Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenland

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland

8 minuten leestijd

Engeland. Het Church-congres.

In Great Yarmouth werd het zeven-en-veeftigste jaarlijksche Church congres gehouden. Het Church-congres is een vrije vergadering van ambtsdragers en leden van de Episcopale kerk van Engeland, waarop beraadslaagd wordt, zonder dat er bindende besluiten worden genomen.

Niemand minder dan de aartsbisschap van Canterbury, de primaat van de Episcopale kerk, opende de vergaderingen door een prediking over het derde gebod: „Gij zult den naam des Heeren uw God, niet ijdelijk gebruiken."

Opmerkelijk was het dat de voorzitter van het congres, de bisschop van Norwich, in de vergadering sprak over de vereeniging van Kerk en Staat. Op de volgende drie overwegingen werd hierbij de nadruk gelegd:

1. Het feit dat de kerk van Engeland Staatskerk is, heeft alleen waardij en kan alleen gehandhaafd worden, indien, gelijk wij gelooven, zij voor de natie tot een wezenlijk en geestelijk voordeel is.

2. Het is niet te rechtvaardigen, zelfs indien het mogelijk was de kerk als een Staatskerk omhoog te houden, wanneer dit tegen de overtuiging en den wil van het Engelsche volk inging.

3. De hoofdzaak moet in deze, gelijk als in alle andere zaken zijn, de eere Gods en de redding der zielen, voor welke onze Heiland stierf. Voor zijn zaak moeten de „krijgsknechten van Christus" strijden. Als wij voor de kerk strijden, behooren wij niet voor een wereldsch belang, noch voor privilegiën of geld te strijden. Wij moeten trachten onze oogen te zuiveren van aardsche begeerten, aardsch streven, wereldsch prestige en de zaak van de kerk in het oog d l W h l g l l D o houden, wijl wij gelooven dat het de zaak is van Christus onzen Koning en daarom van de zielen, die Hij liefheeft.

Sir Edward Russell sprak op het congres over de voordeelen die er uit zouden voortvloeien, wanneer de kerk van den staat werd losgemaakt. Dan werd verderfelijke excentriciteit gebreideld, dan werden excessen, die ontstaan door het invoeren van nieuwigheden, en bijgeloovig terugkeeren tot vroegere tijden ingetoomd. Een weldadige individualiteit zou dan de intellectueele en geestelijke aantrekkelijkheid der kerkediensten vermeerderen. Er zou dan minder louter plichtsvervulling zijn, en als iemand in de prediking en in de gemeente zich als ijverig doet kennen, zal dit vruchtbaarder blijken. Men zal dan wel veel uitwendigs moeten missen, maar tenslotte is toch het voornaamste werk van een levende kerk niet om de verbeelding te inspireeren. Als de kerk van Engeland van hare banden wordt losgemaakt, zal zij eene meer intellectueele en eene meer geestelijke gemeenschap worden. Zoo ongeveer liet de heer Russell zieh hooren. Zou hij daarbij de meerderheid der leden van het congres op zijn hand gehad hebben?

Door den deken van Canterbury werd de kleeding voor de predikanten in de kerk te dragen, ter sprake gebracht. Hij sprak bij het einde zijner rede aldus:

„Men wil tegenwoordig niet enkel de oude kleeding weer invoeren, maar men verlangt dat zulke kleederen zullen gedragen worden als men in de Roomsche kerk in ons midden draagt, en dus op de meest duidelijke manier voor het uitwendige de bediening van het heilig avondmaal in onze kerk gelijk maken aan de mis van de kerk van Rome. Wat doet het er toe, of de kazuifel bijvoorbeeld, al dan niet een inherent priesterlijke beteekenis heeft? Dit en andere kleedingstukken, worden, gelijk het onze oogen kunnen zien, bij de bediening van de mis in de Roomsche kerk gebruikt; en deze overweging moest het gebruiken of toelaten van die kleeding onmogelijk maken bij alle leden der Engelsche kerk, die gelooven, dat de mis, gelijk, die in de Roomsche kerk gevierd wordt, in den hoogsten graad superstitieus is."

Dat zulk een woord in eene vergadering van leden der Episcopale kerk werd gesproken, verheugt ons zeer. Zou er een kentering gekomen zijn in het Romaniseerend streven van vele predikanten en leden der Episcopale kerk ? Opmerkelijk is het, dat toen op dezelfde vergadering de heer Webbe Peploe handelde over wijzigingen die moesten aangebracht worden in het „Prayerbook, " deze op den voorgrond plaatste, dat het niet mocht aangevuld worden uit den canon van de Roomsche mis.

Grooten indruk maakte een toespraak van Dr. Moule, bisschop van Durham, waarin hij er over klaagde, dat hoewel de kerk van Engeland een getuige van Christes was, het toch gezegd moest worden, dat de toon van een man die een Heiland predikt. Dien hij rechtstreeks heeft leeren kennen, zeldzamer dan vroeger van de kansel gehoord wordt.

