Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers

9 minuten leestijd

Volkomen terecht schrijft Hollandia over den invloed, die thans van den kansel ui'gaat om het socialisme te bevorderen, het volgende;

Onder de oorzaken van het wassend Socialisme in het kiesdistrict Franeker noemt Mr. P. J. Troelstra in Het Volk den toenemenden invloed der Socialistische predikanten in dit deel van Friesland.

Noch groote steden, noch fabrieken, noch de tegenstelling van groot-kapitalisten en proletariërs doen het in dit landelijk Friesche district. Maar het Modemisme in het Hervormd Kerkgenootschap, dat den volksgeest daar in breeden omtrek leidt, en dat vroeger een man als den modernen predikant Lieftinck afvaardigde naar de Tweede Kamer, gaat almeer over in Socialisme op de kansels, in de levensbeschouwing en in het leven. Wij gelooven, dat dit juist gezien is.

Dezer dagen deed in de Friesche stad Sneek de eerste Socialistische predikant zijn intree. In Bolsward is reeds een Socialistisch predikant de man. In Leeuwarden ging reeds' ernstige aandrang uit, daar een Socialistisch predikant te beroepen. Zoo sehuift de beweging vooruit, en zoo zal zij vooruitschuiven op het platteland en naar de steden.

En die Socialistische predikanten treden niet op voor stoelen en banken, maar vaak voor een dichte schare.

De Socialistische beweging moge door de omstandigheden bevorderd worden, maar zij is een vrucht van het woord van geestelijke leiding. En de geestelijke leiding gaat vooral uit van den kring der religie, van den kansel.

De Pers is hier niet nummer één, maar nummer tw, ee, zelfs wat de romanliteratuur aangaat.

Dit zegt ons veel.

Vooreerst, dat de groote verantwoordelijkheid voor dèn toestand van ons volk op den kansel ligt.

Was daar voor heel ons volk van Noord tot Zuid het Woord gesproken, het Woord Gods, —-het waarachtige licht zou over het leven van ons volk schijnen en nog heerschappij hebben over de conscientiën, over de geesten.

ïAlle wind van leer» is echter over ons volk uitgegaan van de kansels, en heeft ons volksleven geestelijk vergiftigd.

Maar de kansel is ook wel zonder opzettelijke verwerping der waarheid, misbruikt, ontwijd door allerlei beuzelpraat, mooigedoe, welsprekendheids.kunsten en gezellig gesnap, inplaats dat het Woord Gods door den Dienst des Woords is gegrepen en gesproken, het Woord Gods voor de Gemeente van Christus en voor heel het menschenleven onzer eeuw.

Kerk en Theologie zijn ook niet genoegzaam doorgedrongen tot de oplossing der vraag, hoe het Woord Gods moet worden bediend en gepredikt, — waardoor meer richting en sterking aan deu Dienst des Woords gegeven zou zijn, en het Woord, het Woord Gods, dat om zijn recht roept, krachtiger naar de conscientiën bij volk en predikers zou hebben gegrepen.

Thans doen velen, ook wel bij druk gepraat over de Schrift als het Woord Gods, op den kansel en in het preeken wat goed is in hunne oogen, waarbij zij dan een tekst als kapstok gebruiken of ten minste voorlezen, en enkele termen aanhouden; — verder kunnen zij dan zooveel kofidepraatjes verkoopen als zij willen.

De voorbeelden zijn hiervoor bij groote getallen aan te voeren, en ze zijn belachelijk en ergerlijk.

Op den kansel, in de Kerk, ligt in de eerste plaats de verantwoordelijkheid voor den toestand van ons volk, en voor de maatschappelijke en nationale ontbinding, die ons bedreigt.

In de tweede plaats wijzen we in dit verband op de groote beteekenis, die de kansel heeft en behoort te hebben voor het volk en de Overheid.

De Overheid is hier zeer schuldig.

