Buitenland
Frankrijk. V ij andschap d er regeering tegen de religie.
In Frankrijk viert het radicalisme, dat zich tegen alles wat naar Godsdienst zweemt, verzet, nog altijd door zijne triumfen. Wel roemen de machthebbers op hun liberalisme, maar de feiten weerspreken hen. In het groote Parijsche blad het Journal des Débats, heeft de predikant Sou lier hun een zondenregister voorgehouden, waarin o.a. staat: „De president der republiek, die in alle dingen het goede voorbeeld geven moet, heeft vroeger wanneer de vergaderde synode der Gereformeerde kerken hem telegrafisch haren groet en hulde deed toekomen, daarop geantwoord; tegenwoo-^dig doet hij' het niet meer. Wanneer andere vergaderingen hem een telegram van hulde zenden, antwoordt hij altijd. De ministers geven bij een begrafenis de wij waterkwast niet door, en brengen zoo de families er toe, eerder voor een, burgerlijke dan eene kerkelijke begrafenis te kiezen. Onlangs verboden zij een spoorwegmaatschappij, voor een pelgrimstocht een afzonderlijken trein te laten loopen; bij officieele ontvangsten worden de vertegenwoordigers der kerken niet meer uitgenoodigd, wel de hoofden der syndicaten en andere vereenigingen. Ea „zoo heer zoo knecht" Zoo veroorlooft zich een prefect eene protestantsche onderwijzeres te ve: ptaatsen, wijl zij bij eene Godsdienstoefening, die gehouden werd op eenige kilometers afstand van hare school, het orgel bespeeld had. De onderwijzers bespotten, om goed aangeschreven te staan, de religie in do openbare volksschool, en professoren der lyceën doen hetzelfde.
De protestanten, die meenden, dat men de wet op scheiding van kerk en staat gematigd en vrijgevig zou uitvoeren, komen bedrogen uit. Men legt hun zooveel mogelijk lasten op. , Ook beginnen velen berouw te hebben over de bereidwilligheid, waarmede zij genoemde wet hebben aanvaard. De bestaande radicale regeering heeft van den aanvang af slechts van ontkenning geleefd en wil zich door ontkenning handhaven, namelijk door een tyranniek optreden tegen de lieden die voor de religie zijn.
Hoelang zal de kliek vrijmetselaars die thans in Frankrijk den scepter zwaait, zijn wanbeheer kunnen voortzetten? j
China. Een vereenigde Presbyteriaans ch e Kerk.
Vooral op zendingsgebied blijkt, het dat de tijden veranderen en dat de menschen ook met de tijden medegaan. In Japan willen de kerken en beginsels van kerken die door de zending ontstonden, hoe langer hoe meer onafhankelijk van de moederkerken worden en zich zelfstandig openbaren. In China bewandelt men denzelfden weg. De verschillende kerken, die daar ontstaan zijn door den arbeid van Missionairs, hebben zich in het groote Hemelsche rijk vereenigd tot „de Presbyteriaansche kerk van g Christus in China". Daarin zijn de volgende kerken opgenomen: s
1. De Presbyteriaansche kerk in de Vereenigde Staten van Amerika.
2. De Presbyteriaansche kerk in de Vereenigde Staten.
3. De Gereformeerde kerk in Amerika. 4. De Presbyteriaansche kerk in Canada. 5. De Presbyteriaansche kerk in Ierland. 6. De kerk van Schotland. 7. De Vereenigde Vrije kerk van Scholand. 8. De Presbyteriaansche kerk van Engeland.
Deze verschillende kerken waren door de zendelingen dier kerken in het leven geroepen. Zij hebben zich vereenigd op grond van eene korte belijdenis, terwijl de belijdenissen der verschillende kerken van kracht blijven binnen de grenzen der kerken die deze aannamen. De vereeniging dier kerken is dus van federatieven aard.
