Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Leestafel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leestafel

5 minuten leestijd

DR, H, VissCHER, hoogleeraar te Utrecht. Religie en Gemeenschap bij de Natuurvolken, Utrecht — G. J. A. Ruys, 1907,

Allereerst wensch ik hier op dit onlangs verschenen werk van den hoogleeraar in de wijsbegeerte-en de geschiedenis van den godsdienst aan de Rijks-Universiteit te UTRECHT, de aandacht te vestigen. Want hoewel dit boek niet is een populair geschrift, maar de pretentie heeft van een streng wetenschappelijk werk te zijn en alzoo voor vele lezers van DE HERAUT geen lectuur is, zoo zou ik het toch zeer ongewenscht achten wanneer het de aandachtvan anderen onder hen ontging. En met die anderen heb ik dan bepaaldelijk op het oog de theolo* gen van professie en hen, die zich beijveren het te worden; verder allen, die genoegzaam historischen en wijsgeerigen zin hebben om belang te stellen in onderwerpen welke de wijsbegeerte en de geschiedenis van den godsdienst raken; eindelijk ook de beoefenaren van het ietwat zonderlinge, maar toch zeer in de mode zijnde vak dat zich aandient als Sociologie en dat men dan, zonder dat dit de zaak nog veel duidelijker maakt, wel omschrijft als de leer van de sociale vormen van het menschelijk saamleven. In het voorbijgaan zij ook nog opgemerkt, dat dit boek, en dat niet alleen om de enkele tusschen den tekst gedrukte reproducties van voorwerpen uit het ethnographisch Museum te Leiden, maar ook om wat die tekst zelf geeft — van beteekenis is voor de ethnographic of de volkerenkunde bepaaldelijk van de natuur-volkeren. Men krijgt zelfs uit dit boek den indruk, dat in PROF, VisscHER metterdaad een ethnograaf schuilt; dat hij liefdevolle belangstelling heeft voor de zeden en de gebruiken van de volkeren wier religie en gemeenschap hij beschrijft en daarbij vaardigheid om in die verbijsterende veelheid toch het karakteristieke te zien.

Voor de door mij bedoelde kategorie van HERAUTTlezers zal het boek van DR. VISSCHER ook daarom, als hun aandacht er maar eenmaal op gevestigd is, zijn aantrekkelijkheid hebben, wijl daarin, naar zij weten, een onverdacht Calvinist aan het woord is. Voor mij komt daar nog bij, dat voorzoover het boek van mijn Utrechtsehen collega zich beweegt op het gebied der, mijns inziens, zuiver philologische vakken van wijsbegeerte-en geschiedenis van den godsdienst, bet zich daarmee beweegt op twee gebieden, die wel onderscheiden zijn van, maar toch zeer na grenzen aan het zuiver theologische vak der Elenctiek of de wetenschap van de weerlegging 4er pseudo-religië, het vak, dat ik, in de Theologische'^9.cx\\.€\\. onzer Vrije Universiteit, naast de Theologische Ethiek, het genoegen heb te doceeren.

Dan, het is mij niet genoeg om op dit zoo serieuse boek van PROF. VISSCHER alleen maar de aandficht te vestigen, ik wensch er ook een beoordeeling van te geven. Daartoe echter is mij, bij zulk een boek, uiteraard meer ruimte noodig dan waarover ik in een enkel HERAUTnummer voor mijn Leestafel heb te beschikken. Zonder hu in de verste verte ook maar aan een zoo breède reeks van vervolgstukken te denken, dat er zich onwillekeurig de voorstelling van de looi nacht aan verbindt, hoop ik daarom in nog een paar Leestafels op Religie en Gemeenschap hij de Natuurvolken, zij het ook afgewisseld door de bespreking van andeie boekwerken, terug te komen.

Laat mij beginnen met een vriendelijk woord aan den uitgever, den hee r Ruijs, voor de goede zorge aan de typographische uitvoering besteed. Blijkbaar zijn hier, ook wat de reeds genoemde reproducties betreft, geen moeiten en kosten gespaard.

En nu het boek zelf.

Het prijkt met een dedicatie aan den oudhoogleeraar in de Wijsbegeerte aan de Universiteit te UTRECHT, JHR. DR. V. D. WYCK, en met een citaat van DR. A KUYPER. De geachte schrijver is zelf van oordeel, dat deze opdracht aan PROF. V. D. WYCK een kleine toelichting behoeft.

In een soort voorwoord, waarin hij ook dank brengt aan hen, die hem, bij dezen zijn arbeid hebben voorgelicht, of hem zijn onderzoekingen op ethntgraphisch gebied hebben vergemakkelijkt, geeft hij dan deze toelichting.

Niet in de gelegenheid. Prof. v, D. WIJCK — toen deze, op zijn 70ste jaar, door de wet gedwongen zijn ambt neer te leggen, van alle zijden, zonder onderscheid van richting, gehuldigd werd, - ^ van zijn belangstelling publiek te doen blijken, wil de heer VISSCHIK dat nu doen en draagt daarom zijn arbeid over Religie en Gemeenschap bij de natuurvolken, aaa den oud-boogleeraar op, als bewijs van waardeering van diens wetenschappelijke verdiensten.

Tot nadere toelichting dient dan nog wat de heer VISSCHER verder schrijft:

„Ik behoor niet tot de geestverwanten van Prof. V. D, WIJCK, maar ga bij deze opdracht uit van de veronderstelling, dat als het veel is door zijn geestverwanten geëerd te worden, het meer moet wezen, als het ons ook van andere zijde te beurt valt".

Zal Religie en gemeenschap bij de natuurvolkeren een werk in twee deelen worden, het eerste deel dat nu voor mij ligt — het tweede hoopt Prof. VISSCHER in den loop van het volgend jaar af te leveren, — bevat zooals het voorwoord zegt: „behalve inleidende beschouwingen, een overzicht van de psychologie der natuurvolkeren om daaruit de constellatie van hun religieus leven te verklaren". „Voor het tweede deel, dat meer in het bijzonder de sociale functie der religie zal trachten in het licht te stellen, is bewaard de uiteenzetting van het religieus karakter der sociale gebruiken en instellingen, van gezag en recht en kunst".

In dit eerste deel dan handelt Prof. VISSCHER over: I. De religie als sociaal feit. II. De sociale typen en hunne indeeling. III. De absoluut religieuse phase.

Over de inleidende beschouwingen in deze eerste twee hoofdstukken gegeven, naar ik hoop een volgend nsaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 oktober 1907

De Heraut | 4 Pagina's

Leestafel

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 oktober 1907

De Heraut | 4 Pagina's