Zij heeft in 1816, onder de macht van den geest dier dagen, de Kerk der Hervorming in boeien geslagen en haar daardoor overgeleverd aan allen wind van leer.

Zij komt niet tot erkenning 'rtin haar schuld, en zij keert niet weer, om recht te doen.

Zijzelf is mede oorzaak; zoo haar troon straks wankelt en zoo zij temidden van een reddeloos volk radeloos zal staan.

De Overheid is hier schuldig; maar dok de politieke beweging in het tolk, die niet tot het onrecht, aan de Kerk aangedaan, doordringt, en in dezen niet roept om het recht.

Door allerlei stutten, banden en boeien zullen wij uilkomst zoeken, maar voor de vrijmaking der Kerk, waardoor de weg tot geestelijke redding van ons volk nog, kon opengaan, zullen we niet roepen.

De breuk des volks heelen we dan op het lichtst, maar de genezing, die alleen geestelijk komen kan, zoeken we dan niet vóór alles.

Ja, er zijn er niet weinigen, die voor zichzelf een eigen kerkelijke inrichting zoeken, welke hen bevredigt, maar die voorts den toestand, waarin het overgroot deel van ons volk kerkelijk leeft en geestelijk is overgeleverd, liefst laten, zooals deze is.

Vooral de Overheid moet zich daarmee niet bemoeien, — zoo oordeelen deze lieden.

Of ja, zij moet zich er wel mee bemoeien, door namelijk baar schatkist open te blijven stellen voor de kansels, van welke «alle wiid van leer» waait — en door toch vooral haar hand terug te houden van ondersteuning der onedelen en armen, die nog roepen in het land om de zuivere prediking van < iods Woord in een vrijgemaakte Kerk van Christus.

De conscientiekreet, die onzerzijds uitging voor »het brood der Kerk», opdat het Woord Gods weer alom over het leven van ons volk lichten zou, werd nog pas dezer dagen door den Haagschen predikant Obbink spottend aangekondigd als het verlangen der «gescheiden Kerken" naar „de zilveren koorde".

Welk een verblindheid! zelfs godvruchtigen, die nauwelijks „gelijkheid van recht" voor de Christelijke Scholen wilden aannemen, nadat de Openbare Scholen ons volk bedorven hadden, die godvruchtigen zelfs meenen, dat de Overheid Christelijk doet, zoo zij voortgaat, allen wind van leer, tot Socialisme en Anarchisme toe, op de kansels te laten bloeien, door „het brood voor de publieke religie" uit de schatkist aan de „Openbare Kerk" te verzekeren, die zulke predikers aanstelt, — terwijl zij de prediking van Gods Woord door de vrijgemaakte Kerk van Christus, voor zooveel haar aangaat, laat verhongeren.

Verblindheid noemen we dat!

De toekomst van ons volk hangt af van den geestelijken invloed, die er over uitgaat; van he woord, van het Woord, en daarom van de prediding, die de publieke religie brengt, en van de' scholen.

Maar daarom ook moet zoowel de prediking als de School voor heel het volk vrijgemaakt vioréen, door aan de waarheid Gods althans niet minder recht toe te kennen dan aan den leugengeest der eeuw.

De prediking van allen wind van leer, ook van Socialisme en Anarchisme op de kansels, die de schatkist staande houdt, is door de Overheid niet meer te weerstaan, — dan alleen wanneer zij recht doet, en aan het volk, dat voor de publieke prediking van Gods Woord door een vrijgemaakte Kerk opkomt, den weg mogelijk maakt door ^tó> iêheid van recht, met voWeeerbiedïginir der vrijheid.

De derde opmerking, die wij hier willen maken, betreft de prediking, waartoe de Kerk des Heeren geroepen is.

De geest der eeuw grijpt naar de kansel en zal daar ook in de prediking van Socialisme en Anarchisme naar onze stellige verwachting groote kracht ontwikkelen, om het volk in zijn zieleleven en levenspraktijk los te rukken van God en zijn Woord en de banden der conscientie te verscheuren.