Deze toestand is echter slechts eene voorloopige. De kerk van China zal later haar eigen belijdenis ontwerpen, wanneer de tijd iiaarvoor zal gekomen zijn. Volgens de opstellers van de korte geloofsbelijdenis, zal dan die toekomstige geloofsbelijdenis onder leiding van het Godsbestuur en 'het onderwijs van den Heiligen Geest in wezenlijke harmonie zijn met de geloofsbelijdenissen der „parent churches". De zendelingen zullen echter met het opstellen van deze belijdenis niets te doen hebben. Een General Assembly of algemeene Synode der verbonden kerken is nog niet in het leven geroepen.
Ofschoon wij het uitnemend vinden, dat de z Kerken in China de handen ineen slaan om g tegenover het heidendom sterker te staan, toch v omt het ons voor dat moeilijkheden niet kunnen m uitblijven, wanneer de gefedereerde kerken v lkanders attestatie's aannemen. De belijdenis en der verschillende kerken die zich aaneen h Z loten, loopen nog al uiteen. Op den duur moet d it tot botsing aanleiding geven.
Bedenkelijk achten wij het echter, dat men iet alleen Gereformeerde kerken die onder een E resbyteriaansche kerkorde leven, maar ook ndere evangelische ke, ; ken uitnoodigt om tot m e vereenigde kerk toe te treden. Welke kerken v bedoelt men daarmede? Kan men zeggen dat ongregationalistische, Methodistische en Bapistische kerken niet tot de „evangelische" ker p w en gerekend kunnen worden ? Immers neen. z aar hoe moet het dan gaan als bijv. een Baptist en een Gereformeerde een gemeen m schappelijke geloofsbelijdenis moeteri opstellen. Dit zal een onmogelijk werk worden. Volgens ons had men beter gedaan een soort federatie te sluiten, zonder daarbij uit te spreken dat men later een gemeenschappelijke confessie zou opstellen. Bovendien is het onze overtuiging, dat geloofsbelijdenissen niet gemaakt maar geboren worden.
Engelsch Indië. Oorzaken van oproerige bewegingen.
In de laatste maanden is het in het Noorden van Engelsch Indië zeer onrustig geweest. De Engelschen wanen over den loop der cingen met bezorgdheid vervuld, ook wijl het juist vijftig jaar geleden was, dat een bloedige opstand in Engelsch Indië was uitgebroken. Volgens de Missionary Record, het zendingsorgaan de Engelsche „Ciiurch Mission", is door dien opstand een „groote dwaling der Engelsche staatslieden" opnieuw openbaar geworden. Want wie waren de onruststokers in Bengalen en Pandjab? Waren het de Mohamedanen die zoo gemakkelijk gefanatiseerd worden ? Waren het de kri'gslustige stammen der zoo gevreesde Radscbjusten, Sikhs en anderen ? Neen, deze ijverden voor wet en orde. De hoofdaanleggers waren veeleer zij, die op regeeringscholen waren opgeleid; ten deele Hindoes, die academische titels hadden weten te verkrijgen, ten deele onrijpe leerlingen, studenten van zulke scholen, en vele van hunne leeraars. Toen deze scholen in het jaar 1854 gest'cht werden, wilde men niets van een onderwijs in de Christelijke religie of ook maar van de : edeleer weten, omdat de regeering „neutraal" wi.de zijn. Men beperkte .zich tot zuiver godsdie stloos onderwijs en sprak, evenals dit in Nederland geschiedde, de hoop uit, dat als de kennis vermeerderde de zeden ook zouden verbeteren. Maar dit onderwijs heeft uitgewerkt, dat de godsdienstige autoriteit der Hindoe's teniet gedaan werd, zonder dat daarvoor iets anders in de plaats gesteld werd. Het gevolg daarvan is een tuchteloos, aanmatigend opkomend geslacht. Daarbij komt, dat het opkomend geslacht onder zich een aantal menschen telt, die in hun jagen naar een baantje teleurgesteld zijn uitgekomen, en daarom eischt, dat er met hun vermeende aa, nspraken rekening zal gehouden worden. Men heeft wind gezaaid en oogst nu storm.
Laat ons echter eene zaak erkennen, namelijk, dat de Engelsche regeering na den opstand van vijftig jaar geleden, hare politiek ten opzichte van de zending veranderde, door haar namelijk van staatswege te steunen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 13 oktober 1907
De Heraut | 4 Pagina's