De toespraak van den bisschop van Norwich was echter het belangrijkste moment van het ongste Church congres. Het bleek ook uit de redevoeringen wslke daarop volgden, dat de vrees, dat wanneer de band die kerk en Staat verbindt losgemaakt wordt, daaruit kwade gevolgen zullen voortvloeien voor de kerk van Engeland, bij de „Churchmen" aan het verdwijnen is. Met hetgeen er met de Kerk van Ierland plaats had, die .ook hare staatsinkomsten verloor, maar desniettegenstaande hare positie wist te handhaven, voor oogen, kan ook de Engelsche Staatskerk de dingen die wellicht spoedig zullen komen, afwachten. Velen zijn van gevoelen dat de tijd van „disestablishment"

niet ver af is. Op het Church-congres kwam ook de ultraitualist Lord Halifax aan het woord om te betoogen, dat de Kerk boven de wet staat. Wanneer hij daarmede bedoeld had, dat de erk des Heeren als instelling des Heeren haar igen bestaanswet heeft, dan kan men daarop iets aanmerken. Doch de bedoeling van. Lord Halifax is, dat de Episcopaalsche kerk van ngeland romeniseeren kan zooveel zij wil en dat daarmede niemand, ook de overheid niet, zich heeft in te laten. Dit gaat niet op. De Engelsche Staatskerk heeft zich onderworpen an de wet die de Staat haar heeft opgelegd, n daardoor is zij Staatskerk geworden. Zij die iet conform die staatswet wilden leven ('Nononformisten), moesten hun eigen kerkelijk leven etalen. Het spreekt daarom van zelf dat de onconformisten of Dissenters het nooit zullen unnen toelaten, dat de Episcopaalsche Staatserk doet alsof er geen staatswet voor baar estond. Terecht roepen deze den Ritualisten, ie zich de vrijheid veroorloven tegen de wet llerlei Roomsche ceremoniën in hunne kerken n te voeren, toe: gij moet de kerk verlaten, f volgens de wet leven. Daarom is het standunt dat Lord Halifax inneemt, onhoudbaar

N.-Amerika. De hoogleeraar Steffens ver de Dordtsche leerregels. i p

De hoogleeraar Steffens van de Reformed hurch schrijft in de Hope treffelijke stukken ver De Geloofsbelijdenissen der Geref. kerken. ij kunnen niet nalaten het volgende er van over e nemen, waaruit blijkt, dat wij in der tijd ene vergissing begaan hebbende omtrent den beijdenisstand der Reformed Church, in gezelchap met Dr. Philipp Schafif aan het dwalen ijn geï? eest.

„Uit dit alles blijkt, dat de leerregels van ordrecht in den eigenlijken zin van het woord eene geloofsbelijdenis zijn. Zij behelzen eene erklaring en verdere uiteenzitting van vijf punen, ea dat wel op eene uitputtende manier. e inhoud is uitnemend en vol van het merg an het Evangelie. Her is de beste stichtelijke ectuur, die ons in het stellige gedeelte wordt angeboden. Het is jammer, dat die leerr^els iet beter bekend zijn onder de leden der geeente. Wie ze evenwel leest zal ze herlezen n God er voor danken, dat Hij uit de treuige leertwisten zulke heerlijke vrucht heeft te oorschijn gebracht. Menigeen veroordeelt wat ij niet kent, en velen schelden en razen op de ordsche vaderen en hun werk, zonder te weten at zij doen. Neen, waarlijk, uit de leerregels preekt niet een harde geest, die een vreemdeing is van den geest van Christus. Het tegendeel s waar. Het is waar, zij veroordeelen de dwalingen, n zij berusten er in, wanneer de regeering des ands de Remonstranten in ballingschap zendt. et verkeerde denkbeeld, dat er maar éene erk in het land geduld mocht worden, bracht e Gereformeerde staatslieden er toe, de dwaenden met wereldsche wapenen te bestrijden. ij zijn blij, dat dit niet meer geschiedt, maar et spijt ons, dat de kerkelijke tucht over de eer tegenwoordig schier eene onmogelijkheid eworden is. Men wil zich niet buigen onder eerregels, het ipdividu moet op den troon en eervrijheid moet gelden in Kerk en schooi. at een ieder die niet tevreden is met eene ppervlakkige kennis der gereformeerde leer, e m E w m a o s ' w o a h d n a v h ' , n C d m e i e A T bijzondere studie make van de Dordrechtsche leerregels.

Maar, wij herhalen het, eene eigenlijke geloofsbelijdenis zijn de leerregels niet. Zij hebben echter bindend gezag, daar zij plechtig door de kerken, in Algemeene Synode vergaderd, ssün aangenomen als een formulier van eenigheid.

N. B. Dr. Philipp Schaff zegt in zijne Creeds of Christendom, waarin hij eerst de leerregels in het oorspronkelijk Latijn naast elkander plaats met de wederlegging der dwalingen, en daarna in het Engelsch laat volgen de leerregels zonder de wederlegging der dwalingen, dat de Geref. Kerk in Amerika de leerregels in dien verkorten vorm heeft aangenomen. Hij bewijst echter die bewering niet. Ik heb al de verhandelingen der Algemeene Synode nagegaan, vind echter niet, dat de verwerping der dwalingen op den kerkdijken weg is weggelaten. Wie er meer van weet zou mij een dienst bewijzen, indien hij mij aangaande dit belangrijk punt wilde informeeren."

" Wij nemen nota van de verklaring van prof. Steffens: „het spijt ons, dat de kerkelijke tucht over» de leer tegenwoordig schier een onmogelijkheid is geworden." Dit zegt de hoogleeraar niet met het oog op de Gereformeerde Kerken in de Nieuwe Wereld, waarin nu tucht over leer en leven wordt uitgeoefend, maar het slaat op de vele Presbyteriaansche, Congregationalistische, Baptistische en andere kerken, waarin men steeds meer de belijdenis der vaderen laat varen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 oktober 1907

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 oktober 1907

De Heraut | 4 Pagina's