Die eeuwgeest zal daardoor weer een schare rondom den kansel vergaderen, die eerst vandaar verstrooid werd.

En diezelfde geest zal daarbij ook aantrekking oefenen op een opwassend geslacht, dat niet krachtig in eigen hart en conscientie aan de waarheid Gods gebonden is en niet door de zuivere prediking geboeid wordt in verband met den levensstrijd der eeuw.

Wat zegt dit voor de prediking, die de Kerk des Heeren moet doen uitgaan ?

Twee dingen, die wij thans alleen noemen en niet in bizonderheden uitwerken, namelijk, dat de Kerk des Heeren toe mag zien, dat zij Gods Woord predikt; en dat zij door de prediking dat Woord moet laten uitkomen als bet licht over de levensworsteling dér eeuw, opdat het levend geslacht er door verlicht en geleid worde in zijn levensstrijd.

Wat heeft de Kerk van Chrisms boven het afvallig geslacht te bieden ? Prachtiger namen ? Schitterender gaven? Glanzender welsprekendheid? Vuriger woorden en beelden ?

Neen.

Maar zij heeft het Zwaard der Geestes. Zij heeft het Woord Gods, waarin de Christus geopenbaard is, en waarin het licht Gods, het waarachtige licht over heel het menschenleven gebleven is.

Laat de Kerk des Heeren dan verzaken, wat haar niet nut is, en in den Dienst des Woords zich geven, zich overgeven aan het Woord Gods, om dat Woord van God en dat alleen te dienen; maar om dat Woord van den levenden God dan ook in zijn vollen rijken inhoud ? oor het leven te ontsluiten.

Dan alleen zal zij sterk staan en overvs-innen door den Naam des Heeren.

Maar dan moet zij ook het Woord Gods spreken voor het mensehenleven in onzen tijd.

Men spreekt van «sociale preeken." Wanneer dat zou moeten beteekenen, dat er nu eens iets anders gepredikt moet worden dan het Woord Gods, zoo zouden we die vordering met al onze kracht moeten weerstaan.

Er moet in den Dienst des Woords nooit iets anders gepredikt worden dan Gods Woord. Niet maar »naar aanleiding" van een tekst of »over" een tekst moet worden »gesproken", maar het volle Uchtende Woord Gods moet gepredikt worden, het levende waarachtige Woord van God, ons in de ééne Heilige Schrift, dat hooge heilige licht des Heeren in de wereld gegeven, en gelijk dat licht uit een bepaald deel der Schrift bizonder uitstraalt, Dat licht, dat sprekende Woord van God moet worden gepredikt.

Maar dat licht ontdekt, verlicht, leert en leidt en troost het menschenleven dan ook in zijn beroering en verwikkeling van het heden. e n

E Het moet daarom dat leven in zijn gestalte en beweging van het heden ontmoeten, het toespreken, het grijpen en boeien, en het zoo dienen van den Heere, het oproepen tot bekeering en geloof, tot gerechtigheid en liefde, tot hoop en tr uw, tot lijd­ a zaamheid, ijver en volharding in den ontdekten e weg des Heeren.

Zoo de Dienst des Woords het leven van den tijd niet verstaat en toespreekt maar zich hult als in een wolk, zich terugtrekt, in het verleden, zich beweegt in een afgesloten kring van gemoedsleven buiten den levensstrijd, of ook dat leven enkel koud meesterachtig bedilt en door conservatief onverstand machteloos maakt, zoo is deze prediking niet getrouw aan het geslacht, dat leeft.

De Kerk des Heeren zou dan zelf mede schuldig zijn, indien dit geslacht haar den rug toekeert en meegesleept wordt door predikers, die Gods Woord verzaken, maar wier woord in gloeiende kleuren warm opkomt uit het leven van den tijd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 oktober 1907

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 oktober 1907

De Heraut | 4 Pagina's