij evenmin lust de omstandigheden op te noemen waaronder die brief door mij is geschreven, ofschoon deie omstandigheden wel eenig ander licht op de zaak zouden werpen, is mijn eenig doel met dit schrijven voor heel de kerkelijke wereld schuld te belijden.
Ik heb verkeerd gehandeld; mijn schrijven was in lijnrechten strijd met het heilig ambt der bediening. Zulke praktijken zijn ten strengste af te keuren, gelijk dat nu in de pers ge schied is.
Ik beken dan ten volle mijn schuld, met de bijvoeging, dat deze droeve zaak mij van harte leed is. In 's Heeren kracht hoop ik alle zulke praktijken in de toekomst na te laten en te bes.rijden. Ik heb veel geleerd door deze, voor mij zoo ontzettend harde les.
De Heere vergeve mij genadiglijk, hetgeen ik misdreven heb; Hij geve mij kracht en sterkte om door een Godzaligen en eerlijken wandel het vertrouwen der menschen, dat nu geschokt is, mij bij vernieuwing waardig te maken.
Hoogachtend,
Uw dw. dn. en br.
G. DE JAGER, V. D. M.
Bruinisse, 8 October 1907.
Dit schrijven eert Ds. Da Jager.
Er behoort moed toe, nadat de pers op zoo onbarmhartige wijze over zijn daad haar afkeurend oordeel had laten hooren, ridlerlijk voor het front te komen en te erkennen: ik ben de schuldige, opdat de verdenking op geen zijner mededienaren zou vallen.
En nog meer verblijdt het ons, dat Ds, De Jager, zonder zich te verschuilen achter onastandigheden, die ook ons bekend zijn en die zeker wel zouden kunnen bijdragen om zijn verkeerde daad te verontschuldigen, liever eerlijk en rond schuld bekent en vergiffenis van God en Zijn Kerk vraagt.
We twijfelen dan ook niet, of deze vergiffinis zal hem door onze Kerken van harte worden geschonken. Wie de zonde belijdt en laat, zegt de Schrift, zal barmhartigheid vinden. En in Christus Kerk is er meer blijdschap overeen zondaar die zich bekeert, dan over 99 rechtvaardigen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 13 oktober 1907
De Heraut | 4 Pagina's